Hoe de Parkstad een pretparkstad wordt

De voormalige mijnstreek rond Heerlen, nu Parkstad, verandert stilaan in een pretparkstad. Aan nieuwe plannen voor ambitieuze projecten geen gebrek. Want al krimpt de bevolking, het toerisme groeit.

Netherlands, Kerkrade, 23.01.2011 Gaiapark, zoo. Giraf. Giraffe. Rain, regen. foto: Chris Keulen

Paul van der Steen

Anya Niewierra, directeur van de VVV Zuid-Limburg, herinnert zich nog een congres in 1998. Verschillende speerpunten en hun toeristische potentie passeerden de revue. Maastricht natuurlijk, al jaren een trekkerpleister van formaat. En, al even vanzelfsprekend, het Heuvelland, waar in Valkenburg 125 jaar geleden de eerste VVV werd opgericht. Daarna kwam de Parkstad, de agglomeratie rond Heerlen, groot geworden in de hoogtijdagen van ‘het zwarte goud’. De toehoorders kregen een presentatie met plannen voor die regio met als focus Park Gravenrode, de plek tussen Heerlen, Kerkrade en Landgraaf waar ooit de mijnen Wilhelmina, Laura en Oranje-Nassau-II de steenkool naar boven haalden.

Niewierra hoorde gegniffel om zich heen. „Wie wilde er nu vakantie vieren in het lelijkste stukje van Nederland?” Na afloop had men het over het wegpompen van geld en over vriendjespolitiek. „Ik dacht nog: je zult als bestuurder in dit klimaat moeten werken, dan vergaat je de zin wel.”

Het lachen is de sceptici inmiddels vergaan. Anno 2011 is de Parkstad goed voor meer dan een derde van de nog altijd groeiende toeristische bestedingen in Zuid-Limburg. Binnen tien jaar zal dat oplopen tot boven de vijftig procent. Een hele prestatie voor een regio die het, in tegenstelling tot Maastricht en Heuvelland, niet van liefde op het eerste gezicht moet hebben. En een aantrekkelijk perspectief voor een streek die het economisch tegenzit en die aanhikt tegen bevolkingskrimp.

Het geheim? „Goede plannen en de juiste kartrekkers”, beweert Niewierra. „Mensen als de inmiddels overleden burgemeester van Kerkrade, Thijs Wöltgens, en wethouder Hans Erfkemper van Landgraaf hebben er hard aan getrokken. Komt er eenmaal een optimistische geest over een streek, dan lukt er veel.”

De VVV-directeur stroopt haar mouw op: kippenvel. De Parkstad gaat haar aan het hart. Ze groeide op in Kerkrade. „Toen ik in 1982 van de middelbare school kwam, was er nul toekomst. De werkloosheid lag op 33 procent. Mijn hele generatie ging haar heil elders zoeken.”

Dierentuin Gaia Park is een voorbeeld van wat de afgelopen jaren tot stand kwam. „Wie tien jaar geleden vierhonderdduizend bezoekers per jaar had voorspeld, was compleet voor gek verklaard”, zegt directeur Rob Huppertz. „Mede dankzij het geloof van de gemeente Kerkrade in deze onderneming, is het gelukt. Maar de samenwerking tussen de overheden kan nog wel beter. Iedereen is nog te veel geneigd om naar het eigen erf te kijken.”

Komend jaar breidt Gaia Park verder uit: een kinderboerderij, roofvogels, leeuwen en bushdogs. „Vrijwel niemand kent die Zuid-Amerikaanse wilde honden. Als ze er eenmaal zijn, groeien ze ongetwijfeld uit tot publiekslieveling.”

Het meest ambitieuze plan voor ‘Parkstad pretparkstad’ komt van Jean Gelissen van ADDVentures. Daarin verrijst in Brunssum een immens themapark over de Grand Canyon. En dat is dan nog maar het begin, want zijn totaalconcept voor ‘Nature Wonder World’ voorziet in zeven pretparken in de regio, elk gewijd aan wereldnatuurwonderen als het ‘Great Barrier Reef’, de haven van Rio en het ‘Noorderlicht’.

De eerste grote partners voor een consortium zijn al overtuigd: VolkerWessels, Grontmij en Cofely. In Brunssum is voor de eerste fase twee- tot driehonderd miljoen euro nodig. En uiteindelijk vergt alleen al de Limburgse Grand Canyon achthonderd miljoen. Ook aantrekkelijk: tweeduizend banen voor relatief laaggeschoolden.

„Met weinig meer dan een gereedschapskist” ging Gelissen twintig jaar geleden de interieurbouw in. De zaak groeide zo snel en gemakkelijk, dat hij een jaar of tien geleden, zegt hij, toe was aan een extra uitdaging.

„Op een zonnige dag liep ik met mijn gezin in recreatiepark Steinerbos in Stein. Plots begon het geweldig te stortregenen. Iedereen maakte dat hij wegkwam. Toen dacht ik: als het weer zo’n spelbreker kan zijn, is een overdekt park misschien een idee.”

