'Het besef: gelukt! Dit kan leuk worden...'

Peter-Jan Wagemans (1952) componeerde zijn magnum opus: Legende, een tweeënhalf uur durende opera naar het absurdistische stripverhaal van Meester Prikkebeen.

Hij is even de zaal van het Muziektheater uitgelopen. De repetities voor de wereldpremière van zijn opera Legende zijn er merkbaar in volle gang. Langs de kleedkamers scharrelen manshoge grijze honden, her en der tref je leden van het koor van De Nederlandse Opera, uitgedost als sneeuwwitte engelen.

Legende klonk drie jaar terug eenmalig concertant in het Concertgebouw. Toen hoopte u op een scenische uitvoering. Nu is die er, bij een vooraanstaand huis. Trots?

„Natuurlijk ben ik trots, maar het is dubbel. De emotie die je voelt als je vanuit niets iets maakt, is complex. Bij die première van de muziek in het Concertgebouw zat ik achter een pilaar half dood te gaan van de zenuwen. ‘Ik had nu ook met mijn vrouw in een hotelletje in Italië kunnen zitten’, dacht ik steeds. Maar bij het eerste applaus klaarde dat bedrukte gevoel op. Het besef: het is gelukt, dit zou wel eens iets heel leuks kunnen worden! Dat gevoel is er nu opnieuw.”

U componeerde de muziek én schreef het libretto van ‘Legende’. Nu moet u de controle verder uit handen geven.

„Ja, maar daar heb ik geen moeite mee. Regisseur Marcel Sijm en vormgever Marc Warning hebben geluisterd naar mijn ideeën. Hun enscenering voelt als een verlengstuk van mijn werk, maar is beter dan ik zelf had gekund. Neem de eerste scène, in het Paradijs. Die had ik me voorgesteld als een kijkje in het atelier van de magische klokkenmaker, met allemaal radertjes en zo. Het werd een scene met engelen in het schemerduister, bestrooid door een niet aflatende stroom confetti. Briljant! Je ziet ook dat er flink budget was voor uiterste zorg in de visualisatie. Ongelukkig was ik geweest als de regisseur had gezegd: ik situeer Legende in Auschwitz – ongeacht wat de componist daarvan vindt.”

Uw opera is gebaseerd op Meester Prikkebeen. Waarom?

,,Als kind was ik dol op die strip. Donald Duck was leuk, maar Meester Prikkebeen leuker: politiek incorrect en lekker pervers door de incestueuze relatie tussen Prikkebeen en zijn zuster Ursula. Als zesjarige maakte dat allerlei vreemde hormonen in me wakker. Ik heb later altijd het idee behouden: met Meester Prikkebeen wil ik iets doen.”

Dat klinkt luchtig, maar dat is ‘Legende’ niet aldoor. U schreef: ‘wij proberen de werkelijkheid te vatten in legendes, die doorgaans eindigen in een zwarte droom.’

„Mij fascineert de moerassige laag in het menselijk bewustzijn waar verhalen het verschil kunnen maken tussen goed en kwaad. Bij de opkomst van het Servische nationalisme speelde de mythe van het Merelveld, waar de Serven ooit de Turken tegenhielden, een centrale rol. Dat verhaal is zeshonderd jaar oud, maar veroorzaakte dat mensen tijdens de Balkan-oorlog opeens de buurman vermoordden naast wie ze jarenlang vreedzaam hadden geleefd.”

Ook in uw opera lopen waan en werkelijkheid door elkaar. Een willekeurige greep: het personage Zamar, tiran. Verwijst die naar een echt iemand?

„Een van de verbindingsmannen tussen de aanslagplegers op de Twin Towers en Al Qaeda heette Al Zammar. In het Hebreeuws betekent het ‘hij die geprezen moet worden met zang’, heel toepasselijk. Als personage is hij verder opgebouwd uit clichés van zowel communisme als fascisme. Zijn aanhangers roepen steeds: ‘Vernieuw het bloed! Vernieuw het bloed!’ Dat is er dan weer eentje van de Rode Khmer.”

Geen actuele opruiende one-liners? ‘Ik lust ze rauw’, bij voorbeeld?

,,Legende is zeker actueel. Een personage dat ik goed gelukt vind, is Pontus - vernoemd naar de landstreek in Klein-Azië waar christenen en moslims vredig naast elkaar leven. Hij is een eerlijk man, maar wordt bang voor Zamar en zegent hem dan. Als hij dat wil herroepen, realiseert hij zich zijn eigen leegte, zijn gebrek aan principes. Dat maakt hem depressief, waarop hij zich alsnog aansluit bij Zamar. Die heeft tenminste wel echte overtuiging, die is sterk.”

Dat is uw legende. Over naad de actuele werkelijkheid: lijden wij aan leegte?

