Miljoenencircus

Opeens miljonair – 44 Nederlanders overkwam het vorig jaar dankzij een winnend lot in de loterij. Het leven van de meeste winnaars staat meteen op z’n kop. Een ‘prijswinnaarbegeleider’ wijst hen de weg in de wereld van nieuwe rijkdom.

Het ergst was nog die man aan de deur. Twee dagen na de uitzending stond hij er al. Of ze hem even 40.000 gulden wilden geven. Hij had alles verloren, had zware schulden. En zij hadden nu toch geld te veel.

Drie dagen eerder, in februari 1996, hadden Jan en Tannie van Donk (86 en 74 jaar) te horen gekregen dat ze de winnaars waren van zeven miljoen gulden. Die ‘klap’ waren ze zelf nog maar amper te boven. Op donderdagavond had een auto van de Postcode Loterij hen thuis opgehaald. Toen dachten ze nog: ‘Wat zullen de buren wel niet denken?’

In de Lido Club in Amsterdam had ineens Henny Huisman aan hun tafeltje gestaan. „Dag mijnheer en mevrouw Van Donk, alles goed met u?”, had hij gevraagd. Jan van Donk: „Wij vroegen ons nog af: hoe kent hij ons?” Nadat hij een gouden envelop tevoorschijn had gehaald, wist Tannie van Donk „een paar minuten lang helemaal niks meer”. Pas later, bij het zien van de tv-beelden op video, bleek dat ze apathisch voor zich uit had gestaard.

In het afgelopen jaar werden 44 Nederlanders plotsklaps miljonair dankzij een winnend lot uit de loterij. De ene winnaar zal jaren nodig hebben aan het idee te wennen, de andere reageert er stoïcijns op. Voor beiden geldt: hun leven verandert van het ene op het andere moment.

De gekte rondom de geldprijzen bereikt jaarlijks z’n hoogtepunt omstreeks oud en nieuw. Vier weken geleden, bij het Staatsloterij Oudejaarsfeest op het Amsterdamse Museumplein, viel een hoofdprijs en een ‘jackpot’ van beide 27,5 miljoen euro. Op het KNSM-eiland in Amsterdam viel begin januari de Postcodekanjer van 25 miljoen euro. De buurtbewoners kregen te maken met overweldigende media-aandacht. De bekendheid die zo’n grote geldprijs met zich meebrengt, stellen de meeste winnaars niet op prijs. Zij ontmoeten afgunst in hun directe omgeving, met bedelbrieven en vrienden die hen opeens mijden. Maakt zo’n grote geldprijs eigenlijk wel gelukkig?

Plat gebeld door vrienden en journalisten

Voor winnaars Jan en Tannie van Donk begon het echte rumoer in 1996 pas twee dagen na het winnen van hun prijs, toen de loterijshow op televisie kwam. Jan van Donk: „Een half uur later stond de pers al op de stoep.” Dat hoorden ze later van de buren. Zelf waren ze niet thuis geweest. De Postcode Loterij had hun geadviseerd de avond en nacht elders door te brengen. Maar de volgende dag was het nog erger. Ze werden plat gebeld door vrienden en bekenden en journalisten stonden voor de ramen te dringen.

En dan was er nog die man aan de deur die 40.000 gulden eiste. „Botweg nee durfde ik niet te zeggen”, vertelt Jan van den Donk. „Voor je het weet, heb je een steen door de ruit. Ik wimpelde hem af door te zeggen dat ik mijn geldzaken uit handen had gegeven.” Een week later viel er een brief op de deurmat. Zelfde verhaal. Een tijd later weer een, en weer een. De toon werd dreigender. Toen de man schreef dat hij zich van een flat zou gooien als ze nu niet heel snel met geld over de brug kwamen, trokken ze aan de bel.

Ze richtten zich tot Bea Post, die de miljoenenwinnaars begeleidt namens de Postcode Loterij. Post had een ‘kort gesprek’ met de man. Daarna hield de pathologische bedelaar zich stil.

