Mag de monumenteneigenaar straks zijn gang gaan?

De regeling ter bescherming van monumenten wordt vereenvoudigd. Met zijn artikel Monumentaal gebouw gaat straks de puincontainer in (24 januari) raakte Koos Steehouwer een open zenuw met veel reacties als gevolg van zowel voor- als tegenstanders. Een selectie uit de stortvloed.

Niets stiekems aan indiening van de maatregel

Het artikel ‘Monumentaal gebouw gaat straks de puincontainer in’ van Koos Steehouwer (Opiniepagina, 24 januari) slaat de plank volledig mis. Staatssecretaris Zijlstra wordt neergezet als iemand die zaakjes stiekem regelt. Maar de maatregelen om bepaalde ingrepen vergunningvrij te maken, zijn keurig gerangschikt in een overzicht naar alle betrokken gesprekspartners gegaan. VNG, Federatie Grote Monumenten, Federatie Welstand... ieder heeft van de Rijksdienst volledig inzicht gekregen. Daarna is de regeling naar de Tweede Kamer gestuurd. Daar is niks stiekems aan.

In rijksmonumenten wordt alles achter de voorgevel niet zonder meer vrijgegeven, zoals Steehouwer suggereert. Schrootjeswanden, zachtboardplafonds, keukentjes en moderne aanbouwsels kunnen straks inderdaad zonder vergunning worden verwijderd. Maar voor ingrepen in de structuur, het doorbreken van muren, het bouwen van dakkapellen is en blijft een vergunning nodig.

Steehouwer maakt een karikatuur van de eigenaar. Deze is verworden tot iemand die blij is dat zijn monument vogelvrij is. Je kunt het zelfs nog erger treffen met een barbaarse winkelketen. Nee, die eigenaar mag wel investeren, wachten op de vergunning en leges betalen – maar verstand van zijn eigendom heeft-ie niet. Daarvoor moet gewacht worden op de monumentenambtenaren die na een bedenktijd van 8 tot 26 weken kunnen aangeven dat de verwijdering van een aanrecht uit de jaren 80 is toegestaan.

Er is nog een punt dat om een reactie vraagt. Zo zou het Besluit Ruimtelijke Ordening volgens „menig jurist” niet functioneren. Het zou bedoeld zijn om „een bomkrater in de regelgeving weer dicht te schoffelen”. Het genoemde besluit vormt sinds 2007 de ruggegraat van de Nederlandse archeologie. Het is de methode die erkende monumentengemeenten als Maastricht, Apeldoorn en Eindhoven in hun bestemmingsplannen toepassen voor een goede, in de ruimtelijke ordening passende monumentenzorg. Maar een stucplafond kun je er inderdaad niet mee beschermen. Daarvoor hebben we beschermde monumenten.

Jan de Jong

Projectleider modernisering monumentenzorg bij het ministerie OCW

Niet alleen schrootjeswand en systeemplafonds weg

De reactie van Jan de Jong van OCW omzeilt het grote probleem in het artikel van Steehouwer. Het zijn namelijk niet alleen schrootjeswanden en systeemplafonds die door het voorstel van de staatssecretaris vergunningsvrij in de container zullen verdwijnen, maar ook historische muurschilderingen, beschilderde plafonds, marmeren schouwen en spiltrappen.

De angel is het voorstel dat de eigenaar bepaalt of de monumentwaarde wordt aangetast. Voor een eigenaar is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om een objectief oordeel over de waarde van onderdelen van het monument te geven. Ten eerste omdat bij de eigenaar veelal de expertise ontbreekt en ten tweede omdat een ander (eigen)belang meespeelt bij de beoordeling.

Het trieste is dat de cultuurhistorische onderdelen onvervangbaar zijn. Als een stucplafond of een middeleeuwse muurschildering verdwenen is, is het voor altijd verloren.

Edwin Orsel

Voorzitter Convent van Gemeentelijk Bouwhistorici

Wijziging heeft juist een tegenovergesteld gevolg

De Federatie Grote Monumentengemeenten is voorstander van vereenvoudiging van regelgeving. Dus minder regels voor de burger en minder bureaucratie. Maar de voorgenomen wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) vormt een bedreiging voor de beschermde stads- en dorpsgezichten. Vergunningvrije activiteiten kunnen plaatsvinden zonder dat de eigenaar voldoende kennis heeft over de monumentale waarde.

Dit leidt uiteindelijk tot een tegenovergesteld effect van de doelstellingen van de modernisering van de monumentenzorg. Gemeenten zullen hierdoor meer gebouwen en structuren als monument gaan aanwijzen.

Als oplossing hiervoor vragen we de staatssecretaris om het mogelijk te maken dat een moment tussen gemeente en burger kan worden ingericht bij vergunningvrije wijzigingen en bij het vergunningvrij bouwen in, aan, op of bij beschermde monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten. De burger meldt in deze situaties vooraf zijn voornemen aan de gemeente en mag van de gemeente verwachten dat daarop inhoudelijk service wordt verleend.