,,Ja, in Wilders zie je toch de leegte van onze maatschappij weerspiegeld. Hij zou de westerse identiteit nog niet herkennen als je hem er met de neus op zou drukken. Want wat is de bakermat van onze identiteit? Dat is de de cultuur die nu zo onder vuur ligt. Voor autochtone Europeanen zijn moslims zo confronterend omdat religie voor hen een realiteit is, terwijl wij over de bijbel spreken als over een stapel stripboekjes. Eerst was dat verlies van onze christelijke identiteit niet erg, we hadden het druk met werk en het verwerkelijken van materiële wensen. Maar door de confrontatie met andermans ideeën gaat ons eigen gebrek aan waarden nu wringen. Dan helpt het creëren van een vijandbeeld – de moslims – om ons zelfbeeld te verstevigen.”

Ooit zei u: kunst moet, als tegenwicht tegen de hardheid van het leven, gevoeligheid bij mensen creëren.

„Ja, dat vind ik nog, nu zelfs meer dan ooit. Ik lijd, vrees ik, nog steeds een beetje aan het ideaal van de kunstrepubliek van Wagner. Vrij naar de filosoof Feuerbach: door empathie kun je navoelen wat een ander voelt. Die medemenselijkheid kan dan het christendom vervangen. „Mensen zijn complex: gevoelsleven, ratio en herinnering vormen een kluwen die je soms zelf moeilijk kunt ontwarren. Kunst houdt je dan een spiegel voor. Je kunt ook zeggen: ik wil liever met chips voor de tv liggen. Prima. Ga niet naar de opera, lees niet Dostojevski’s De gebroeders Karamazov. Maar dan mis je wel iets wezenlijks voor je hele leven. Ik heb laatst mijn neefje van twaalf zien luisteren naar een fagotconcert van Vivaldi. Eenvoudige muziek, maar hij keek alsof hij water zag branden. Ik vond dat zielig en treurig. Hoe meer kunst je genoten hebt, hoe rijker je referentiekader en hoe makkelijker het wordt dat spel van herkenning met en in jezelf aan te gaan.”

Iemand zonder referentiekader kan uw opera beter niet gaan zien?

„Als je nooit klassieke muziek hebt gehoord, lijkt een avondvullende opera als kennismaking me wel wat zwaar, ja. Maar goed, je moet ergens beginnen. Mijn broer, de opa van het neefje, heeft Legende wel beluisterd en was zeer aangegrepen. Hij komt kijken, het is geloof ik zijn eerste opera.”

U noemt zich als componist een ‘modern traditionalist’. Kunt u dat uitleggen?

„Met traditie doel ik op de herkenbaarheid van de middelen. Tot de generatie van Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen bleef de muzikale taal gelijk, terwijl de middelen veranderden. Er is geen principieel taalverschil tussen Beethoven en Sjostakovitsj. Ik werk in die lijn. Dat maakt me een traditionalist en mijn muziek is ook als zodanig herkenbaar. Zij komt niet, zoals seriële muziek, uit de lucht vallen. Maar ik vernieuw de taal waarin ik schrijf wel. Veel van wat in Legende klinkt, vind je nergens, behalve bij mij. Vergelijk het met praten: ik spreek in woorden die jij begrijpt, maar het verhaal heb je hopelijk niet al tien keer gehoord.”

Het libretto voor uw opera schreef u in het Nederlands. Was ook daar herkenbaarheid van de middelen het doel?

„Nederlanders zijn eraan gewend de associatieve waarde van tekst niet te hoeven voelen, omdat we zoveel in het Engels zeggen. ‘Fuck’ kun je onbezwaard roepen, maar schreeuw je ‘Neuk!’, dan is dat echt grof. Het idiootste voorbeeld is de opera Wake van Klaas de Vries, door Nederlandse zangers over de Nederlandse vuurwerkramp, in het Engels gezongen. Onbegrijpelijk. Ik wilde de rauwe emotie van onze eigen taal juist wél voelen bij het componeren.”

Over rauwe emoties gesproken: hier in de bak zit het Radio Filharmonisch Orkest. Als alle bezuinigingen doorgaan, zitten die er over drie jaar niet meer. Uw volgende opera, ‘Andreas Weint’, staat op hun lessenaars in 2012. Dat halen ze nog net.

„Andreas weint gaat over de Baader-Meinhof-Groep en het verlies van idealen. In de jaren zeventig gloorde het vooruitzicht op een eerlijke maatschappij waarin iedereen open stond voor elkaars idealen en kunstzinnigheid een grote rol zou spelen; een ontluisterend contrast met het cynisme van onze actuele werkelijkheid. De voorgenomen bezuinigingen maken een einde aan Nederland als toonaangevend muziekland. Het Concertgebouworkest zal blijven, maar verder zal de helft van de orkesten moeten worden opgedoekt. Daarbij zal de provincie, na een lobby van het CDA, worden ontzien. Welke orkesten begeleiden dan straks De Nederlandse Opera, Het Nationaal Ballet? Ik ben er zeer somber over.”

In een profiel las ik desondanks: ‘Peter-Jan houdt van mooi weer.’

„Haha, Legende eindigt ook optimistisch. Meester Prikkebeen komt zijn oude vriendin Nel weer tegen. Hij is zijn oude glorie verloren en staat naakt voor haar. Eigenlijk heet ik gewoon Frits, zegt hij. In die nieuwe eerlijkheid groeien opeens wel echte gevoelens. Ze lopen samen op. Het leven is opeens mooi en simpel.”