Ongeruste leden melden zich direct

De fractie van GroenLinks schrok toen bleek dat premier Rutte alle eisen inwilligde. Een veilig ‘nee’ tegen de missie naar Kunduz werd onmogelijk.

De boodschap van Jolande Sap bezorgde de Tweede Kamerfractie van GroenLinks koude rillingen. Dinsdagavond was Sap met premier Rutte gaan praten om uit te leggen waarom haar fractie onmogelijk akkoord kon gaan met de missie naar Afghanistan. Haar collega’s wachtten op een verslag van Saps weigering. Maar zover kwam het niet. Rutte willigde alle eisen in. En meer. De fractieleden kregen een sms van Sap. Het verhaal kon zomaar een andere wending krijgen, schreef ze.

„Jolande, was je maar nooit naar Rutte gegaan.” Dat was volgens een van de fractieleden het gevoel dat vanaf dat moment heerste. Opeens was er de verantwoordelijkheid, opeens lag er een confrontatie met de achterban in het verschiet. Woensdag en donderdag spraken de GroenLinksers eindeloos met elkaar. De emoties liepen hoog op. Er werd gehuild. Je bent machteloos op het moment dat aan al je eisen wordt voldaan.

„Dit was een ommekeer. Je schrikt: nu kunnen we niet meer terug. Maar het is natuurlijk ook mooi dat we als kleine partij echt het verschil maken”, zegt een ander Kamerlid van GroenLinks. Slechts één van de tien fractieleden houdt vast aan het verzet tegen de politietrainingsmissie: Ineke van Gent. Een voormalige PSP’er bij wie – volgens haar collega’s – „het pacifisme en de geschiedenis van de partij dieper zit dan bij de anderen”. Van Gent heeft een bloedhekel aan dit kabinet, zeggen haar collega’s. Haar ‘nee’ was principieel. Ze kon er niet op vertrouwen dat de missie goed zou worden uitgevoerd. Hoewel de meningen binnen de fractie uiteen liepen, bleef de stemming saamhorig, zeggen de Kamerleden. Er werden grapjes gemaakt over ‘dissident Van Gent’. „Ien is onze Kathleen”, refererend aan CDA-Kamerlid Kathleen Ferrier, die gewetensbezwaren had tegen samenwerking met de PVV.

Maar de Tweede Kamerleden voelden de druk van buitenaf toenemen. Een achterban die in meerderheid tegen is. Een nieuwe fractievoorzitter die vlak na haar aantreden met een mogelijke opstand bij de achterban wordt geconfronteerd. Naast vicefractievoorzitter Van Gent waren nog twee Kamerleden van GroenLinks geneigd tegen de missie te stemmen. Hun bezwaren waren inhoudelijk. Zij gingen ‘om’ op basis van argumenten.

Door de toezeggingen die GroenLinks samen met D66 en ChristenUnie heeft losgekregen, is er volgens deze partijen sprake van een civiele missie. De opgeleide agenten mogen niet bij de militaire strijd worden betrokken. Niet de NAVO maar de Europese politiemissie Eupol heeft de leiding. En als de veiligheidssituatie in Kunduz ernstig verslechtert, wordt de operatie gestaakt.

Allemaal prima, vond het kabinet. De missie met 545 Nederlandse militairen en politieagenten kan naar Kunduz vertrekken. Maar zullen de ingewilligde eisen de gemoederen bij de kritische achterban sussen?

Geheimzinnig over de oppositie binnen de eigen partij doet GroenLinks in elk geval niet. Zie de inleidende tekst bij de open brief die fractieleider Jolande Sap en partijvoorzitter Henk Nijhof na het nachtelijk debat op de site van GroenLinks plaatsten. „In de bewuste brief wordt gepoogd het voor velen onbegrijpelijke standpunt van de GroenLinks Tweede Kamerfractie aangaande de Afghanistanmissie uit de doeken te doen.”

Historicus Dick Verkuil is niet verbaasd over de onrust. „Er is een traditie van goed willen doen in de wereld, maar dat zorgt altijd voor heel veel discussie. Dit past in een patroon. Vergeet niet dat GroenLinks ook de VN-missie in Bosnië [Srebenica, 1995] heeft gesteund, de NAVO-bombardementen op Servië [rond de Kosovo-oorlog, 1999] en de inval in Afghanistan na 11 september.”

En ook toen GroenLinks voor een pacifistisch standpunt koos, was er veel kritiek. In 1991 keerde de partij zich tegen het kabinetsbesluit om Israël tegen de Iraakse Scud-raketten te beschermen met behulp van ‘Nederlandse’ Patriot-raketten. „Daar zijn ze toen snel van teruggekomen”, zegt Verkuil.

Ondanks de historische parallellen heeft het ‘ja’ voor Afghanistan al tot het nodige interne verzet geleid. Prominenten als Sietse Bosgra (destijds voorman van Komitee Zuidelijk Afrika) en Karel van Breukhoven (voorzitter werkgroep Midden-Oosten GroenLinks) roerden zich direct: de eerste kondigde aan zijn lidmaatschap op te zeggen, de tweede stelde een motie van afkeuring in het vooruitzicht bij het komende partijcongres. „Er zijn altijd een paar mensen die oproer kraaien en dat is ook heel nuttig”, zegt een Kamerlid. „Dat houdt ons scherp.”

Een ander Kamerlid verraadt ergernis. „We moeten nu niet spastisch gaan doen door een paar mastodonten. En we moeten ons zeker niet uit elkaar laten spelen.”

Meer pijn bij GroenLinks doen wellicht de ruim 1.500 mailtjes die gisteren als reactie op het besluit binnenkwamen. Voor het grootste deel negatief. Een Kamerlid: „We moeten nu uitleggen dat het een keus was tussen cynisme en idealisme. We hebben voor het laatste gekozen.” Ook waren er tweehonderd opzeggingen. Ter relativering: vorig jaar groeide het aantal leden met 6.000.

Intussen twitteren de Kamerleden zich suf om alle vragen vanuit hun kritische achterban te beantwoorden. Dat gaat de komende dagen nog wel even door, verwacht Kamerlid Tofik Dibi. Hij twitterde: „Het wordt bikkelen om jullie te overtuigen mensen, maar ik ben vastberaden om uit te leggen dat dit een GroenLinks ideaal bij uitstek is.”