De Nieuwe Diplomaat rukt op

De tijd dat de wereld werd beheerst door soevereine natiestaten en hun leiders is voorbij, zegt Parag Khanna in Davos.

Door Juurd Eijsvoogel

We zijn beland in de Nieuwe Middeleeuwen, zegt Parag Khanna, en hij kijkt tevreden om zich heen. Maar erg middeleeuws ziet het er niet uit in het moderne congrescentrum in de Zwitserse wintersportplaats Davos. Het wemelt van de mensen die prevelen in hun smartphones, terwijl ze driftig voortbenen naar bijeenkomsten met titels als Leading in an Hyper-connected World, The New Reality of State Capitalism en The WikiLeaks Dilemma. Ze komen uit alle hoeken van de wereld en gedragen zich alsof ze allemaal oude bekenden van elkaar zijn.

Welkom bij het World Economic Forum, de jaarlijkse informele bijeenkomst van politieke leiders, kopstukken uit het bedrijfsleven, beroemdheden, academici, jonge ondernemers en vertegenwoordigers van hulp- en mensenrechtenorganisaties. Hier tref je de Russische president Medvedev maar ook de directeur van Human Rights Watch, de topman van Shell en filmster Robert de Niro, de filantroop George Soros, economen, bankdirecteuren en ministers van Financiën, Chinese en Indiase industriëlen, FNV-voorzitter Agnes Jongerius en Bill Clinton.

Voor Parag Khanna (33), een Amerikaanse expert op het gebied van internationale betrekkingen, is deze vijfdaagse debat- en netwerkmarathon de best denkbare illustratie van waar het heengaat met de wereld. Vijf dagen lang is hier te zien hoe het toegaat in de wereldorde die hij schetst in zijn pas verschenen boek met de zelfverzekerde titel How to Run The World .

Het is alsof Khanna in Davos door het decor van zijn eigen voorstelling loopt. De tijd dat de wereld werd beheerst door soevereine natiestaten en hun leiders is voorbij, stelt Khanna. De grote mannen en vrouwen van de internationale diplomatie, met hun topontmoetingen en hun verstarde Verenigde Naties, kunnen het niet meer alleen af. Ze hebben de nieuwe spelers die zich op het wereldtoneel verdringen hard nodig.

Net als in de Middeleeuwen, voor de opkomst van de natiestaat, is de macht in de wereld de laatste jaren versnipperd. Niet alleen is de dominantie van grootmachten tanende door de opkomst van nieuwe economieën, schrijft Khanna. Multinationals, machtige families, filantropen, religieuze groeperingen en onafhankelijke (hulp-)organisaties hebben ook een steeds grotere vinger in de pap hebben bij internationale kwesties. Ruim drieënhalve eeuw was de staat het centrum van de macht, nu moet de staat concurrentie naast zich dulden. Zoals in het oude Florence de familie De Medici de grenzen tussen particuliere macht en overheid deed vervagen, zo hebben we nu mensen als Bill Gates en Silvio Berlusconi die hun kapitaal inzetten om hun land of de wereld naar eigen inzicht te veranderen. In Davos praten de oude en nieuwe spelers in het internationale machtsspel met elkaar. Hier draait een nieuw soort diplomatie op volle toeren – wat Kannah met gevoel voor soundbites ‘megadiplomatie’ noemt.

Het is niet eenvoudig rustig te praten op dit neo-Middeleeuwse marktplein. In het zithoekje ‘Technology Pioneers’ zijn alle tafeltjes bezet, net als bij ‘Social Entrepreneurs’. Maar bij de ‘Young Global Leaders’ vindt Khanna twee lege stoelen. „Hier in Davos treffen de werelden van dot.com, dot.gov en dot.org elkaar”, zegt Khanna, doelend op de vertegenwoordigers van bedrijfsleven, overheden en niet-gouvernementele clubs.

„ Bij de Verenigde Naties voeren onafhankelijke organisaties ook geregeld het woord, maar alleen al om het gebouw binnen te komen hebben ze speciale toestemming nodig. In Davos is iedereen gelijk. Zelfs dot.god is hier vertegenwoordigd, door mensen die komen vanuit hun religieuze achtergrond.

„Als je wilt analyseren waar de macht ligt, moet je niet meer kijken naar de kracht van landen. Militaire macht is nog hoofdzakelijk een kwestie van staten en hun regeringen. Maar bij economische macht ligt dat al een stuk gecompliceerder, omdat er particuliere spelers en bedrijven zijn die machtiger zijn dan de landen waar ze opereren.

„De klassieke diplomatie is daar niet op toegesneden. Traditionele diplomaten houden zich vooral bezig met de formele contacten tussen soevereine staten, in ambassades en bij internationale organisaties als de VN. Dat is niet toereikend in een wereld waarin zo’n 200 landen meespelen en ook honderdduizend internationale bedrijven en 50.000 non-gouvernementele organisaties.