Probleem opgelost, zo lijkt het. Maar er vielen genoeg andere dingen te regelen. „Er komt ineens zoveel op je af”, zegt Jan van Donk. Ze waren net met pensioen: zij was secretaresse geweest, hij bedrijfsleider bij een firma in elektronica. Ze hadden een bescheiden AOW-uitkering, met nog geen 5.000 gulden op de bank. Na belastingaftrek kwam daar in één keer 5,25 miljoen gulden bij. „Dat was even wennen.” De Postcode Loterij bracht hen in contact met belastingadviseurs van PricewaterhouseCoopers, die prijswinnaars de eerste drie maanden van hun miljonairsbestaan begeleiden.

„Echt gekke dingen” hebben ze niet gedaan met hun geld, zegt Tannie van Donk. Een groot deel van het geld schonken ze aan kinderhuizen in Indonesië. Bij enkele reizen door dit land waren ze geschrokken van de leefomstandigheden in de huizen die ze hadden bezocht. „Helemaal niets hadden die kinderen.” De keuze voor de precieze bestemmingen van het geld en de organisatie er omheen kostte hun veel tijd: „We hebben toen misschien wat te veel hooi op onze vork genomen. Ik heb me in die tijd ook wel eens afgevraagd of we er nu wel gelukkig door waren geworden”, blikt Tannie van Donk terug.

Haar gevoel voor verantwoordelijkheid werd ineens een zware last: „We zaten nu op zo’n grote hoop met geld dat we ons bij ieder goed doel gingen afvragen of we daaraan ook niet iets moesten geven. Voorheen ging dat soort zaken langs me heen, omdat ik toch niks te geven had.”

Een drukkend gevoel maakte langzaam plaats voor meer plezier. Nadat ze tweederde van het geld aan hun twee zoons hadden gegeven, kochten ze twee fietsen en een stacaravan. Er kwam een nieuwe auto en een videocamera om de eerste stapjes van hun pasgeboren kleinkind vast te leggen. Ook volgden er nog wat reisjes, naar de Canarische eilanden, naar Mallorca en de Algarve. Met geld weggeven werden ze wat voorzichtiger: „Je moet niet zomaar duizenden euro’s gaan uitdelen, anders word je al snel een geldautomaat waar iedereen kan komen pinnen.”

Hun rijtjeshuis lieten ze opnieuw verven, ze bouwden een garage en namen een nieuwe badkamer. Verhuizen is nooit in ze opgekomen. Ze wonen nog steeds in dezelfde straat in hetzelfde dorp in Zuid-Holland. Hun woonplaats willen ze liever niet noemen: „Je weet nooit wat voor mensen je nu weer aan je deur krijgt.” Het huis bevalt hun prima: „We kennen hier iedereen en wonen vlakbij het centrum. Met het rollatortje is dat ook nog prima te doen.”

‘Ik zie een vrouw weggedoken in een hoek’

Al twintig jaar begeleidt Bea Post de miljoenenwinnaars van de Postcodeloterij. Ze vond haar functie zelf uit. Na een baan bij Greenpeace, waar ze enkele jaren werkte als hoofd van de donateursadministratie, was ze bij de Postcode Loterij aangenomen om de lotenadministratie te automatiseren. Toen de eerste prijs van 1 miljoen gulden viel, mocht ze mee naar de uitreiking. De winnares reageerde heel anders dan verwacht: „Ik kom binnen en zie een vrouw weggedoken in een hoek van de kamer. Helemaal overdonderd was ze door Henny Huisman en een cameraploeg die opeens in haar huiskamer stonden. „Ze huilde en ik deed met haar mee. Ik dacht: wat gebeurt hier? Van blijdschap was helemaal niets te merken.”

