Niemand is nog veilig voor de KGB

De politieke repressie is met verdubbelde kracht terug in Wit-Rusland. Wie maar telefoneerde tijdens het protest in december, wordt verhoord door de KGB.

In de foyer van de Dzjerzjinski-club, het naar de oprichter van Lenins geheime politie vernoemde theater in een zijvleugel van het KGB-hoofdkwartier, wachten zo’n twintig mannen en vrouwen op hun beurt. Drie keer per week komen ze hier pakjes afgeven voor hun verwanten, de tientallen oppositieactivisten die sinds het neerslaan van het protest tegen de uitslag van de Wit-Russische presidentsverkiezingen van 19 december nog worden vastgehouden. 37 van hen hangt een gevangenisstraf van vijftien jaar boven het hoofd wegens het aanstichten van massale onlusten.

„Het is verboden hun boeken en kranten te bezorgen”, zegt Olga Nekljajeva, echtgenote van de gearresteerde presidentskandidaat Vladimir Nekljajev. „Voedsel mogen we slechts twee keer per maand brengen. Ik ben hier vandaag om een bezwaarschrift in te dienen, omdat ze brieven van mijn man achterhouden.”

Samen met presidentskandidaat Andrej Sannikov is Vladimir Nekljajev de meest vooraanstaande van de politieke gevangenen. Nog voordat het protest uit de hand liep, werd hij gemolesteerd door medewerkers van de KGB. „Hij lag bewusteloos in het ziekenhuis, toen hij door agenten in burger werd meegenomen”, vertelt Olga. „Hij had geen kleren aan. Die heb ik afgeleverd, toen ik na een week eindelijk wist waar hij zat.”

Hoe het Nekljajev en zijn lotgenoten vergaat, weet niemand, ook omdat ze hun advocaten niet onder vier ogen kunnen spreken. „Wel mochten ze eind december een brief aan hun familie schrijven”, zegt Nastja Loiko, medewerkster van mensenrechtenorganisatie Viasna. „Daarin beweren ze dat ze het goed maken. Het is natuurlijk allemaal schijn. Sannikov is er echt slecht aan toe. Ze hebben hem een gebroken been geslagen. In zijn cel kan hij alleen op zijn rug liggen, terwijl dag en nacht het licht brandt.”

De politieke repressie is in Wit-Rusland sinds 19 december met verdubbelde kracht teruggekeerd. President Loekasjenko, die de afgelopen twee jaar naar de EU lonkte in de hoop op financiële steun die hem onafhankelijker van Rusland kon maken, zette zijn vage beloftes van politieke liberalisering in een nacht tijd op ijs.

Dagelijks vallen politie en KGB in het hele land kantoren van oppositiepartijen en mensenrechtenorganisaties binnen. Meer dan 200 Wit-Russen zijn inmiddels tot korte gevangenisstraffen van maximaal vijftien dagen veroordeeld, omdat ze aan het protest hebben deelgenomen. Nu ze weer vrij rondlopen, vrezen ze voor hun baan of van hun opleiding te worden weggestuurd. „Zowel de KGB als de politie is al bij me op bezoek geweest”, zegt de 18-jarige studente en homorechtenactiviste Varvara Krasoetskaja, die op het plein bewusteloos werd geslagen. „Ze proberen me nu van de universiteit te schoppen. De KGB dreigt ook mijn broer te ontslaan, die muziekleraar op een school is.”

Iedereen die op de avond van 19 december op het Onafhankelijkheidsplein was en mobiel heeft gebeld, is inmiddels door de KGB opgespoord en voor verhoor opgeroepen, vertelt Viasna-advocaat Valentin Stefanovitsj. „Het zijn er zo’n 70.000, want ze hebben ook de nummers achterhaald van iedereen die bij het nabijgelegen station stond te bellen zonder aan het protest deel te nemen. De verhoren zijn zuiver bedoeld als intimidatie. In de toekomst moet niemand de straat meer op durven te gaan om te protesteren.”

Op het partijbureau van het oppositionele Wit-Russische Volksfront leidt Natalka Motoez even later bezoekers langs een tentoonstelling over de demonstratie. Foto’s van betogers die worden gearresteerd, knuppelende ME’ers, vrijgelaten gevangenen met handen in het gips, naar buiten gesmokkelde gevangenisdagboeken. „Op 21 december kwamen tal van mensen hier spullen voor de gevangenen afleveren”, zegt Motoez. „Tandpasta, sokken, zeep, warme truien. Aan die wand daar hebben we er wat van opgehangen. En daar, in de hoek, is een cel nagebouwd, compleet met een als kerstboom opgetuigde plastic waterfles.”

De meeste indruk maken de lijsten met de namen en geboortedata van de gearresteerden: veelal jonge mannen en vrouwen, die zich een ander land wensen dan de eigentijdse versie van een dictatuur die Loekasjenko voor hen heeft bereid.

Nog geen kilometer verderop, huist in het Wit-Russische P.E.N.-centrum de redactie van Nasja Niva, een krant met een oplage van 7.000 exemplaren, die tussen 2006 en 2008 verboden was. Tegenwoordig wordt Nasja Niva weer gedeeltelijk door de overheidsdistributeurs verspreid. „We weten niet wat ons boven het hoofd hangt, zo gespannen is de situatie”, zegt hoofdredacteur Andrej Djenko. „Het regime probeert zoveel mogelijk media te onderdrukken. Ze willen ons zelfcensuur opleggen. Bij commerciële kranten en websites is dat al gelukt.”

Op 28 december vielen politie en KGB de redactielokalen van Nasja Niva binnen en werden alle computers en laptops in beslag genomen. Ook kregen redacteuren thuis politiebezoek. „Officieel waren ze op zoek naar foto’s en videomateriaal van de demonstratie, maar in werkelijkheid was het ordinaire intimidatie en probeerden ze ons te verhinderen ons werk voort te zetten”, zegt Djenko.

Op het pleintje voor de katholieke kerk naast het Huis van de Regering, waar het protest werd neergeslagen, verzamelen zich om acht uur ’s avonds tien vrouwen en twee jonge mannen. Ze plaatsen waxinelichtjes aan de voet van het bronzen beeld van Sint-Joris en de draak. Dan zetten ze religieuze hymnen in, die ze afwisselen met gebeden, waarin ze hardop de namen van de gearresteerden memoreren. Voor niets en niemand zijn ze bang.