'Nigel mag zijn gif niet verliezen'

Jerry de Jong kende als voetballer vele hoogte- en dieptepunten. Van international onder Rinus Michels tot ontslag bij MVV. „De media willen je steeds hetzelfde stempeltje opdrukken.”

Nederland, Eindhoven, 27-01-11 Opbouwwerker Jerry de Jong. © Foto Merlin Daleman

‘Als je denkt dat je een heel leven kunt leiden zonder problemen, dan houd je jezelf voor de gek”, zegt Jerry de Jong, in Grand Café Meneer Frits aan de Markt in Eindhoven. „Zo werkt het niet. Als voetballer krijg je vroeg of laat met tegenslagen te maken. De media willen je steeds hetzelfde stempeltje opdrukken. Dat heb ik meegemaakt en daar heeft mijn zoon Nigel nu ook mee te maken. Daar kan je bijna niet tegen strijden. Dat doen mensen die zich niet in een ander verdiepen. Ik kan daar niets mee. Juist omdat ik wél wil weten wat er in anderen omgaat. Ik heb mijn focus verlegd van het voetbal naar de mens.”

De 46-jarige oud-voetballer en vader van international Nigel de Jong heeft als combinatiefunctionaris bij Sportformule Eindhoven de juiste balans gevonden. Hij geniet ervan om tieners in de stadswijk Tongelre aan het sporten te krijgen. „Sport is een belangrijk bindmiddel voor de jeugd. Het sociale gedrag binnen een sportploeg is heel anders dan in de gewone maatschappij. Ik heb er nooit behoefte aan gehad om coach te worden. Laat mij maar lekker bij kinderen aan de zijlijn staan. Daar kan ik mijn ei kwijt. Ik heb de rust gevonden om te kunnen genieten van kleine dingen.”

Dat is wel eens anders geweest. Het leven van De Jong kenmerkt zich door extreme pieken en dalen. Op zijn vijfde verhuist hij aan de hand van zijn moeder van Suriname naar Nederland. De Jong groeit op zonder vader in Amsterdam-West en leert voetballen op het Mercatorplein. De verdediger schopt het via PSV tot drievoudig international. Maar er zijn ook vele donkere kanten. De relatie met zijn Nederlandse partner loopt stuk waardoor hij een groot deel van de opvoeding van zijn zoon Nigel mist. De Jong raakt in de problemen en ziet zijn voetballoopbaan eind 2000 bij het Maastrichtse MVV abrupt eindigen als uitkomt dat hij de bankpas van zijn ploeggenoot Emerson heeft gestolen.

De Jong blikt in zijn woonplaats Eindhoven terug en vertelt vol trots over de carrière van zoon Nigel. „Als voetballer is hij me in alles voorbijstreeft”, zegt De Jong senior nippend aan een cappuccino. „Ik zal nooit zeggen dat het door mij komt, dat hij het zover heeft gebracht. Want dat is niet zo. Nigel heeft het helemaal zelf gedaan. Zo moet het ook gaan. Daarbij gaat het ook om de keuzes die je maakt. Hij zet de juiste stappen. Nigel mag trots op zichzelf zijn. Hij is een wijs mannetje geworden. Ik hoop dat hij ook een beetje trots op mij is.”

Het heeft De Jong pijn gedaan dat hij in 1989 door een breuk met zijn voormalige partner gescheiden werd van zijn zoon en dochter. Het is misschien wel het meest bewogen jaar uit zijn leven, waarin hij ontsnapt aan de SLM-vliegramp en SC Heerenveen verruilt voor PSV. „Als je uit elkaar gaat, dan heeft dat consequenties. Een daarvan was dat ik niet meer constant mijn kinderen kon zien. Dat doet pijn. Maar ik moest ook verder met mijn eigen leven”, stelt De Jong. Op 7 juni 1989 staat zijn wereld even stil als vlucht PY 764 bij Zanderij neerstort. Tal van spelers van het kleurrijk elftal onder wie Fred Patrick, Lloyd Doesburg, Steve van Dorpel en Jerry Haatrecht verongelukken. „Ik had al een ticket voor die vlucht en zou voor het eerst in mijn leven teruggaan naar mijn geboorteland. Maar Heerenveen hield me tegen. Ik moest en zou nacompetitie spelen.”