Toen Henny Huisman en de cameraploeg waren vertrokken, besloot Post weer naar binnen te gaan. Een goed besluit, bleek later: „De winnares zat ineengedoken op de bank, met haar twee katten, compleet overstuur. Toen ben ik naast haar gaan zitten en hebben we samen nog een potje gejankt. Ik heb haar mijn kaartje gegeven en gezegd: als er wat is, dan bel je me maar. Maakt niet uit hoe laat.”

Post meldde het voorval aan haar baas: „Het is behoorlijk ingrijpend wat wij iemand aandoen, zei ik hem. Dit kan toch eigenlijk niet? Iedereen zegt dat hij wel een miljoen zou willen winnen, maar als het je eenmaal overkomt, kun je wel eens heel anders reageren.” Post kreeg goedkeuring voor haar idee de winnaars voortaan te begeleiden en te laten adviseren door financieel deskundigen.

Prijswinnaars kunnen haar nog altijd bellen voor advies, ook jaren later. „Iemand anders aan wie ze iets vragen, vindt al snel dat ze zeuren, met al hun miljoenen. Ik niet.” Ze reageert nog steeds hetzelfde als twintig jaar geleden: „Ik ben gewoon een ontzettend emotioneel mens. Als iemand gaat janken, dan jank ik mee. Daar kan ik niets aan doen. Dat is nu eenmaal zo.”

Niet gelukkiger gemaakt

„Een nieuw gevoel van vrijheid” ziet Bea Post bij miljoenenwinnaars meestal langzaamaan ontstaan. Het duurt een paar maanden voordat ze met hun nieuwe financiële situatie weten om te gaan: „Een vrouw die een paar jaar geleden twee miljoen won, zei laatst tegen me dat ze daarvan nu pas kon genieten. Het heeft lang geduurd voordat ze wist wie haar echte vrienden waren en wie niet. Ze kon nu eindelijk ook plezier hebben van haar geld.”

Bea Post herinnert zich een veehouder uit een dorp in Overijssel met nog geen tweeduizend inwoners. Vijf boerengezinnen werden in 2003 in één klap multimiljonair. Eén van hen, een 37-jarige veehouder, werd door een bezorgd familielid in zijn gierkelder gevonden. Hij had diezelfde ochtend gezegd dat hij het leven niet meer aankon. Volgens een dorpsbewoner die in de Telegraaf zijn verhaal deed, zat de man ‘al niet lekker in zijn vel, maar hadden al die miljoenen hem bepaald niet gelukkiger gemaakt’.

De boer kwam weer bij bewustzijn, maar een tijd later slaagde een volgende zelfmoordpoging. Hij was niet de enige die moeite had met de grote geldprijs. Een ondernemer uit hetzelfde dorp reageerde in dezelfde krant: ‘Het probleem in een kleine gemeenschap als de onze is dat je het eigenlijk nooit goed doet. Koop je een te kleine auto, of leef je op de oude voet verder, dan ben je een vrek. Koop je een grote auto en ga je van het leven genieten, dan ben je een patser.’

Post ziet het als een van haar taken mensen die „emotioneel een beetje verstopt zitten” te leren genieten van hun prijs. Ik hoor winnaars vaak zeggen: ik kan mijn hoofd niet uitzetten, ik word gek. Dan zeg ik: doe maar rustig aan, over een tijdje ben je er hartstikke blij mee.”

Of het prijzengeld mensen echt gelukkiger maakt? „Geluk zit in mensen zelf. Geld kan je leven wel een stuk makkelijker maken, maar als je op het punt stond te scheiden, zul je dat na het winnen van een prijs nog steeds gaan doen. Mensen die van nature echt somber zijn, worden niet gelukkig van twee miljoen.”

‘Die eerste maanden waren niet leuk’

Peter en Bep van den Broek (71 en 61 jaar) wonnen tien jaar geleden 2,5 miljoen gulden. Bep van den Broek: „Die eerste maanden vond ik het eigenlijk helemaal niet leuk. Er moest zo veel worden geregeld: met notarissen, banken en allerlei instanties. Daar had ik toen helemaal geen behoefte aan, maar het moest.”

