Neem nog een roomdommel

Soms krijg je interessante e-mail. Dit schreef een vriend laatst: „Meestal krijgen dingen een naam nadat ze gemaakt zijn, toch? Waarom niet eens omgekeerd?”

Terwijl ik vanmiddag naar huis terug fietste, verzon ik het post-pomo-toetje: pistachepastiche.

Hij wist natuurlijk niet hoe dat eruit zou moeten zien en ik geef toe dat ik er ook nog niet uit ben. Maar het leek ineens allerlei nieuwe mogelijkheden op te leveren. Ik verzon direct kuikenkugel. „Wreed lekker” oordeelde de betreffende vriend, die meteen nog een duit in het zakje deed die mij nu almaar achtervolgt: ‘de roomdommel’, afkomstig van Marten Toonder. Mijn vriend wist even niet meer uit welk verhaal, wel het citaat: ‘neem nog een roomdommel’, als het even moeilijk werd.

Wie zou niet ook heel graag dat zinnetje uitspreken: „Neem nog een roomdommel.” Vooral als het even moeilijk wordt, ja, je voelt dat een roomdommel dan wonderen zal kunnen doen.

Volgens mij moet banketbakker Cees Holtkamp aan het werk en een roomdommel voor ons ontwerpen. Dat kan hij. De roomdommel moet van de dromerigheid van borstplaat zijn, maar dan zachter en wolkiger, denk ik.

Gek hoeveel je meteen al weet over zo’n lekkernij. Net zoals je je van iemand die je aan de telefoon spreekt, maar nooit gezien hebt, toch al een voorstelling maakt. Zodat je kunt denken als je hem of haar in het echt ziet: die had ik me héél anders voorgesteld. Niet dat je weet hoe anders. Gewoon anders.

Bij gebrek aan roomdommel dan maar een toetje met een romige, dommelige bovenlaag. Ik serveerde het in wijnglazen en dat stond bijzonder feestelijk. Maar al had het er vreselijk stom uitgezien, dan zou dat nog niets geven want oeioeioei, wat was dat heerlijk. Ik ga het meteen weer maken. Ook van Diana Henry. Zij is de ware huisgodin, het spijt me voor de door mij ook heus wel hooggewaardeerde Nigella. Diana is de top. Dat weet je als je deze naar rozen geurende pruimedanten maakt. Het is natuurlijk helemaal elegant om de glazen met rozenblaadjes te bestrooien. Maar ja, het is nu geen tijd voor tuinrozen en gekweekte zitten meestal nogal vol gif.

Sudder de pruimedanten 20 minuten zachtjes met de rode wijn, de thee, de suiker en de cassis. Roer af en toe om de suiker op te lossen. Er moet een niet al te grote hoeveelheid siroop over blijven. Laat de pruimen daarin afkoelen.

Rooster de walnoten en laat ze afkoelen. Hak ze grof. Schraap en hak met een stevig mes de chocola, zodat je zowel flinters als kleine stukjes hebt.

Verdeel de pruimen met de siroop over vier wijnglazen. Strooi de walnoten en de chocola erover.

Sla de slagroom lobbig en vermeng die met de yoghurt, de poedersuiker, de cassis en het rozenwater. Schep een flinke dot van het roommengsel op de pruimen en laat het toetje een paar uur staan.

Zoiets kan misschien wel roomdommel heten? Maar nee, die had ik me toch anders voorgesteld.