Sport in beeld

Denver? Ben je daar? Ik lust je rauw! Ik vreet je op! Drie seconden nog en ik hang boven in die toren en dan zul je nog wat beleven!

Grrr en nog eens grrr.

Wat verder nog opvalt, is de symmetrie. De kracht daarvan spreekt voor zichzelf. Niet dat je er niet over zou kunnen uitweiden, hoor. Je kunt om te beginnen vragen stellen. Waarom hecht ons oog kennelijk zo aan orde? Aan: links zus, dan ook rechts zus. Is het een ingebakken gevoel voor rechtvaardiging, ja, voor gelijkberechtiging? Of voert dat te ver en is dat sowieso te moreel gedacht, en zijn onze hersenen gesteld op zo min mogelijk chaos? Maar is dat evolutionair dan weer niet vreemd, aangezien de natuur chaotisch is, of in elk geval niet symmetrisch? (Evolutionair? Pfff. En hoe is de mensch dan op snowboards terecht gekomen? Doelloos, zinloos, niettemin?)

Laten we ook eens kijken naar de ellende van symmetrie. Wie een vinger krijgt, wil de hele hand. Die ene lamp hangt scheef. Links staat een gebouw te weinig en zelden – zegt u nou zelf – zagen we kunstsneeuw zo willekeurig aan weerszijden van een schans neergekwakt. Ergerlijk gewoon. De reclame-uitingen. Idem dito. Er zit symmetrie in het asymmetrische, zou je bijna zeggen. En dan hebben we het nog niet over de twee gebouwen aan weerszijden van wat we maar het Capitool noemen. Die lijken enigszins op elkaar: enigszins. Dat is het allerergste! Een beetje, maar niet helemaal. Armoedig. Enigszins. Je krijgt er vanzelf een dichtgeknepen mond van.

Zo willen we niet leven.

Denver? Ben je er klaar voor?

Pieter Kottman