Voor Shiva wijken de Indiase piloten graag een beetje uit

Elke maand gaan Ramdev (50) en zijn vrouw wel even naar het Birlapark, iets buiten New Delhi. Dat is met de motorfiets zo’n veertig minuten rijden. Ze vinden het een kleine moeite om zo hun eer te betuigen aan Shiva, een van de drie belangrijkste hindoeïstische goden. Ze offeren zoetigheid, steken een wierookstokje aan en strooien goudsbloemen. „We komen hier graag.”

Ramdev en zijn vrouw zijn niet de enigen. Op vrije dagen en op maandagen, de ‘dag van Shiva’, komen er wel 4.000 tot 5.000 gelovigen, zegt de beheerder. Sommige families zijn echt een dagje uit. Ze zitten in een kringetje op het grasveld, kinderen hollen achter elkaar aan. In het parkje staan ook Krishna en zijn vriendinnetje Radha, en aan de andere kant van het toegangspad Rama en zijn vrouw Sita. Maar de meeste aandacht gaat uit naar het ruim 24 meter hoge beeld van Shiva.

Het Birlapark ligt pal aan de snelweg van New Delhi naar de satellietstad Gurgaon. Aan de overkant ligt het drukke internationale vliegveld Indira Gandhi. Shiva, met zijn drietand in zijn linkerhand en een kronkelende slang om zijn nek, heeft onbelemmerd uitzicht op de landingsbaan die zich schuin voor hem uitstrekt. En dat is een probleem.

De in 2008 in gebruik genomen baan is met een lengte van ruim 4,4 kilometer de op een na langste in Azië – alleen in het hooggelegen Tibet is er nog een langere. Maar piloten mogen pas na anderhalve kilometer hun toestel aan de grond zetten. Eerder is niet verantwoord wegens het beeld, zeggen de autoriteiten.

Het dagblad Times of India meldde onlangs dat die autoriteiten de eigenaar van het park onlangs opnieuw hebben gevraagd het beeld te verplaatsen of in elk geval van zijn voetstuk te halen, zodat het korter wordt. Maar een woordvoerder van Delhi International Airport Ltd, dat de luchthaven exploiteert, zegt van niets te weten. Uit zijn woorden valt op te maken dat men min of meer berust in de situatie, ook al wordt het vervelend gevonden dat de landingsbaan niet ten volle kan worden benut.

Die berusting is misschien niet geheel onbegrijpelijk. Het Birlapark wordt beheerd door een stichting, gelieerd aan de familie Birla. De naam Birla is al generaties lang verbonden aan een van de bekendste industriële conglomeraten in India. De Birla’s doen van oudsher ook veel aan liefdadigheid en aan promotie van kunst en cultuur. Het beeld van Shiva staat al sinds 1994 bij het vliegveld. Toen was van modernisering en de aanleg van een nieuwe landingsbaan nog geen sprake. Werknemers van Birla werden in bussen naar de onthullingsplechtigheid gebracht. Nu zegt een woordvoerder van de stichting niets te weten over problemen met het vliegveld.

De Birla’s komen oorspronkelijk uit Pilani in de deelstaat Rajasthan. Daar woont ook beeldhouwer Matu Ram Verma, de maker van het standbeeld van Shiva. Hij heeft er twee jaar over gedaan, zegt hij. Eerst vlocht hij een stalen raamwerk, toen goot hij beton in de bekisting en vervolgens gaf hij Shiva een deklaag van gesmolten koper. Overal in India, en sinds kort ook in Nepal, staan door hem gemaakte Shiva’s. Hij zegt een kopie te hebben van de vergunning die destijds werd afgegeven om het beeld bij het Indira Gandhi-vliegveld neer te zetten. Het beeld gewoon van zijn sokkel halen is niet mogelijk, zegt hij.

Als Ramdev en zijn vrouw weglopen bij het altaar voor het beeld van Shiva, zet een vliegtuig net de landing in. Het toestel is nog zo ver weg dat je je afvraagt waarom er een probleem is. Het Birlapark ligt niet in het directe verlengde van de landingsbaan. Shiva, met een lichtbaken op zijn kruin, lijkt niemand in de weg te staan. Een woordvoerder van de luchtverkeersleiding benadrukt dat het vliegverkeer absoluut veilig is, omdat de landingsprocedure is aangepast aan de aanwezigheid van Shiva.

Ook piloot Singh (28), die net is geland, zegt dat we ons geen zorgen hoeven te maken. „Beroepsmatig vinden we het alleen merkwaardig dat we slechts tweederde van de baan mogen gebruiken”.

Of het beeld van Shiva er van bovenaf mooi uitziet, weet hij niet, zegt hij. „We worden geacht op onze instrumenten te letten, niet om ons heen naar buiten te kijken.”

Wim Brummelman