Het gezag van de rechter in een transparante wereld

Het gezag van de rechter en rechtspraak is essentieel voor een rechtsorde. Verlichtingsfilosofen zoals John Locke trachtten de rechtsorde in de moderne tijd te funderen aan de hand van twee constructies: de natuurtoestand en het maatschappelijk verdrag. De natuurtoestand werd vanuit verschillende perspectieven benaderd. Volgens Locke is de afwezigheid van een gemeenschappelijke macht die een rechtvaardige rechtspraak kan organiseren, het kernprobleem van de natuurtoestand.

In de natuurtoestand ontbreekt een rechtspraak die door de meeste burgers kan worden aanvaard. Het gezag van de rechter en daarmee de rechtspraak is dus niet zo maar een kwestie die alleen de rechters zelf aangaat. Waar het gezag van de rechter verbrokkelt, dreigt de natuurtoestand te ontstaan. Daarom moeten de burgers zich niet onverschillig opstellen inzake rechtspraak en de rechterlijke macht. Soms krijg ik de indruk dat Nederlandse rechters de bemoeienis van anderen met de rechtspraak niet fijn vinden. Dat is vreemd. Ook vinden ze het niet leuk wanneer een persoon uit hun midden over de rechterlijke macht schrijft.

Raadsheer Rinus Otte schreef een boeiende analyse over de organisatie van de rechtspraak in Nederland. Er waren rechters die dat niet goed vonden. Otte’s analyse lijkt op de roman Onder professoren van W. F. Hermans. Het boek van Otte had als titel kunnen hebben: Onder rechters. Hij koos voor een andere, veelzeggende titel: De nieuwe kleren van de rechter. Achter de schermen van de rechtspraak. Dit boek verdient een groot lezerspubliek.

Otte is een wijze en moedige jurist. Hij analyseert kalm en op basis van argumenten. In zijn boek bespreekt hij met de nodige distantie zijn eigen vak en vooral de organisatie van de rechterlijke macht.

Otte schrijft: „Dit boek gaat over het gezag en het verval achter de muren van de rechtszalen, maar in het bijzonder over de vraag hoe dat verval gekeerd kan worden.”

Het is een alarmerende, kritische analyse over allerlei aspecten van de rechtspraak: de benoeming van rechters, de alledaagse werkzaamheden van de rechter, de oordeelvorming door de rechters en de bureaucratie bij de rechterlijke macht. Otte toont aan dat het verval te maken heeft met de werkcultuur, die aan zowel de rechterlijke macht als aan de wetenschap wordt opgedrongen. Wat is de kern van het probleem?

De burger wordt door de politiek sinds de jaren negentig als consument neergezet, aldus Otte. Een consument consumeert producten. Maar rechtspraak is geen product. En het burgerschap heeft niets te maken met het begrip consumeren. Dit is een voorbeeld van het misplaatste economiseren van het begrip burgerschap. Een gevaarlijke ontwikkeling. Wat is het product van een strafsector van een rechtbank waarvoor de rechters worden betaald? Wat is hier het product dat de burger als consument kan consumeren? Vrijspraak? Een veroordeling? Ontslag van alle rechtsvervolging? Verplichte opname in een psychiatrische inrichting?

Wanneer een strafsector te weinig produceert, wordt die gekort op zijn begroting. Hiermee wordt de rechtsorde ernstig bedreigd: de staat begint zichzelf als een fabriek te beschouwen. Locke en zijn vrienden zouden zich omdraaien in hun graf. Deze bijna statelijke cultuur transformeert rechters tot producenten.

In het boek van Otte trof ik een bizar voorbeeld aan van hoe een rechter met een verdachte omgaat. Eerst een waarschuwing: dit boek is vóór het proces tegen Wilders geschreven. Otte maakte mee dat een verdachte een rechter tegenwierp: „Het is toch mijn goed recht om te ontkennen als ik het niet gedaan heb?” Waarop de rechter repliceerde: „Het is mij nu wel duidelijk waarom in de persoonsrapportage over u wordt opgemerkt dat u een pathologische leugenaar bent.”

Deze rechter moet in de ogen van de verdachte als een onpartijdige rechter verschijnen. Laat ik er maar weer de zaak-Wilders bij halen: „De rechtbank heeft het dossier gelezen, maar de rechtbank leest ook kranten en kijkt ook televisie tegenwoordig. U wordt nog wel eens verweten, door anderen, dat u goed bent in het poneren van een stelling, maar de discussie uit de weg gaat. En het lijkt er een beetje op dat u dat nu vandaag ook weer doet,” aldus Jan Moors, zittingsvoorzitter in de zaak tegen Wilders.

Het was dus niet zo maar een ongelukkige uitspraak. Dit gedrag was kennelijk normaal binnen de rechterlijke macht. Of toch niet? De Amsterdamse rechtbank heeft het proces tegen Wilders geëvalueerd. De evaluatiecommissie concludeerde: „De rechters waren er onvoldoende op voorbereid dat hun optreden onder een vergrootglas zou komen te liggen en dat hun woorden continu zouden worden getoetst op politieke vooringenomenheid.”

Wat is de conclusie? Welke druk rustte op de rechters? Ze hoefden geen interviews te geven. Ze moesten slechts hun werk doen waarvoor ze aangesteld zijn. Camera of geen camera, een rechter moet zich te allen tijde op een onpartijdige wijze opstellen en vertrouwen wekken bij de rechtzoekende. Dat de woorden van de rechters op politieke vooringenomenheid worden getoetst, is niet meer dan normaal. Dit rare proces draait immers om de politieke opinies van iemand. En de politieke voorkeur van de meeste rechters in Nederland is geheel anders dan die van Wilders. Nogmaals de vraag: wat zou hier de conclusie moeten zijn? Het onvermogen om zichzelf kritisch te analyseren.

Als er geen publiek in de rechtszaal aanwezig is, mag de rechter zich dan gedragen zoals hij of zij het wil? Nee, toch? De rechters hoeven geen mediatraining te krijgen. Zij moeten vakken volgen op het gebied van rechtsfilosofie, rechtssociologie, rechtseconomie en rechtspsychologie. Daardoor zullen ze op intelligente wijze leren wat de werkelijke positie van de rechter in deze samenleving is.

De rechter kan onder geen beding, met of zonder media, de logische categorieën van het recht negeren. Eén daarvan is dat de rechter geen schijn van partijdigheid mag wekken. De nieuwe kleren van de rechters moeten ons niet in een natuurtoestand storten.