Om te beginnen: wat zijn nu ‘echte babyboomers’?

Wie heeft de ‘schuld’ van de uit de hand gelopen problemen rond integratie en normhandhaving in Nederland? Het debat daarover is nog lang niet beslecht, zoals blijkt uit Hubert Smeets’ bijdrage in Opinie & Debat van 22 januari. Smeets laat zien dat de jaren zeventig, inclusief het linkse kabinet-Den Uyl, een lange reeks leuke dingen voor de mensen hebben voortgebracht. Dus waarom zouden we links verwijten maken?

Dat we in de jaren zestig en zeventig een enorme sprong voorwaarts hebben gemaakt in vrijheid en gelijkwaardigheid, en dat ‘links’ daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld, wordt door weinigen ontkend. Het debat gaat over wat daarna gebeurde: het ‘doorslaan’ van sommige van die vernieuwingen in de jaren tachtig en negentig, met schadelijke gevolgen op gebieden als immigratie, integratie en wetshandhaving. Smeets wijst erop dat deze ontwikkelingen niet in de schoenen van links kunnen worden geschoven en inderdaad: de genoemde problemen stapelden zich vooral op onder de kabinetten-Van Agt en -Lubbers. Dat is interessant weerwerk voor degenen die alle schuld bij ‘links’ willen leggen, zoals PVV-Kamerlid Martin Bosma.

Maar intrigerender is de andere vraag die door Smeets’ verhaal heen loopt: kan de babyboomgeneratie aansprakelijk worden gesteld voor die problemen? Nee, wil Smeets betogen. Sinds eind jaren zestig hebben maar 47 ‘echte babyboomers’ die in de jaren zeventig hun carrière begonnen, het tot minister of staatssecretaris geschopt, voert hij aan. Maar wat zijn ‘echte babyboomers’? Demografisch gesproken liep de Nederlandse geboortegolf door tot 1965; waar trekt Smeets de grens? En behoorden de door hem genoemde Ton Regtien, Huib Riethof en Bertus Hendriks tot de geboortegolf? Nee, zij werden geboren in respectievelijk 1938, 1941 en 1942. Wel hoorden ze bij de Maagdenhuisbezetters. Geboortegolf, Maagdenhuisbezetters en ‘links’ lopen bij Smeets door elkaar.

Belangrijker nog lijkt mij dat het weinig vruchtbaar is de invloed van de geboortegolf te willen turven aan de hand van precieze aantallen en geboortejaren, of die invloed te illustreren aan aantallen ministerszetels. Evenmin als we er wat aan hebben een zwartepiet uit te delen aan een bepaalde groep mensen en lekker puh tegen ze te roepen. De demografische geboortegolf is in dit debat vooral van belang als draagster van een sociaal-culturele golfbeweging, die niet alleen via ministersposten tot haar recht kwam, maar die ook het doen en denken beïnvloedde van allerlei andere beleidmakers én gewone mensen.

Herman Vuijsje

Socioloog, Amsterdam