Karin Westerink

Voorzitter Federatie Grote Monumentengemeenten

Er moet op zijn minst een meldingsplicht komen

De Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB) zet zich sinds 1899 in voor de kennis over en het behoud van monumenten. Wetgeving heeft van tijd tot tijd aanpassing nodig. Maar het aangekondigde wetsvoorstel leidt tot volledige deregulering en het feitelijk vogelvrij verklaren van monumentale interieurs.

De onwil om een meldingsplicht op te nemen in de nieuwe wetgeving is een klap in het gezicht van alle monumentenspecialisten. Hun deskundigheid wordt door de wetgever genegeerd en zelfs buitenspel gezet.

De KNOB sluit zich om die reden van harte aan bij de oproep van Koos Steehouwer en de Federatie Grote Monumentengemeenten aan de staatssecretaris om aan de voorgenomen wetgeving in ieder geval een meldingsplicht toe te voegen.

Drs. D. Scheerhout

dr.mr. G.H. Medema

Vicevoorzitter en secretaris KNOB

Zonder inmenging straks zeecontainers in de tuin

Koos Steehouwer schrijft dat de Modernisering van de Monumentenzorg een grote bedreiging vormt voor de monumenten. Hij heeft gelijk, voor interne verbouwingen in rijksmonumenten is straks geen vergunning meer nodig. Dat is de kat op het spek binden, en dat gaat dus mis. De remedie: verplicht eigenaren om een voorgenomen verbouwing bij de gemeente te melden. Verplicht gemeenten om zo’n melding razendsnel en gevoed met kennis van de cultuurhistorie te beantwoorden. Dan is een vergunning niet nodig.

Maar Steehouwer raakt slechts één aspect van de Modernisering. Doordat ook het onderhoud aan rijksmonumenten vergunningvrij wordt, zonder dat precies omschreven is wat onderhoud is, dreigt veel waardevol materiaal vernield te worden.

Ten derde bevat het voorstel een paradoxaal element: voortaan moeten gemeenten in hun bestemmingsplannen gebieden met cultuurhistorische waarden beschermen, maar tegelijkertijd wordt het bestaande instrument voor gebiedsgerichte monumentenzorg afgebroken. In alle beschermde stads- en dorpsgezichten kunnen voortaan aan de achterzijde schuren, serres, dakkapellen en zonnepanelen worden geplaatst. Zonder enige vergunning en zelfs als het in het gemeentelijke bestemmingsplan verboden wordt. Dat gaat dus ten koste van de meest Hollandse stadscentra, dorpjes, lintbebouwing en vergezichten: daar mogen zonder enige inmenging zeecontainers worden neergezet of glazen spiegelpaleisjes. Na vier eeuwen komt er met de rijksoekaze een einde aan de Amsterdamse keurtuinen, die al sinds de zeventiende eeuw met een ‘keur’ of verordening gevrijwaard zijn van schuurtjes en prieeltjes.

Flip ten Cate

Directeur van de Federatie Welstand, de landelijke vereniging van welstands- en monumentencommissies

Winkelketens zijn niet geïnteresseerd in historie

Deregulering is prima, maar de regels uit het verleden zijn niet voor niets ontstaan. Als we willen dereguleren moeten we eerst goed uitzoeken wat de impact ervan zal zijn.

In onze binnensteden, waar de meeste monumenten staan, zijn de grondprijzen het hoogst en zijn veel panden in het bezit van ontwikkelaars en grote winkelketens. De meeste zijn niet in monumentale waarden geïnteresseerd. De praktijk leert ons dat veel monumentale elementen verwijderd worden als er geen controle plaatsvindt. Ik vrees dat de Tweede Kamer onvoldoende op de hoogte is van de consequenties en Europese regels als ze dit voorstel laat passeren.

B. Eikhoudt

Restauratieadviseur, Den Bosch

Er komen helemaal geen besparingen door besluit

De illustratie bij het artikel Monumentaal gebouw gaat straks de puincontainer in is treffend. Het bord lege slakkenhuizen kan zo de afvalcontainer in. Hebben staatssecretaris Halbe Zijlstra en zijn ‘monumenten’-ambtenaren ervan gesmuld? Ik denk het niet. Zij zijn niet zo geïnteresseerd in de inhoud. Kostenverlaging lijkt vooral hun drijfveer bij het Besluit tot deregulering van de monumentenzorg. In de toelichting op het Besluit wordt gesteld dat „onderzoek heeft uitgewezen dat ten gevolge van de wijzigingen in onderhavig besluit het aantal omgevingsvergunningen met betrekking tot beschermde monumenten zal dalen met 20 procent”. Hoe zou dit onderzoek verricht zijn? De staatssecretaris stelt een nulsituatie voor, uitgaande van 3.000 aanvragen per jaar. Er zouden 600 aanvragen minder komen. Maar er is helemaal geen goede nulsituatie voorstelbaar. In de praktijk van de gemeentelijke monumentenzorg worden de meeste kleine veranderingen en het regulier onderhoud al jaren zonder vergunningsprocedures geregeld. Vergunning voor sloop van keukenblokjes en gipsplaten of een spijker in de muur slaan, zoals de staatssecretaris het zo tendentieus in zijn toelichting uitdrukt, wordt meestal in het vooroverleg afgehandeld. En juist dit nuttige en effectieve vooroverleg van eigenaar en monumentenzorger wordt nu door dit Besluit om zeep geholpen. De financiële ‘winst’ zal dus heel beperkt zijn.

