Spanje wijzigt pensioen-stelsel

Het Spaanse kabinet heeft gisteren ingestemd met een ingrijpende wijziging van het pensioenstelsel. De regering had hierover donderdagnacht al een principeakkoord bereikt met de vakbeweging. De wijziging moet nog worden goedgekeurd door het parlement, maar de minderheidsregering van de socialistische premier Zapatero is verzekerd van voldoende steun voor het plan.

De hervorming van het Spaanse pensioenstelsel, de meest ingrijpende sinds 1996, behelst onder meer een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 67 jaar met ingang van 2013. Alleen mensen die minimaal 38,5 jaar pensioenpremie hebben afgedragen kunnen straks nog op hun 65ste jaar stoppen met werken, evenals mensen die werkzaam zijn in zware beroepen. De werkelijke pensioenleeftijd, die nu op gemiddeld 61 jaar ligt, zal door deze wijzigingen stijgen tot 63 jaar.

Een andere belangrijke maatregel is dat de hoogte van het pensioen voortaan anders wordt berekend. Nu wordt die vastgesteld op basis van het verdiende inkomen in de laatste 15 jaar. Onder het bereikte akkoord wordt deze periode geleidelijk opgerekt tot 25 jaar in 2024. De maatregelen zijn bedoeld om het pensioenstelsel in de komende decennia betaalbaar te houden. Spanje (46 miljoen inwoners) telt nu 9 miljoen gepensioneerden. In 2040 zullen dit er 17 miljoen zijn.

In Europees verband zegde de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero de verhoging van de pensioenleeftijd in mei reeds toe. Zijn land wordt door het uitbreken van de eurocrisis internationaal gewantrouwd. Sinds afgelopen voorjaar lanceerde Zapatero verscheidene structurele economische hervormingen in een poging vertrouwen te herwinnen.

Het donderdag bereikte akkoord moet de opmaat vormen naar een breder sociaal pact met de bonden, onder andere over hervorming van de cao’s.