'Voordeel is dat ik nu leiderschap kan tonen'

Het rechtse kabinet steunen of niet? De kersverse GroenLinks-leider Jolande Sap stond deze week met haar fractie voor „een duivels dilemma”.

Den Haag : 28 januari 2011 GroenLinks fractievoorzitter Sap en fractiegenoot Van Gent, die als enige uit de fractie tegen de missie naar Kunduz stemde. foto © Roel Rozenburg

Bossen bloemen had Jolande Sap gisteren nog niet ontvangen. Wel veel mailtjes en sms’jes. „Overwegend enthousiast”, zegt ze. „Ook van mensen die tegen ons besluit zijn, maar die wel waardering hadden voor het debat.”

Het was de week van GroenLinks-leider Jolande Sap. Een week die donderdag diep in de nacht in de Tweede Kamer eindigde met de vaststelling dat dankzij GroenLinks een trainingsmissie naar Afghanistan kan.

Twaalf uur later zit Sap in de Amsterdamse brasserie De Ysbreker. Tot rust is ze nog niet gekomen. „God, wat heb je veel adrenaline”. Natuurlijk wist ze dat haar een fors debat te wachten stond over Afghanistan toen zij vorige maand Femke Halsema opvolgde als fractieleider. Maar zo heftig? „Dit was echt ontzettend intens”, zegt ze.

Het was vooral ook spannend. Ging GroenLinks nu wel of niet de politietrainingsmissie steunen, was de vraag die tot donderdag laat boven de markt hing; een plan van het kabinet, voortkomend uit een motie van GroenLinks en D66 van vorig voorjaar.

Toen was er nog geen sprake van een VVD-CDA minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV. Geen sprake van „het duivels dilemma” zoals Sap het noemt. Een ongewenst kabinet, met een gewenste motie. „Dit kabinet met die gedoogconstructie is ons een gruwel, al helemaal bij onze achterban. Maar het was wel onze motie. Dan moet je je zelf de vraag stellen: als ze onze motie helemaal uitvoeren, moet je dan nee zeggen?”

En dus had GroenLinks contact met het kabinet. Eerst eind vorig jaar, in de voorbereidingsfase, toen het ging om de uitgangspunten van GroenLinks bij zo’n missie uiteen te zetten. „Geen onderhandelingen, ons aan niets laten committeren”, zegt Sap. Maar deze week kwam ze wel in een onderhandelingspositie. Een keiharde positie, want zonder GroenLinks was er geen meerderheid.

Aan het begin van de week waren jullie negatief. Wilden jullie echt nee zeggen?

„Zeker. We zijn na de hoorzitting met deskundigen maandag bij mij thuis met de fractie bijeen geweest. We hebben toen een besluit genomen. De manier waarop het kabinet invulling gaf aan de trainingsmissie was onbespreekbaar. Het had een veel te paramilitair karakter. Nee dus. Dat was een teleurstelling, maar ook een opluchting. Nee is makkelijker. Dan heb je tegenover je achterban, en zo vlak voor de verkiezingen, een veel beter verhaal. Ik heb toen ons standpunt ook aan Alexander Pechtold laten weten. Dat was heel emotioneel. D66 koerste echt op een ‘ja’. Hij heeft er wel een slapeloze nacht van gehad.”

Waarom ging de fractie dan toch onderhandelen?

„We hadden de deur op een kiertje gezet. Dat moesten we wel doen, want het was tenslotte onze motie. Als het kabinet wilde praten over aanpassingen, kon er gepraat worden. Daarom zocht ik contact met premier Rutte. We hebben dinsdagavond drie uur gepraat. Niet in het Torentje, veel te grote kans op wachtende journalisten. Maar bij mijn medewerker thuis. Ik heb toen stoom afgeblazen. We zaten boos tegenover elkaar. Waarom was onze motie zo uitgevoerd? Pas bij de hoorzitting bleek ons bijvoorbeeld dat de agenten slechts de standaard NAVO-training zouden krijgen. Mark Rutte had te weinig gedaan om draagvlak te creëren. Ik heb nog even teruggeblikt op de Paarse onderhandelingen. Verdorie, jij durfde je achterban niet te trotseren. En waar hebben wij nu mee te maken?”

Deed Rutte toen toezeggingen?

„Hij gaf aan de missie te willen veranderen naar onze wensen. Een doorbraak bleek mogelijk. Ik heb de volgende dag tegen de fractie gezegd: het lijkt erop dat we krijgen wat we willen. Dat maakte het er weer niet gemakkelijker op.’’

Jullie kregen toch wat jullie wilden?

„Natuurlijk speelt ook de context mee, namelijk dat we dit kabinet zouden steunen. Dat minister Leers bekendmaakte toch Sahar (het 14-jarige meisje dat met haar familie terugmoet naar Afghanistan, red.) te willen uitzetten, drukte ons met de neus op de feiten. Maar wij geloven in politiek waarin je dichtbij je idealen blijft en dat je binnentikt wat je kunt binnentikken. Ook in deze barre omstandigheden kunnen we toch iets bereiken. Ik zou mezelf ook ongeloofwaardig vinden als ik op een belangrijk punt voor mijn partij, zoals internationale betrokkenheid bij conflictgebieden, iets kan binnenhalen en dat dan niet doe.”

Voelt het nu als een overwinning?

„Nee, nee…. Nou, laat ik eerlijk zijn. Natuurlijk voel ik me een winnaar. We hebben de missie die we wilden. Dat had ik niet voor mogelijk gehouden. In dat opzicht voel ik me een winnaar. Maar we hebben ook een hele lange weg te gaan in de partij. We hebben veel uit te leggen. Er hebben 200 mensen hun lidmaatschap opgezegd. Die willen dit niet meemaken. Het leeft enorm.”

Ineke van Gent was tegen. Hebben jullie veel moeite gedaan haar binnenboord te houden?

„Ineke is van meet af aan duidelijk geweest. De kans was klein dat ze zou instemmen. We kennen haar geschiedenis. Zij was al lid van onze voorloper die pacifisme heel hoog in het vaandel had staan (PSP, red.) Maar we hebben elkaar steeds de ruimte gegeven. En zullen dat blijven doen.”

Was haar tegenstem toch niet een grote tegenvaller? Een unanieme fractie was een beter signaal aan de achterban.

„Dat vind ik niet. Dit zijn gewetensvolle afwegingen die je zelf moet maken. Daarom vonden we dat we donderdag moesten beslissen, en niet nog een weekend wachten. Daarvan kregen we visioenen met zo’n deur en wachtende journalisten. We wilden zonder die druk een besluit nemen.”

Wat doet u volgende week op het congres als er een motie van afkeuring wordt aangenomen?

„Dan blijft het een verantwoordelijkheid van de fractie zelf. Dan hebben wij te investeren in de partij. Ik vertrouw er op dat dat niet gaat gebeuren. GroenLinks is een volwassen partij met verschillende vleugels. Die moeten we houden. Tegenover de sterke passie van de tegenstanders wil ik onze passie laten merken.”

Dus u stapt dan niet op?

„Ik zit er pas net, het is prachtig werk. Ik ben bereid met elke uitkomst door te gaan. Het voordeel is dat ik ook de kans krijg om mijn leiderschap te laten zien.”