Hoop voor Hedwigepolder

Het kabinet wil de Zeeuwse Hedwigepolder niet onder water zetten. Staatsecretaris Bleker gaat Vlaanderen „aangenaam verrassen met een alternatief”.

Het kabinet en de provincie Zeeland willen „alles op alles zetten” om de ontpoldering van de Hedwigepolder tegen te houden. De polder kan worden gered door „juridische kaders” over het Europees beschermde natuurgebied Westerschelde „bij te stellen” en door nieuw overleg met Vlaanderen, aldus staatssecretaris Henk Bleker (Landbouw en Natuur, CDA) en commissaris van de koningin Karla Peijs (CDA).

Het onder water zetten van de driehonderd hectare grote polder op de grens met Vlaanderen maakt deel uit van een omvangrijke operatie om de Westerschelde toegankelijker, veiliger en natuurlijker te maken. Nederland sloot daartoe een verdrag met Vlaanderen. In dat verdrag werd ook de verdieping van de vaargeul van de Westerschelde geregeld.

Staatssecretaris Bleker beloofde gisteren bij een bezoek aan de polder „alles uit de kast halen” om te komen tot een „nuchter voorstel tot natuurherstel, zonder ontpoldering”. Het vorige kabinet probeerde in 2009 al onder de afspraak met Vlaanderen uit te komen. Dat lukte niet, onder meer omdat uit onderzoek bleek dat ontpoldering de enige optie was om de voor de Westerschelde typische natuur te herstellen.

Het huidige kabinet wil het komende half jaar opnieuw onderzoek doen naar alternatieven. Uitgangspunt is een oud plan van het waterschap Scheldestromen. Dit plan voorziet in de aanleg van buitendijkse schorren. Dat idee werd na onderzoek in opdracht van het vorige kabinet afgewezen; de schorren vormen weliswaar natuur, maar nemen ook de plaats in van bestaande natte natuur in de Westerschelde zelf.

Het idee is nu om de totale Zuidwestelijke Delta als één groot natuurgebied te beschouwen. „Dat is veel logischer”, zegt de Zeeuwse boerenvoorman Peter de Koeijer. „Waarom alleen naar de Westerschelde kijken als je bijvoorbeeld ook de Grevelingen erbij kunt betrekken?” Commissaris van de koningin Karla Peijs denkt er ook zo over. „Het is merkwaardig om de natuur van de veertigduizend hectare grote Westerschelde te herstellen door één polder van driehonderd hectare onder water te zetten.”

Cruciaal voor het welslagen van de operatie is de instemming van Vlaanderen. „Dat is het belangrijkste probleem”, zegt Peijs. Staatsecretaris Bleker heeft inmiddels de eerste gesprekken gevoerd met de Vlaamse premier Kris Peeters. „Ik hoop hem binnenkort aangenaam te verrassen met een alternatief”, aldus Bleker.

De onderhandelingen met Vlaanderen zullen soepeler verlopen dan voorheen, verwacht het Zeeuwse CDA-Kamerlid Ad Koppejan, die al jaren strijdt tegen de ontpoldering. „De verdieping van de Westerschelde is geregeld, en dat was voor de Vlamingen het belangrijkste.” Bovendien werkt Nederland óók al mee aan de bouw van een grote zeesluis bij Terneuzen, die de haven van Gent beter bereikbaar maakt voor grotere schepen. Koppejan: „Er is in de onderhandelingen nu veel meer mogelijk.”