Gelissen bekeek diverse locaties, ook in de Parkstad. Hij koos voor Sevenum in Noord-Limburg. Nu is zijn Toverland een gevestigde naam, met jaarlijks zo’n vijfhonderdduizend bezoekers. Het consumentenprogramma Radar riep het onlangs uit tot „het beste pretpark van Nederland”. Gelissen: „We willen gestaag doorgroeien naar Efteling-niveau”.

Dat Brunssum nu de gedroomde plek is voor de start van ‘Nature Wonder World’ heeft te maken met een door mensenhand ontstaan landschap aan de oostkant van de gemeente. Gelissen: „Een groeve volgestort met mijnsteen uit de mijnen Hendrik en Emma ziet er eigenlijk al een beetje uit als de Grand Canyon. Dat scheelt heel veel geld bij de aanleg.”

„Megalomaan”, noemt Pinkpopbaas Jan Smeets de plannen van ADDventures. „Wie de Grand Canyon wil zien, gaat daar tegenwoordig toch gewoon naartoe.”

Eind jaren tachtig streek Smeets met zijn festival neer in Landgraaf. In 1995 kocht hij met twee anderen de voormalige draf- en renbaan. Sindsdien zag hij om zich heen talrijke vermaakbedrijven van de grond komen: de wereldtuinen van Mondo Verde, de overdekte skibaan van SnowWorld en de dierentuin Gaia Park.

De Pinkpop- en Megalandbaas verbaast zich over het gemak waarmee Brunssum 450.000 euro voor een haalbaarheidsstudie uittrekt. Hij heeft te veel projecten zien stranden en te vaak miljoenen euro’s van de overheid in rook zien opgaan.

De draf- en renbaan, die op zijn Megalandterrein lag voor hij dit kocht, bleek zo’n fata morgana. De overheid liet zich altijd graag wat voorspiegelen, zegt hij. Op zoek naar nieuwe economische activiteit na de mijnsluitingen in de jaren zestig, zeventig leken toerisme en vermaak gulden opties.

Jan Smeets legt een onderzoeksrapport van begin jaren tachtig op tafel, toen hij zelf nog in Provinciale Staten zat voor de PvdA. Op papier waren al 56 hectare gereserveerd voor attracties en 30 hectare voor parkeren. Met het thema van het park kon het nog alle kanten op: van het Wilde Westen tot de wereld van Tijl Uilenspiegel. Een exploitant was er niet.

Het toerisme in Zuid-Limburg moet het voornamelijk van de Nederlanders hebben. Slechts tien procent van de overnachtingen komt voor rekening van buitenlanders. De VVV probeert daar verandering in te brengen. Vooral de immense Duitse markt, eigenlijk in de achtertuin, wordt bewerkt.

Huppertz van Gaia Park bekijkt het met scepsis. „Voor Duitsers is Zuid-Limburg een gebied waar ze doorheen rijden op weg naar de Noordzee. Reden om te stoppen hebben ze eigenlijk niet. Keulen vinden ze mooier dan Maastricht. De Eiffel en het Sauerland kloppen het Heuvelland. Alleen de combinatie van zó veel op zó’n klein oppervlak vinden ze uniek. Maar dat voordeel is beperkt. Duitsers vinden het niet zo erg om een of twee uur voor een attractie te rijden.”

Toch gebruikt de VVV de slogan ‘Grosse Vielfalt auf kleinen Raum’. Directeur Niewierra: „Ons Heuvelland is klein, maar ook anders dan de Eiffel en het Sauerland. Lieflijker. Aaibaarder. Ga in Duitsland wandelen en je voelt je al snel verloren in de loof- en naaldwouden. In Zuid-Limburg is er volop afwisseling in het landschap. Overal staan bankjes om even te rusten en het barst van de horeca om even wat te eten en te drinken.”

Maar zo’n hele reeks boodschappen uitventen is marketingtechnisch een lastig verhaal, weet ook Niewierra. „Nature Wonder World kan een uithangbord voor de hele regio worden. In Spanje heeft het pretpark Port Aventura de hele streek rond Salou internationaal in de aandacht gebracht.”

Niewierra gelooft in Gelissen. „Hij staat nergens geregistreerd als een idioot, heeft een mooie staat van dienst en hoeft het voor het geld niet meer te doen. Het ergste wat een man van zijn kaliber kan overkomen, is het verlies van zijn eer.”

Dierentuindirecteur Huppertz vindt ‘Nature Wonder World’ nogal groot. „Als er tien procent van wordt gerealiseerd, zou ik dat al een prestatie van formaat vinden. Maar zelfs dan positioneert het de regio sterker als streek voor toerisme en vermaak.”

Jan Smeets neemt zijn kinderen en kleinkinderen regelmatig mee naar pretparken. „De goede drijven op magie. Bij de Efteling gaat het nog steeds om de sfeer van het Sprookjesbos waar het ooit mee begon. Eurodisney heeft de tekenfilmwereld. Plopsaland heeft alle figuren van de Studio 100-kinderprogramma’s. Magie creëer je niet door het nabouwen van de Grand Canyon. Imitatie is altijd slecht.”

Gelissen laat zich zijn dromen niet afnemen. Als ‘Nature Wonder World’ met al zijn parken lukt, komen toeristen uit de hele wereld naar de Parkstad, voorspelt hij.