Informele aardbeving

Terremoto de Jerez. Do 27/1 in de Melkweg, Amsterdam. ****

In de flamenco is zang de uitlaatklep. Gitaarspel, dans en het begeleidende klappen voeren de druk op, maar blijven altijd stijlvol. Beheersing staat daarin voorop, al doet de aanslag van gitaristen geregeld denken aan mitrailleurvuur. De zang, daarentegen, is een pan vol heftig borrelende emoties, die elk moment kan overkoken. De vorig jaar overleden zanger Fernando Fernández Pantoja werd, net als zijn vader, ‘Terremoto’ genoemd. Met zijn stem kon hij mensen tot in hun beenderen doen schudden.

In een eerbetoon aan Terremoto kwam gisteren een keur aan kopstukken uit de flamenco voorbij in een informele setting. Er was wel een volgorde bepaald, maar als solisten een bevlieging kregen, verlieten ze vlot de gebaande paden. Danser Joaquín Grilo, die bliksemsnel heen en weer schakelde tussen manhaftige poses en opzettelijk mallotige bewegingen, gaf ruim baan aan zijn invallen, tot hij met zanger en begeleiders in een dwaze processie het veld ruimde. Ankerpunt was gitarist Diego del Morao. Hij straalde rust uit, lengde de traditie aan met jazz en latin.

Maar het waren de zangers die de zaal het diepst beroerden: veteraan Diego Carrasco met een stem als opspattend gruis en zijn jonge tegenhangers Jesús Méndez en Miguel Poveda. De laatste twee hebben een opvallend helder timbre. Kennelijk zijn hun stembanden nog niet opgeruwd door jaren van emotionele overdruk gekoppeld aan onmatig tabakgebruik. Met hun bereidheid het hart op de tong te leggen veroorzaakten ze aardbevingen in het gemoed van hun publiek.