Dr.ir. A.H. van Drunen

Den Bosch

Kennis bij het Rijk is klein, ambitie is groot

In de afgelopen anderhalf jaar, de periode waarin ik voorzitter ben van de Stichting Bouwhistorie Nederland, heb ik mij oprecht verbaasd. Verbaasd over een ministerie dat geen enkele kennis heeft van de praktijk. Ik heb verschillende keren contact gehad met de verantwoordelijken voor monumenten. Mij viel een aantal zaken op: de verkokering bij de rijksbeleidsmakers is groot; de kennis van de daadwerkelijke praktijk bij hen is klein; het traject dat nu in uitvoering is wordt door hen als een zelfstandige missie ervaren.

Materiedeskundigen op alle niveaus hebben een voor Europese begrippen unieke manier van samenwerken tussen eigenaren, deskundigen en toezichthouders in de afgelopen periode ingericht. Bij gewoon onderhoud en aanpassingen van niet-monumentale waarden wordt de eigenaar met kennis bijgestaan en krijgt gewoon verlof (niks vergunning of wat dan ook) voor het onderhoud of verwijderen van de eeuwig aangehaalde schrootjeswand. Laagdrempelig en kosteloos dus. Natuurlijk ken ik ook enkele gemeenten die om onduidelijke reden nog steeds voor alle werkzaamheden aan een rijksmonument een vergunning eisen. Maar dat is absoluut geen standaardpraktijk.

Bij een eerdere wijziging die betrekking had op rijksmonumenten, is besloten dat het aantal van ca. 65.000 rijksmonumenten van voor 1850 wel genoeg is. Zonder dat iemand de staatssecretaris om een onderbouwing voor deze limiet heeft gevraagd. Niemand in ons land weet wat er nog verborgen achter voorgevels zit. Doordat we nu wettelijk onmogelijk maken om het juiste onderhoud te kiezen, zal alleen de voorgevel als rudiment overblijven.

Zouden monumenteneigenaren precies weten wat ze bezitten en wat ze willen? Zolang op Marktplaats enorme hoeveelheden aan schouwombouwen, binnendeuren, Delftse tegels etc. worden aangeboden, behoud ik me het recht voor om daar sterk aan te twijfelen.

Koos de Looff

Voorzitter Stichting Bouwhistorie

Vereenvoudiging is geen einde monumentenzorg

De staatssecretaris staat op het punt om een hoogstwenselijke vereenvoudiging van de monumentenvergunning door te voeren. Plotseling klinken vanuit vakgroepen en gemeenten alarmbellen, alsof het einde van het monumentenbehoud in zicht is. Niets is minder waar. Welke doelgroep betreft het? De vereenvoudiging heeft geen betrekking op grotere verbouwingen van monumenten of op grootschalig onderhoud van kerken, molens of buitenplaatsen. Dit soort werk wordt ook in de toekomst altijd uitgevoerd in overleg met de gemeente of het Rijk. De doelgroep is hoofdzakelijk de particuliere eigenaar van een woonhuismonument – wel verreweg de grootste groep. Maar ook bij deze groep blijft gelden, dat voor groot onderhoud de vergunning noodzakelijk blijft.

Is het huidige vergunningstelsel effectief? De essentie van de bestaande vergunningregels is in de loop van de laatste twintig jaar geworden: iedere ingreep aan een monument is vergunningplichtig. Sinds een decennium propageert het Rijk dat een monument beter af is met goed jaarlijks onderhoud dan met een cyclus van verval en restauraties. Onbedoeld staat de huidige vergunningplicht regelmatig, regulier onderhoud zwaar in de weg.

Leidt het huidige vergunningstelsel tot beter behoud? Het bewaren en behouden van cultuurhistorie begint met kennis. Als een eigenaar weet hoe bijzonder zijn monument is, zal trots plaatsmaken voor vernieling. Doch in het huidige stelsel hoedt een eigenaar zich er wel voor om de gemeente om advies te vragen, want de kans op een doorverwijzing naar een vergunningaanvraag is zeer groot.

Kan het beter? Het huidige stelsel waarbij alles vergunningplichtig is, blijkt in de dagelijkse praktijk niet te handhaven, het leidt niet aantoonbaar tot beter behoud en zeker niet tot kennisverbetering bij de eigenaar. De Rijksdienst, maar ook enkele grote monumentengemeenten, leggen zich terecht steeds meer toe op kennisopbouw. Het voorstel van de staatssecretaris om klein onderhoud vergunningvrij te maken sluit aan bij de meest wenselijke dagelijkse praktijk. Het past beter in een afweging van redelijkheid bij de eigenaar en overheid: er zijn geen onredelijke vergunningprocedures meer nodig.

Carlo Huijts

Directeur Vereniging Hendrick de Keyser, vereniging tot behoud van waardevolle huizen in Nederland, eigenaar van 386 objecten in 93 gemeenten