Debat van de week

Twintig over twintig: Kaalslag met een grote K. Door de KRO en de Rode Hoed. Met: Rosanne Hertzberger, Daan Heerma van Voss, Joost de Vries, e.a. de Rode Hoed, Amsterdam, dinsdag 25 januari.

Een pindakaastapijt, is dat kunst of niet?

Vermeer is kunst. Mozart is kunst. Een hoop schijt niet. Hiphop is kunst. Hiphop is duidelijk geen kunst. Kunst moet mooi zijn. Waarom moet kunst nu weer mooi zijn? Kunst moet ontspannen. Kunst moet inspannen. Frans Bauer is kunst. Frans Bauer is dus geen kunst. Kunst moet je leren waarderen, net als olijven. Schoenen zijn kunst. Schoenen zijn een gebruiksvoorwerp. Kunst is kunst als het als kunst bedoeld is. Kunst is het resultaat van creativiteit. Een vloer vol pindakaas is geen kunst. Kunst is kunst als het moeite heeft gekost.

De inleidende vraag van de avond, ‘wat is kunst’, was eigenlijk al enerverend genoeg afgelopen dinsdag in Amsterdam, waar de KRO en de Rode Hoed een debat voor twintigers over kunst organiseerden. Zij deden dit in het kader van de debatreeks ‘Twintig over twintig’ waarvan dit duidelijk niet de eerste bijeenkomst was: debatleider Arie Boomsma nam niet de moeite om de panelleden nog even voor te stellen. Maar misschien was voor het publiek – ongeveer 70 mensen van wie de meesten inderdaad vermoedelijk in de 20 en uit Amsterdam – wel voldoende duidelijk wie de gasten waren in het panel, dat groter was dan vooraf aangekondigd.

Gelukkig kon je ook wel iets over de deelnemers te weten komen zonder hun volledige naam en beroep. In het panel zaten mannen, vrouwen, moslims, joden, christenen, kakkers, hiphoppers, linkse twintigers, rechtse twintigers, Randstedelingen (was de KRO de twintigers uit de andere delen van het land vergeten?) maar bovenal jonge mensen met een duidelijke mening die ook duidelijk niet bang zijn deze te uiten. En die zo te horen ook wel van een beetje provoceren houden. Net als het publiek trouwens, dat uitgenodigd werd mee te bulderen.

„Als kunstenaars arm zijn, zijn ze op hun best. Treiteren die hap!”

„In deze maatschappij wordt niet meer geleerd de handen uit de mouwen te steken.”

„Die schreeuw om cultuur heb ik niet gehoord, ik ga daar toch niet naar staan luisteren.”

„Misschien zijn er wel te veel kunstenaars.”

„Daar waar ik vandaan kom geven ze niet om kunst.” Afghanistan, vroeg Boomsma hoopvol? Amsterdam-Noord, was het antwoord.

„Subsidie, dat is een vol podium en een lege zaal.”

„Als ik piano speel en niemand komt luisteren, dan ben ik misschien niet zo’n goede pianist.”

„Moeten er dan zoveel grote orkesten zijn?”

„Halbe Zijlstra is een rasidioot.”

Die laatste opmerking leverde warempel een applausje op. Daar moeten we op doorgaan, dacht ook Boomsma vermoedelijk, die vervolgens vroeg wat dan het domste was wat de staatssecretaris gezegd heeft. „Van Gogh kreeg ook geen subsidie”, vond de een. Waardoor de felle, maar boeiende discussie gelukkig weer oplaaide, want Zijlstra had wel dommere dingen gezegd: „Niets en niemand in de kunst en cultuur is meer veilig” vond een ander bijvoorbeeld. Weer een ander proefde echter een groter dedain voor Halbe Zijlstra dan Halbe Zijlstra ooit getoond heeft voor de kunsten. Bovendien: de hele ‘bezuinigen op kunst’-kwestie is juist zo groot geworden doordat de kunstwereld zo’n grote mond heeft.

Bezuinigen op kunst, dat roept om een PVV-mening. Maar helaas, de PVV-sympathisant die bereid was gevonden mee te discussiëren had niet zoveel begrip voor het PVV-standpunt inzake kunst (‘Waardeloze PVV’er, man’, grapte Boomsma). Gelukkig vond hij dat een tapijt vol pindakaas geen kunst is en dat er dus grenzen zijn. Wat aan iemand de opmerking ontlokte dat dat dan wel weer echt PVV was.

Hoe willen we als generatie herinnerd worden, werd aan het eind gevraagd. Maar een eenduidig antwoord kwam er niet. Wel een discussie over Justin Bieber en wat we van hem kunnen leren, namelijk dat we allemaal nog niet zoveel bereikt hebben vergeleken met deze zestienjarige. En als u nu niet weet wie Justin Bieber is: dat wisten ze in Amsterdam ook niet allemaal.

Antoinette Brummelink