Twee citrussalades

Ai, dacht ik toen ik onlangs van een vriendin een pot marmelade kreeg. Ik dreig de Nationale Citrusweek te vergeten! Ergens in deze tijd moet die toch gehouden worden! Dus ik roep hem bij deze uit: het is Nationale Citrusweek! We gaan koken met sinaasappelen en citroenen! Hè fijn dat het weer zo ver is.

Ai, dacht ik toen ik onlangs van een vriendin een pot marmelade kreeg. Ik dreig de Nationale Citrusweek te vergeten! Ergens in deze tijd moet die toch gehouden worden! Dus ik roep hem bij deze uit: het is Nationale Citrusweek! We gaan koken met sinaasappelen en citroenen!

Hè fijn dat het weer zo ver is. Ik heb er naar uitgekeken. De geur van sinaasappel in de keuken is zo aantrekkelijk beloftevol, ook van het leven en de seizoenen.

Ik heb wel eens een zondoorstoofde sinaasappel van een verwilderde sinaasappelboom geplukt, op het Griekse eiland Naxos – een zeer welkome traktatie op een lange en erg warme wandeling. Sindsdien horen sinaasappelen gevoelsmatig meer bij de zomer dan bij de winter, terwijl ik ze daarvóór altijd als winterfruit opvatte.

Het slaat in zekere zin allemaal nergens op: sinaasappelen kunnen maanden rijp aan de boom blijven hangen zonder kwaliteitsverlies. Dus dat geeft nogal wat spreiding in het zogenaamde ‘seizoen’. Bovendien komen de sinaasappelen maar voor een deel uit Europa, sinaasappelen uit Brazilië hebben weer andere seizoenen.

Dus ze zijn altijd goed.

Eerst maar eens twee citrussalades. Ze zijn alle twee eenvoudig en alle twee bijzonder lekker. Eet ze vooraf als aparte gang, dan heb je er alle plezier van.

Bij zulke eenvoudige salades als deze is het van groot belang dat alle ingrediënten goed zijn. Dus geen slappe oude bieten, of tot pap voorgekookte. De peer moet rijp zijn (dat is misschien nog het moeilijkste onderdeel van alles – de vrouw van de groentestal die ik bezwoer dat ik rijpe peren moest hebben propte toch doodleuk twee peervormige koolrapen in mijn zakje), de Parmezaanse kaas niet een of andere vage imitatie, maar een echt goede kaas. Een oprechte oude Nederlandse kaas kan ook. Maar dan wel een echte oude en niet zo’n quasi gerijpte.

Maar verder kan er niets mis gaan.

Eerst de bietensla:

Kook de bieten in één tot anderhalf uur gaar. Snijd ze in stukjes en doe die in een schaal.

Schil de sinaasappel en snijd die ook in stukjes. Doe bij de biet. Hak véél citroentijm fijn en strooi dat over de sla. Maak de sla aan met olie en citroensap en wat peper en zout.

Voor de rucolacitroensalade:

Was de rucola en droog die goed.

Snijd een citroen doormidden en rasp de schil (hier is een fijne microplane rasp een enorm voordeel) . Meng de citroenrasp door de rucola.

Schil de peer en snijd die in kleine stukjes. Doe hem in een schaal. Maak een dressing van citroensap en olijfolie met peper en zout en giet die over de peer. Rooster de walnoten even in een droge koekenpan. Hak ze grof. Schaaf dunne flinters van de Parmezaanse kaas.

Vermeng de rucola met de peer en bestrooi met de walnoten en de Parmezaanse kaas.

Twee citrussalades

Voor 4 personen

Bietensinaasappelsalade:

4 bietjes

2 sinaasappelen

flink wat citroentijm

olijfolie

citroensap

Rucola met peer en citroen:

2 handjes rucola

1 rijpe peer

30 g walnoten

50 g Parmezaanse kaas

½ citroen

olijfolie