Groeifactor IGF-II helpt de hersenen bij leren en herinnering

Injecties van een lichaamseigen groeifactor in de hersenen versterken bij ratten het herinneringsvermogen. Dat lukt als de stof wordt toegediend in de eerste twee dagen na de gebeurtenis die moet worden onthouden. Dit lijkt een kritische periode voor opslag in het langetermijngeheugen te zijn, stellen onderzoekers uit New York (Nature, 27 januari).

Zij denken dat hun vondst uiteindelijk medicijnen kan opleveren die het geheugen versterken, bijvoorbeeld als dit op hogere leeftijd achteruitgaat. Maar ze zien ook mogelijkheden voor het ‘overschrijven’ van angst inboezemende herinneringen door sterker vastgelegde prettiger gedachten.

Tijdens de opslag van informatie in ons langetermijngeheugen worden in de hersenen bepaalde eiwitten gevormd en verandert langdurig de activiteit van bepaalde synapsen, de verbindingen tussen hersencellen. De onderzoekers hadden al eerder vastgesteld dat de insulineachtige groeifactor 2 (IGF-II) in betrekkelijk hoge concentraties voorkomt in de hippocampus, een deel van de hersenen dat nauw betrokken is bij geheugen- en leerprocessen.

Om de rol van IGF-II te onderzoeken, zetten zij ratten in een ruimte met een donker hoekje. Fijn voor ze, want ratten zoeken graag donkere hoekjes op. Deze ratten hadden in dit hoekje echter kans op een milde elektrische schok. Zo leerden ze dit hoekje te vermijden.

In de eerste twee dagen na een schok nam de productie van IGF-II sterk toe om daarna weer te normaliseren. Dat zou erop duiden dat IGF-II essentieel is voor de consolidatie van de nare ervaring in het langetermijngeheugen. Door het gen voor deze groeifactor op verschillende tijdstippen rond zo’n schokexperiment te blokkeren, vonden de onderzoekers dat IGF-II het geheugen alleen beïnvloedt in de twee dagen erna. Met extra IGF-II in die tijd onthielden de dieren de nare ervaring veel langer.

Voordat IGF-II-verhogers kunnen worden toegepast, moet wel eerst aangetoond zijn dat toediening van IGF-II in de hersenen veilig is. In andere weefsels zijn hoge concentraties ervan in verband gebracht met het ontstaan van kanker. Huup Dassen