Grote onbekende werd sterke verbouwer

Afgelopen week presenteerde bestuursvoorzitter Gerard Kleisterlee voor het laatst de jaarcijfers van Philips. Wat heeft zijn tienjarig bewind opgeleverd?

Hij was zelf de eerste die zijn positie kon relativeren. „Goh, Annemiek”, zei Gerard Kleisterlee eens tegen zijn vrouw terwijl hij in het eigen bedrijfsvliegtuig richting Azië vloog. „Nu zitten we hier comfortabel in onze corporate jet. Vijf jaar geleden trokken we nog met onze sleurhut naar Oostenrijk.”

De financiële wereld was stomverbaasd toen bestuursvoorzitter Cor Boonstra van elektronicaconcern Philips op 30 augustus 2000 de naam van zijn opvolger bekend maakte. Niet Adri Baan of Arthur van der Poel, waar menig analist op had ingezet, maar: Gerard Kleisterlee. Wie wás dat?

Kleisterlee was toen nog geen jaar lid van de raad van bestuur, en intern eigenlijk alleen bekend bij de mensen bij de divisie Componenten die direct met hem gewerkt hadden. Een echte Philipsrot, technisch geschoold ook nog, die al vanaf 1974 bij het concern werkte. Een aimabele, intelligente, hardwerkende man met zekere ambitie, maar geen carrièreplanner die zichzelf op de gedroomde hoogste plek van het bedrijf zag.

Diezelfde Gerard Kleisterlee neemt dit voorjaar afscheid van Philips, na er tien jaar ‘president’ te zijn geweest. De destijds als kleurloos afgeschilderde Kleisterlee hield het daarmee aanzienlijk langer vol dan zijn flamboyante voorgangers Jan Timmer en Cor Boonstra.

Wie vanaf de buitenkant naar de cijfers kijkt, ziet dat het concern er onder Kleisterlee beslist niet groter op is geworden. Het aantal werknemers nam met een kleine 40 procent af tot 119.000. De omzet daalde met ruim 20 procent tot 24,4 miljard euro. En de beurswaarde halveerde tot 22,8 miljard euro. Deze drastische inkrimping wil zeker niet zeggen dat het bedrijf er slechter van is geworden.

„Philips staat er stukken beter voor dan tien jaar geleden”, zegt analist Marcel Achterberg van zakenbank Petercam die het elektronicaconcern al jaren volgt.

Voor een voormalige manager is Kleisterlee’s belangrijkste verdienste dat de rust bij Phlilips is teruggekeerd. „Na de vele turbulente jaren onder Timmer en Boonstra, heeft Gerard met behoedzaam en geduldig beleid het bedrijf zo hervormd dat het aanzienlijk stabieler is geworden.”

Intern rekende Kleisterlee af met de competentiestrijd tussen de vele onderdelen van het bedrijf, de eilandjescultuur. Hij liet de verschillende afdelingen veel meer samenwerken. Een voormalig naaste medewerker: „Voor Gerard was het onbestaanbaar dat er producten werden gemaakt waarvan de stekker niet op een ander Philips-apparaat paste. Daar confronteerde hij managers mee.” Volgens de oud-manager is het Kleisterlee gelukt wat zijn vele voorgangers vergeefs hadden nagestreefd. „Hij heeft er één bedrijf van gemaakt. Zijn motto One Philips is niet alleen bij een slogan gebleven.”

Strategisch gezien heeft Kleisterlee het concern nog veel verder gestroomlijnd dan zijn voorgangers al hadden gedaan. Maakte Cor Boonstra van het veel geciteerde „bord spaghetti” eind jaren negentig een „bord met gehaktballen”, zijn opvolger bakte daar een koek van met nog maar drie smaken: medische apparaten, verlichting en lifestyle producten.

Van de zes divisies die hij in 2001 van Boonstra erfde, stootte Kleisterlee de twee meest cyclische daarvan af: componententak (waar hij zelf jarenlang de baas van was geweest) en de chipproductie (die in 2006 onder de naam NXP voor ruim 6 miljard euro in handen kwam van private-equitybeleggers). Daarnaast integreerde hij de broodroosters, koffieautomaten en scheerapparaten van Philips ‘DAP’ met de dvd-spelers en televisies van Consumer Electronics. ‘Licht’ bleef intact, en wist zijn omzet dankzij de ontwikkeling van de energiezuinige LED-lamp met 50 procent te laten groeien.

Los van deze herschikking zette Kleisterlee vooral zwaar in op de markten waarvan hij groei verwachtte. Geografisch lagen die in Brazilië, Rusland, het Midden-Oosten en het werelddeel waar hij zelf drie jaar had gewerkt: Azië. In strategische zin investeerde Philips onder Kleisterlee veel in de medische divisie. Onder de naam ‘Health Care’ wist die in het afgelopen decennium de omzet bijna te verdubbelen tot 8,6 miljard.

De ingrijpende, maar beheerst uitgevoerde verbouwing van Philips verliep volgens zijn plan, maar bracht één ding niet: groei. Aandeelhouders die tien jaar geleden instapten, hebben per saldo geld verloren. Dat vindt geen enkele topman leuk. Maar Kleisterlee liet zich nooit opjagen door analisten of hijgerige beleggers. Toen zich eind december 2007 – het jaar dat de activistische belegger TCI de bal aan het rollen bracht bij ABN Amro – twee Amerikaanse hedgefondsen ook bij Philips meldden, bleef Kleisterlee rustig. „Hij ging beleefd de dialoog aan met de heren van Jana Partners en D.E. Shaw”, zegt de oud-medewerker, „en stelde daarbij voorál de vraag: ‘Hoe zouden jullie het bij ons aanpakken?’” Toen bleek dat zij meer waarde zagen in het opknippen van het concern, zei Kleisterlee dat hij niet voelde voor een dergelijke korte-termijndenken. De hedgefondsen uit Amerika hielden zich nadien uitzonderlijk gedeisd.

Nog steeds roepen beleggers wel dat Philips te weinig rendement biedt. Het aandeel daalde in waarde en het bedrijf heeft te veel geld in kas. Toch wist Kleisterlee het dividend in tien jaar tijd meer dan te verdubbelen, en gaf hij sinds 2007 middels de inkoop van eigen aandelen ruim 4 miljard euro aan beleggers terug.

In Azië leerde Kleisterlee dat bedrijven zoals Philips in beweging moeten blijven en zich aanpassen aan de moderne tijd. Voor medewerkers die daar niets voor voelden of niet bereid waren hun kennis met collega’s te delen, was er geen plek. „Managers die nog met een fax werkten of informatie voor zichzelf hielden kregen een goed gesprek”, zegt de ex-medewerker. Zo maakte Kleisterlee ruimte voor een jongere generatie. Hij schroomde nooit om afscheid te nemen van de oude Philipsgetrouwen, noch om andere heilige huisjes omver te trekken.

Aan één heilige Philips-relikwie wou Kleisterlee niet tornen. Het opzeggen van de sponsoring van voetbalclub PSV, waar zijn grote marketingbaas, Andrea Ragnetti, wel eens had op aangedrongen. Dát ging hem te ver.