Onrust D66 om lijst voor Eerste Kamer

Onder de leden van D66 is beroering ontstaan over de kandidatenlijst voor de Eerste Kamer, vanwege de verkiesbare plaats op de advieslijst van de burgemeester van Nijmegen, Thom de Graaf.

De Graafs burgemeesterschap zou kunnen leiden tot belangenverstrengeling, vrezen sommige leden. De Graaf zelf noemt dat verwijt „grote onzin”.

Op 2 maart zijn de verkiezingen voor de Provinciale Staten, waarna de gekozen Statenleden een nieuwe Eerste Kamer kiezen. Tot 18 februari kunnen D66’ers hun stem uitbrengen die de volgorde bepaalt van de kandidatenlijst voor de senaat. De lijst is opgesteld door de partijvoorzitter en de reeds gekozen lijsttrekker, voormalig minister en Tweede Kamerlid Roger van Boxtel.

Oud-Europarlementariër Bob van den Bos en burgemeester van Hilversum en voormalig Tweede Kamerlid Ernst Bakker vinden dat zij te laag op de advieslijst zijn gekomen. Ze willen geen namen noemen, maar zeggen beiden te betreuren dat „een burgemeester van een grote stad” hoger staat dan zij. Hun aanhangers maken via de sociale netwerksite Facebook duidelijk om wie het gaat: Thom de Graaf, die op plaats vijf staat.

Ernst Bakker: „Het is al een schande dat het CDA iemand aan de top van de lijst zet die Bouwend Nederland leidt.” Dat is een belangenorganisatie voor de bouwbranche. „Dat onze partij nu ook tot dit soort praktijken overgaat, is treurig.” Bakker zegt dat hij vier jaar geleden door de partijleiding was gepolst voor de senaat, maar dat hij weigerde omdat een burgemeester, zoals hij, niet in de Eerste Kamer zou horen. Bakker zegt dat de senaat „een lobbycircus” dreigt te worden en dat D66 daaraan niet moet meewerken door de burgemeester van een grote stad op een verkiesbare plaats te zetten.

Oud-partijleider Jan Terlouw deelt de kritiek. „Senator én korpsbeheerder zijn, dat gaat niet samen. Onze partij was daar in het verleden veel strenger in. Ik betreur het dat D66 die strengheid heeft losgelaten.”

Thom de Graaf wijst erop dat de partij het verbod op deze dubbelfunctie al jaren geleden heeft opgeheven. „Net als een hoogleraar, of iemand die voor een bedrijf werkt, moet ik er natuurlijk voor zorgen dat ik in de Kamer nooit het woord voer over kwesties waar een verstrengeling van belangen kan optreden. Ik zou overigens niet de eerste burgemeester van een grote stad zijn in de senaat. Tientallen zijn me voorgegaan.”