„Naast de klassieke diplomaat, in dienst van zijn ministerie van Buitenlandse Zaken, zie je een ander type opkomen. Die nieuwe diplomaat kan iemand uit het bedrijfsleven zijn die onderhandelt met andere bedrijven, met regeringen en met hulporganisaties waarmee zijn onderneming samenwerkt uit maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. De nieuwe diplomaat is ook iemand die voor de Gates Foundation in de derde wereld projecten steunt om gezondheidszorg op een hoger plan te brengen en diplomatie bedrijft met lokale overheden en hulporganisaties. En het kan iemand zijn van een milieuclub die Wal-Mart helpt bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in zijn productielijn in het buitenland. In de internationale verhoudingen moeten we functioneel denken. Vraag je af voor welke taak je staat, en wie meewerkt aan de oplossing is in mijn ogen een diplomaat – of hij zichzelf nu zo ziet of niet.”

Maar dat is een privatisering van de politiek, die ten koste gaat van de rol van de staat.

„Er blijft een rol voor staten, maar het succes van megadiplomatie staat of valt met de samenwerking met al die anderen. Zonder de initiatieven van wetenschappers was het klimaatprobleem nooit op de internationale agenda gekomen. Zonder activisten was het verbod op landmijnen nooit zo ver gekomen en hadden we het Internationale Strafhof niet gehad. En het microkrediet is echt niet uitgevonden door de Wereldbank.”

Maar als staten hun dominante positie kwijtraken, wie bepaalt dan de spelregels? Hebben we daarvoor geen democratische regeringen nodig?

„Helemaal niet. Er zijn allerlei manieren om de macht ter verantwoording te roepen, en vele daarvan zijn veel effectiever dan de trage democratie. Mensen en bedrijven moeten sowieso rekenschap afleggen om hun reputatie veilig te stellen, om hun positie op de markt te beschermen en om hun geloofwaardigheid in hun sector niet te verspelen.”

Maar wie controleert bijvoorbeeld een gefortuneerde instelling als de Gates Foundation, die in arme landen meer invloed heeft op de gezondheidszorg dan de Wereldgezondheidsorganisatie?

„Zij moeten zich verantwoorden tegenover hun financiële donoren. Het is onzin om te zeggen dat zulke grote liefdadigheidsinstellingen in arme landen ongestoord hun gang kunnen gaan.”

Blijft het in situaties van oorlog en vrede niet nodig dat de traditionele diplomatie de hoofdrol speelt – met een resolutie van de Veiligheidsraad bijvoorbeeld om een militaire actie legitimiteit te verschaffen?

„Ja en nee. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft een zeker gezag in het internationale recht. Maar het merendeel van de wereldbevolking, onder wie ik, vindt het een uiterst onrechtmatige, niet-representatieve, bevooroordeelde instelling, die vooral de eigen belangen dient van de permanente leden. Alleen al het feit dat die vijf permanente leden tot de grootste wapenhandelaren in de wereld behoren, doet afbreuk aan de legitimiteit van de raad.

„In mijn perfecte wereld zou niet de Veiligheidsraad besluiten of er een invasie in Darfur of Birma komt, maar de Afrikaanse Unie of de ASEAN, het samenwerkingsverband van zuidoost-Aziatische landen. Het is hun regio en het zou beter zijn als zij niet hoefden te wachten tot de beslissers in New York zijn wakker geworden.”

Gaat flexibiliteit waarvoor u pleit niet ten koste van de stabiliteit in de internationale betrekkingen en de betrouwbaarheid van bondgenootschappen?

„Het woord ‘bondgenoot’ betekent niets meer. We leven in een tijd van gelegenheidscoalities. De VS kunnen zelfs niet meer in alle gevallen rekenen op Japan en Groot-Brittannië. Als Brazilië en Amerika hun partnerschap bevestigen, komt China een week later naar Brazilië om hetzelfde te doen.”

Wordt de diplomatie niet onoverzichtelijk, met zoveel ongelijksoortige spelers?

„ Ik trek de parallel met de Middeleeuwen, maar wij hebben iets wat de middeleeuwers niet hadden: telecommunicatie, Google, de hele digitale technologie. Dat helpt ons op de hoogte te blijven van wat er gebeurt en om activiteiten af te stemmen.”

Technologie heeft de Amerikaanse diplomatie ook een zware tegenslag bezorgd, toen een kwart miljoen documenten uitlekte naar WikiLeaks.

„De diplomatie heeft bij haar pogingen geheimen te bewaren altijd strijd geleverd met de techniek. De ambtsberichten die nu zijn uitgelekt dwingen de diplomatie zich af te vragen: wat is onze toegevoegde waarde? Is dat het geheimhouden van informatie? Ik zou zeggen: er is nu behoefte aan WikiDiplomatie: waarin je spelers bijeenbrengt om, zoals dat ook gaat bij de Wikipedia, samen tot een nieuw soort informatie te komen.”

Op een slotvraag valt Parag Khanna, tot dan toe een spraakwaterval, even stil. Of de stellige titel van zijn boek, How to Run The World, met ironie gelezen mag worden. Met grote ogen antwoordt hij: „Helemaal niet. Het boek stelt vast hoe de wereld werkt, en hoe we daarop kunnen inspelen.” Maar doet de titel hem niet denken aan het soort boeken dat je leert af te vallen in zeven dagen? „Als de mensen zich evenveel bekommerden om de wereld als om hun gewicht zouden we al een stuk verder zijn, en”, voegt hij er met een brede lach aan toe, „dan werd dit boek een bestseller.”

De wereld draaiend houden, de Nederlandse vertaling , verschijnt 15 februari bij uitgeverij Contact