En dan het geworstel met de directe omgeving. „Opeens moest ik overal rekening mee houden. Ik had het al als we naar een verjaardag gingen: wat moest je meenemen? Met één bosje bloemen zouden ze vast denken: kan er niet meer af? Maar als ik twee bossen bloemen zou meenemen, zou die ander zich weer verplicht voelen de volgende keer mij ook twee bossen te geven.”

Hoe ze dit probleem heeft opgelost? „Door gewoon te doen zoals ik denk dat het goed is. Dus niet meer uitgaan van de ander, maar van mezelf.”

En dan waren er de krassen op hun auto, drie weken na het grote nieuws. Bep van den Broek: „Ik stapte ’s ochtends de deur uit en daar zaten ze: één vol over de breedte en één over de lengte.” Ze ‘schrok zich rot’: „Ik had het gevoel dat ik leegliep.”

Ze kan zich herinneren dat ze in die periode riep ‘haar oude leven’ terug te willen: „Ik had het gevoel dat ik dat kwijt was. Je werd echt geleefd.”

Dat kwam ook door alle aandacht die ze in het begin kregen: „Naast een schooibrief die we ontvingen van een bijstandsmoeder met twee kinderen waren ze met radio en televisie constant bij ons in de straat. Ze stonden zelfs in mijn nieuwe autootje te filmen.”

Ze was niet de enige die last had van de media-aandacht: „Ikzelf durfde niet meer naar buiten. Een buurvrouw, die ook veel had gewonnen, kon zelfs helemaal niet meer eten. Die was vijf kilo kwijt in een week.” Het contact met de acht gezinnen in haar straat die ook hadden gewonnen, werd alleen maar hechter: „Zo’n grote geldprijs maakt je ook kwetsbaar. Samen sta je sterker.”

De schok die ze kreeg na de bekendmaking van het geldbedrag op het dorpsplein vergeet ze niet meer: „Ik had me altijd al afgevraagd waarom mensen zo stom reageerden als ze hoorden wat ze hadden gewonnen. Maar toen ik de videobeelden van mezelf achteraf zag, deed ik het zelf ook. Spierwit was ik.” Op het plein had ook een ziekenwagen gestaan: „Heel goed dat die er stond, dacht ik nog. Je schrikt enorm op zo’n moment, je zou er nog wat van krijgen.”

Samen met haar man en de andere winnende straatgenoten vierden ze die avond feest in een hotel van de Van der Valk-keten. Daar sliepen ze ook die nacht: „Onze straat was afgezet. De politie wilde ieder risico uitsluiten. Ze waren bang voor mensen die kwaad waren dat zij niets hadden gewonnen. Dat ze stenen door de ruiten gingen gooien of zo.”

Dat ze inmiddels zijn verhuisd naar een groter huis in een andere straat heeft niets te maken met angst voor andere ongeregeldheden, zegt Van den Broek: „Dit huis is beter voor onze toekomst. Hier is alles gelijkvloers en kunnen we samen oud worden.”

Bij de bekendmaking van de prijs waren Jan en Tannie van Donk live op televisie geweest. Daardoor werden ze korte tijd later bij een vakantie in het Turkse Alanya herkend: „We gingen een kroeg binnen en werden aangestaard door een groep mensen die zich had verzameld rondom de stamtafel. Toen wisten we al hoe laat het was.” Het echtpaar besloot weg te gaan: „We leken wel een of andere bezienswaardigheid.”

Twee prijzen, samen 11 miljoen

Arno (56) en Rina (54) Woesthoff kregen ook hun portie media-aandacht en een stroom reacties in hun directe omgeving te verwerken. Arno Woesthoff, kwisfanaat, had in 2001 het buitengewone geluk twee keer achter elkaar een groot geldbedrag te winnen. Dat deed hij met de spelshow Miljoenenjacht. In april won hij een miljoen gulden, vijf maanden later won hij nog eens tien miljoen. De beslissende vraag van die laatste aflevering staat voor altijd in zijn geheugen gegrift: ‘Wat krijg je op je bord als je in België waterkonijn bestelt?’ Bij het eerste miljoen was dat: ‘Wat betekent carpe diem?’

