Demonstraties Midden Oosten brengen VS in lastig parket

De Verenigde Staten vrezen het verlies van hun Arabische bondgenoten, schrijft NRC Midden Oosten-deskundige Carolien Roelants vandaag in NRC Handelsblad. De aanhoudende demonstraties voor democratisering in Egypte, Jordanië en Jemen brengen de VS in een lastig parket.

Volgens Roelants kan president Obama aan de ene kant de roep van tienduizenden betogers tot democratische hervormingen niet negeren.

Democratische hervormingen behoren al jaren tot de publieke retoriek van de Amerikaanse regering. Na de aanslagen van 9/11 door Al-Qaeda besloot de toenmalige Amerikaanse president George Bush dat democratisering in de Arabische wereld de voedingsbodem voor extremisme zou wegnemen. Zijn vertegenwoordigers drongen aan op hervormingen en bekritiseerden weigerachtige regimes.

Maar het Amerikaanse enthousiasme voor politieke liberalisering in het Midden-Oosten verminderde in 2005-2006 tegen de achtergrond van de opmars van moslimfundamentalisten. Zij kregen door diezelfde liberalisering meer politieke ruimte. Roelants:

Arabische leiders, president Hosni Mubarak voorop, wettigden voortaan hun repressie onder verwijzing naar „het fundamentalistische gevaar”
De val van deze repressieve regimes zou de hele Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten overhoop kunnen gooien en wellicht het vredesproces met Israël op losse schroeven zetten.
Althans dat was de angst van de VS. Uit diplomatieke post van de Amerikaanse ambassade in Kairo die gisteren via WikiLeaks bekend werd, toont aan dat de Egyptische repressie een grote zorg bleef voor de Amerikanen, maar dat het bondgenootschap toch belangrijker werd geacht.
Voorafgaand aan Mubaraks bezoek in 2009 wees ambassadeur Margaret Scobey erop dat Bush’ publieke aanmerkingen Egypte en Amerika uiteen hadden gedreven. Bij minister Hillary Clinton (Buitenlandse Zaken) drong ze aan op een minder frontale benadering van de Egyptische problematiek. Mubarak „heeft weinig tijd voor idealistische doelen”, schreef ze. Amerikaanse inspanningen om hervormingen in de islamitische wereld aan te moedigen hadden volgens Mubarak alleen tot chaos geleid. Om zijn punt te maken, aldus Scobey, wees hij graag op de sjah van Iran: „De VS moedigden hem aan om hervormingen te accepteren en konden vervolgens slechts toekijken hoe het land in de handen viel van revolutionaire extremisten”.
In een eerder telegram legde Scobey nog eens uit waarom het regime van Mubarak zo belangrijk was dat Washington het sinds de vrede met Israël in 1979 1,5 miljard dollar per jaar aan hoofdzakelijk militaire hulp gaf. „Ons partnerschap garandeert dat er geen hervatting kan zijn van een open Arabisch-Israëlische oorlog” en verschaft „waardevolle Amerikaanse militaire toegang” tot het Suezkanaal en het Egyptische luchtruim. „We zouden niet graag de complicaties voor Amerikaanse regionale belangen willen beschouwen mocht de Amerikaans-Egyptische band ernstig worden verzwakt.”
Israël lijkt te mikken op het overleven van het regime van Mubarak. Nu Hezbollah aan de macht is in Libanon oogt de regio minder vriendelijk voor het land. Toch lijken de Amerikanen zich openlijk steeds meer zorgen te maken.
[...] elk nieuw regime, niet alleen de fundamentalistische Moslimbroederschap, zou de impopulaire vrede met Israël kunnen opzeggen. De prettige samenwerking met Egypte tegen Hamas, waarvan de ‘Palestine Papers’ van Al-Jazeera getuigden, zou tot het verleden behoren.
Twee weken geleden viel na wekenlange demonstraties het doek voor de Tunesische president Zine al-Abidine Ben Ali. Ook een bondgenoot van de VS, maar niet zo belangrijk als Mubarak. De val van Ben Ali belooft niet veel goeds voor andere Amerikaanse bondgenoten in de regio, zoals koning Abdullah van Jordanië.
Niemand had ermee rekening gehouden dat de repressie die Ben Ali als noodzakelijk in de strijd tegen het fundamentalisme verdedigde, tot zo’n desastreuze explosie zou kunnen leiden. Nu kunnen zulke explosies opeens overal gebeuren.

Onze columnist Marc Chavannes op Radio 1 over de verhoudingen tussen Amerika en Egypte: