Initiatierite Jolande Sap komt Rutte goed van pas

Of de Afghanen blijvend van Jolande Saps politieke initiatierite profiteren, moet blijken. Premier Rutte wist beschaafd zijn voordeel ermee te doen. Zijn minderheidskabinet maakte deze week, ondanks friendly fire van de PVV, een geslaagde proefvlucht boven onherbergzaam, parlementair terrein, met als uitkomst een veilige landing in Kunduz, Zuid-Holland.

Zelden speelde een politiek debat zo openlijk op verschillende niveaus.

Oppervlakkig gezien ging het over een voorstel om Nederlandse militairen en politiedeskundigen uit te zenden naar Noord-Afghanistan om lokale politiemensen te trainen. Wat betreft buitenlandpolitiek ging het om een signaal aan Europese en andere NAVO-partners – wij zijn er nog, we doen mee! D66 was daar het meest eerlijk in. Het kabinet hield zich angstvallig aan de micrologica van de missie.

Ten slotte ontspon zich, op het derde niveau, een puur binnenlandpolitieke pas de deux waarin de nieuwe voorvrouw van GroenLinks probeerde een internationalistisch-idealistische koers te slijten aan haar achterban. Een ruime meerderheid van de aanhangers – van wie de oudere met communistische, pacifistische en christen-radicale wortels – bleek daar, ook nadat het kabinet concessies had gedaan, niet van overtuigd. De premier demonstreerde intussen dat hij ook kan regeren zonder Geert Wilders.

Op niveau één ging het natuurlijk over Nederlands bijdrage aan het lot van Afghanistan. Grootmachten sinds Alexander de Grote zijn daar hun spierballen komen vertonen. Niemand kreeg grip op het land, zoals ook de Amerikanen en hun NAVO-bondgenoten ervaren. Dat is geen verrassing voor wie vijf minuten kijkt hoe ook de Mongolen, de Britten, de Russen al hun tanden fijnmaalden op dit ondoordringbare land ter grootte van Texas, dat klem ligt tussen Pakistan, Iran, drie voormalige Sovjetstaten en China. In de beraadslagingen van het Nederlandse parlement deze week was niet steeds merkbaar dat deze geschiedenis al een paar eeuwen bezig is.

Vooral Jolande Sap en acht van haar negen fractiegenoten van GroenLinks wilden de Afghanen van nu heel graag helpen, net als de ChristenUnie (vijf zetels). Premier Rutte had die stemmen, en die van D66 (tien), nodig om de 51 zetels van VVD en CDA aan een meerderheid te helpen. Gedoogpartner PVV wees de missie radicaal af: „Eerst Gouda, dan Kunduz veilig maken,” aldus Wilders.

Natuurlijk wist Femke Halsema dat dit debat eraan kwam toen zij vlak voor de kerstvakantie haar vertrek aankondigde. Was haar gezag voldoende geweest om alle soorten idealisme binnen GroenLinks over deze bergpas te leiden?

Vorig jaar al hadden GroenLinks en D66 gevraagd om een niet-militaire opvolger van de na vier jaar beëindigde Uruzgan-missie. Thematisch was het dus geen nieuws, maar een nieuwe leider moet, juist na zo’n schijnbaar soepele machtsovername, laten zien waar zij voor knokt en hoe zij omgaat met botsende meningen in de eigen partij. Jolande Sap was de afgelopen weken tevreden over gesprekken met interne andersdenkenden, liet zij weten, maar van pacificatie was kennelijk toch geen sprake. Opzeggingen volgden. Het GroenLinks-congres van volgende week belooft vuurwerk.

Was het verstandig dat Sap deze kwestie aangreep als meesterproef? Het was origineel dat zij als getalsmatig noodzakelijke, maar bescheiden oppositiefractie naar premier Rutte stapte en extra toezeggingen eiste. Het was verfrissend dat zij daarvan ook geen geheim maakte. Het is de vraag of zij besefte dat zij de premier daarmee een gouden kans gaf haar met wat Haagse woordpastei aan zijn karretje te lijmen.

Saps specialiteit is sociaal-economisch radicaal-realisme. Nu onderging zij haar initiatierite op het merkbaar minder vertrouwde terrein van de gewapende ontwikkelingshulp. Rutte en zijn verbale infanteristen grepen hun kans met heerlijkheden als „de Dutch approach”, Nederland als stuwende kracht, nadruk op community policing, vrouwen- en kinderrechten en – als schattige klap op de vuurpijl – een ‘agentvolgsysteem’, om te garanderen dat de door de Nederlandse benadering gevormde Afghaanse agenten niet stiekem zullen schieten.

Nee, zij wilde niet meedoen aan cynisme, maar is het niet bijna cynisch als je eerst ongeveer tegen een levensgevaarlijke missie bent en je dan door dit soort creativiteit-met-kurk laat overhalen om voor te stemmen? Het regende „keiharde toezeggingen” vanachter de regeringstafel, maar die gingen over Afghanen die geen seconde onder Nederlands bevel staan en in hun eigen land doen wat zij nodig vinden om te overleven – toezeggingen die nog moeten worden verkregen van een regering in Kabul die iedere legitimatie mist en van onze rechtstaat alleen het bonnenquotum zou begrijpen. Dat doen ze daar al jaren.

Het ontbreken van een militaire traditie in dit land leidt iedere keer ertoe dat binnenlandpolitieke coalitiekronkels beschikken over besluiten met aanzienlijke gevolgen voor andere volken en voor de duizenden Nederlandse gezinnen die pionnen leveren voor de exotische acties waartoe wordt besloten in Kunduz, Zuid-Holland. Door de missie hier om meerderheidstechnische redenen ‘civiel’ te verklaren, wordt Afghanistan nog niet geciviliseerd, zoals de tevredenen van donderdagnacht zeggen te denken.

De woordvoerders van coalitiepartijen VVD en CDA waren, als grown-ups, opvallend kort van stof – weinig idealisme. Zij lieten het aan het kabinet over om het voor civilisatie vatbare deel van de oppositie naar binnen te lokken. Waren zij niet ten minste aan de uitvoerders van straks en hun familie verplicht om iets meer moeite te doen om de echte argumenten te verwoorden? Nederland heeft een half miljard euro en een onbekend aantal mensenlevens over voor een plekje in de grotemensenwereld.

E-mail de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen