De wonderbare wederopstanding van een theater

Twee jaar geleden nog maar leek alles verloren voor Theu Boermans, zijn Theatercompagnie en zijn Compagnietheater. Nu voert hij plots op twee plekken regie.

Het dieptepunt twee jaar geleden: een onder lasten van verbouwing en onderhoud zuchtend toneelgezelschap met een eigen theater ziet subsidie-aanvraag voor het maken van producties afgewezen. De werkelijkheid nu: een schuldenvrij theater, dat het gebouw heeft verkocht aan een verlichte, kunstminnende onderneming; en een schikking met de subsidieverlener, waardoor het alsnog mogelijk is om voor eind 2012 zes eigen producties uit te brengen.

Dat is, in het kort, de wonderbare heropstanding van het Compagnietheater aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal en zijn vaste bespeler, de Theatercompagnie. Zoals hoort bij een blijspel is er, vlak voor het gelukkig einde, nog een complicatie: de eigenzinnige regisseur en theaterondernemer Theu Boermans, op wie het geheel drijft, heeft in de slappe tijd een nieuwe baan aangenomen. Hij begint op 1 september als artistiek directeur en regisseur bij het Nationale Toneel in Den Haag.

De voorgeschiedenis. In 1996 zoekt Boermans met het door hem opgerichte gezelschap De Trust (na 2001 de Theatercompagnie geheten) een nieuwe locatie. De gemeente Amsterdam komt tegemoet: het gezelschap koopt voor 830.000 gulden veertig jaar de erfpacht af van Kloveniersburgwal 50, een monument dat ooit Evangelisch-Lutherse kerk was. De Theatercompagnie wordt eigenaar én bespeler van het theater, waaraan voor 1,8 miljoen euro verbouwd wordt.

De gemeente stelt zich welwillend op, want wil op deze prominente plek geen tapijthal. Dat geldt niet voor de Amsterdamse kunstautoriteiten: de Theatercompagnie krijgt van hen geen cent en is aangewezen op rijkscultuursubsidies.

Bij het begin van de lopende subsidie-periode, 2009-2012, gaat het mis. Toneelgroep Amsterdam in de Stadsschouwburg wordt als enige ‘stadstheater’ in de zogeheten 'basisinfrastructuur' opgenomen. Hoewel Boermans con brio betoogt dat de hoofdstad des lands twee stadstheaters verdient, moet de Theatercompagnie voor projectsubsidie aankloppen bij het nieuwe Fonds Podiumkunsten, waar een commissie de aanvraag op artistieke gronden afwijst. Op 31 december 2008 moet de Theatercompagnie alle personeel – acteurs, technici enz. – ontslaan.

Lichtpuntje 1, oktober 2009: de rechtbank Amsterdam verklaart de subsidieafwijzing door het Fonds voor onrechtmatig, omdat in de commissie iemand zat die zelf subsidie had aangevraagd.

Lichtpuntje 2, begin 2010: de Theatercompagnie verkoopt het gebouw voor 3,2 miljoen euro aan de investeringsmaatschappij Amerborgh, van de kunstminnende ondernemer Alex Mulder. Die geeft de Theatercompagnie tien jaar huurgarantie. De gemeente is akkoord – want wil nog steeds geen tapijthal.

Lichtpuntje 3, maart 2010: de Raad van State vernietigt de afwijzing van het Fonds definitief. Teneinde het hele aanvraag- en beoordelingsproces niet over te hoeven doen, komen Fonds en Theatercompagnie tot een schikking, waarbij het Fonds geld geeft om Boermans tot eind 2012 zes voorstellingen te laten maken. Dat gebeurt door een nieuwe entiteit, Het Derde Bedrijf, die onderhuurt bij hoofdhuurder de Theatercompagnie, maar alleen nog een productiehuis is, zonder acteurs en technici in dienst.

„Het is eigenlijk een geval van cultureel ondernemerschap avant-la-lettre” zegt Theu Boermans glimlachend, daarmee verwijzend naar de ideeën over cultuursubsidie van het nieuwe kabinet. Van de zes voorstellingen van Het Derde Bedrijf is de eerste, Olie, net in première gegaan. Daarnaast is hij al druk in de weer met zijn eerste regie bij het Nationale Toneel.

Zakelijk directeur Hans Brouwer is voor de exploitatie van Kloveniersburgwal 50 op zoek naar nieuwe gebruikers – culturele festivals bijvoorbeeld. Boermans en Brouwer lijkt het een goed idee de kleinere producties van het Nationale Toneel voortaan naar het Compagnietheater te halen, als ze in Amsterdam staan. Cultureel ondernemerschap laat zich niet onderdrukken.