De Jong raakt na het ongeluk hevig geëmotioneerd. „Het waren allemaal vrienden van me. Ik nam me voor naar alle begrafenissen te gaan. Maar ik ben alleen naar die van Jerry Haatrecht geweest. Ik zag zijn gebalsemde gezicht. Dit was niet de Jerry die ik had gekend. Toch zal dat beeld altijd om mijn netvlies blijven. Ik was na die begrafenis kapot. Totaal gebroken. Ik kon het niet meer opbrengen van de anderen afscheid te nemen. Tot op de dag vandaag ben ik nooit teruggeweest in Suriname.”

Een paar maanden na de ramp maakt De Jong de transfer van zijn leven. Het grote PSV lokt hem naar Eindhoven. „Bobby Robson was trainer en ik speelde met mannen als Van Breukelen, Gerets, Lerby, Kieft en Romário. Het ging zelfs zo goed, dat [bondscoach] Rinus Michels me 1990 tegen Griekenland liet debuteren in Oranje. ‘Je speelt tegen Saravakos’, zei Michels de avond voor dat duel in de Kuip. Ik heb geen oog dicht gedaan. Schitterend als ik daar aan terugdenk. Dat neemt niemand me meer af. Nigel heeft de band van die wedstrijd bij mij thuis wel honderdduizend keer gezien.”

De Jong verliest bij PSV de strijd van Erik Gerets en Berry van Aerle en komt via FC Groningen, Caen en FC Eindhoven in 1997 bij MVV terecht. In Maastricht beleeft hij de moeilijkste tijd van zijn leven. „Ik raakte steeds verder in de problemen, maar wilde niemand tot last zijn. Ik stond er alleen voor, werd door anderen onder druk gezet en probeerde de ene fout met de andere te herstellen. Het leek net alsof het niet om mij ging. Onbewust zocht ik het moment dat alles zou uitkomen. Dat kwam er. Ik werd door iedereen aan de schandpaal genageld. Zo gaat dat met een bekende voetballer. Ik werd afstandelijk. Mijn lach was verdwenen.”

Tien jaar na zijn diepste dal voelt De Jong zich op 11 juli 2010 als een kind zo gelukkig op de tribune van Soccer City. Daar maakt Nigel zich op voor de WK-finale. „‘Pa, je moet komen’, had Nigel tegen me gezegd. Ik heb het vliegtuig gepakt en ben gegaan. Ik was bloednerveus. Ik heb intens zitten genieten op de tribune. Ik was zo ongelooflijk trots.” Al snel na de verloren eindstrijd slaat bij de critici de stemming om en komt Nigel de Jong door zijn harde spel onder vuur te liggen. De Jong zucht: „In het stadion kon je zien dat Nigel bij de overtreding op Xabi Alonso gewoon verkeerd uitkwam. Op tv werd het zo vaak herhaald totdat iedereen er schande van sprak.”

Nigel de Jong is drie maanden na het WK onderwerp van een nationale discussie als hij een been breekt van de Fransman Ben Arfa. „Ik zag het op tv en dacht direct: ‘O, God. Nu gaan we het krijgen’. En het kwam. Van alle kanten werd hij bekritiseerd. Op een gegeven moment ging het te ver. Hugo Borst noemde hem in Studio Voetbal een crimineel. En zei vervolgens dat het erfelijk bepaald was. Borst mag dan een slimme jongen zijn die mooi kan schrijven, maar als je op tv iets over een ander roept moet je wel beseffen wat je doet. Ik ben daarna uitgenodigd door Pauw en Witteman, De Wereld Draait Door en weet ik niet wat. Het is één groot circus. Ik heb het allemaal afgeslagen. Ik wilde Nigel in bescherming nemen, maar dat hoefde niet. ‘Laat maar pa, ik heb het al lang gehad met de Nederlandse pers’, zei hij.”

Jerry de Jong denkt dat het achteraf misschien zelfs wel goed is geweest dat bondscoach Bert van Marwijk zijn zoon buiten het Nederlands elftal liet. De verdedigende middenvelder zit nu weer bij de selectie van Oranje dat op 9 februari in Eindhoven tegen Oostenrijk speelt. „De media zouden alles alleen nog maar verder hebben uitvergroot. Al begrepen ze er in Engeland niets van dat je land je schorst voor een overtreding bij je club. Nigel heeft het goed opgepakt bij Manchester City. De andere internationals hebben hem gesteund. Ze weten dat Nigel niet iemand bewust blesseert. Hij is een echte winnaar en mag zijn gif niet verliezen. Voetballers als Wouters, Gatusso en Nigel zijn onmisbaar. Of je ervan houdt, dat is wat anders. Je bent fan van Nigel de Jong of niet. Ik ben nu eenmaal zijn allergrootste fan.”