Van de bekendheid die de prijs met zich meebracht, heeft het echtpaar Woesthoff nooit last gehad. Om afgunst van anderen konden ze wel lachen. Zoals die ene keer dat hij op straat een euro vond en opraapte. „Toen hoorde ik een man achter me zeggen: heb je nou nog niet genoeg?”

En dan al die bedelbrieven die ze kregen: „Een halve meter ontvingen we. Van een man die net een ton met beleggen had verloren, tot een vrouw die graag een dakkapel op haar woning wilde hebben. Of de man die beweerde dat hij de ark van Noach had gevonden en daarvoor met ons geld een expeditie wilde opzetten. En dan al die zorginstellingen die nieuwe busjes, reisjes en materiaal wilden – ongelofelijk.” Of hij er ook wel eens op inging, houdt hij liever voor zichzelf.

De eerste jaren vond hij het zelfs wel leuk, al die aandacht. Hij kwam in kranten en op televisie en werd zelfs gepersifleerd in het tv-programma Kopspijkers. Tijdens een vakantie op de Seychellen ontmoetten hij en zijn vrouw Rudi Carrell: „Wij namen ons voor om hem met rust te laten, maar toen kwam hij naar ons toe. Of hij met ons op de foto mocht! Dat is toch de omgekeerde wereld?”

Drie jaar geleden trad hij nog op in een reclamespot van de Postcode Loterij, waarin hij enthousiast vertelt over zijn bedrijf in wijnevenementen. Nadat hij in 2003 zijn hypotheekadviesbureau had verkocht, had hij zich volledig gestort op zijn passie voor wijn.

Een gebrek aan voldoening ervaart Woesthoff na zijn twee prijzen niet – verre van zelfs: „Het is toch fantastisch dat je mensen blij kunt maken? Ik vind het heerlijk mensen bij een wijnproeverij een leuke avond te bezorgen. Daarnaast vind ik het nog steeds geweldig als ik voor mijzelf een bijzondere wijn op de kop kan tikken, of een goede cd kan kopen, als klassieke muziekliefhebber.”

Of het bijzondere reisje dat hij zijn broer, die een aantal jaar geleden overleed, nog kon geven: „Wij waren een jaar eerder nog gezamenlijk naar een groot meerdaags muziekfestival in Valencia geweest. Daar hebben we goed uitgepakt, lekker luxe gedaan. Ik ben zo blij dat wij dat samen hebben mogen beleven.”

‘Een stel kinderen zijn jullie’

Bij Jan en Tannie van Donk had de directe omgeving meer moeite met hun nieuwe rijkdom. Zo was er een goede vriend van Jan van Donk die steeds minder van zich liet horen: „Toen ik hem vroeg waarom hij dat deed, kreeg ik als antwoord dat ik nu toch bij ‘die andere club’ hoorde, met mijn geld. Dat heb ik hem gelukkig snel uit zijn hoofd weten te praten. We zijn nog steeds goede vrienden.” En dan was er ineens de aandacht van ‘beter gesitueerden’ in het dorp. Tannie van Donk: „Keurden ze ons voorheen nog geen blik waardig, nu groetten ze iedere keer als ze ons zagen. Daar hebben we toen wel pret om gehad. Wat zijn jullie toch een stel kinderen, dachten we.”

Het geld heeft hen niet gelukkiger gemaakt, wel rustiger: „Vroeger moesten we drie keer nadenken of we de tank wel weer met benzine konden vullen. Dat hoeft nu niet meer.” En ook de medische zorg en aanpassingen in huis zijn natuurlijk goed geregeld. Jan van Donk: „Nee, ik mag op mijn 86e niet mopperen.”