De hersenhype

Hersens zijn hot. Boeken over het brein zijn niet aan te slepen. Zeven verklaringen voor hun populariteit.

Als het zo doorgaat, dan nemen de kasten met hersenboeken (en aanverwant) in de grootste boekhandel van Amsterdam straks meer ruimte in dan de kasten met Nederlandse literatuur. Het babybrein, het puberbrein, het oude brein, het gestresste brein, het brein en de liefde, het brein en muziek, de niet bestaande vrije wil... Je kunt het zo gek niet bedenken of er verschijnen boeken over. De afdeling natuurkunde en astronomie ligt er beteuterd bij. In de jaren tachtig renden mensen naar de boekhandel voor Stephen Hawkings laatste boek over de kosmos of voor boeken over de bouwsteentjes van het heelal. Nu vissen ze Wij zijn ons brein van Dick Swaab van het schap. Of een ander hersenboek. Of twee.

Zeven verklaringen voor die hersenhype.

1De sterren zijn verdwenen

Misschien komt het door de straatverlich-ting. In New York groeien kinderen op die nooit de sterren zien. Niet de heldere sterren van de Grote Beer, laat staan het waas van de Melkweg. Dan worden de dingen die zich in je eigen huis en hoofd afspelen groter en belangrijker.

Buiten de lantaarnpalen zijn er meer snufjes die mensen een andere kijk geven op de processen in het hoofd. Het is confronterend dat een rekenmachientje van niks sneller rekent dan elk mensenbrein. Of dat een TomTom de weg trefzekerder wijst dan de allerbeste bijrijder. En waarom krijgen robots en computers de makkelijkste klusjes – zoals de was sorteren – niet voor elkaar? Zulke kwesties maken de hersens hot.

2We kunnen in werkende hersenen kijken

In de jaren tachtig maakte neuroloog Oliver Sacks via absurde afwijkingen duidelijk hoe waanzinnig ingewikkeld de hersenen in elkaar zitten. Wereldberoemd werd de man die het hoofd van zijn vrouw pakte toen hij zijn hoed op wilde zetten. Net als de man die uit bed viel toen hij het dooie linkerbeen op de grond smeet dat een nare zuster tussen zijn lakens had gestopt.

Hun geschiedenissen laten zien hoe knap het brein normaal gesproken gezichten herkent (de man die zijn vrouw aanzag voor een hoed). En hoe wonderlijk vanzelfsprekend de hersenen weten waar de ledematen zich op elk moment bevinden (de man die vervreemd was van zijn been). Alleen: die verhalen tonen dat indirect.

Nieuwe technieken snijden de omweg langs de afwijking af. Met MRI-scanners kunnen neurologen direct in het brein van jan en alleman kijken. Ze zien welke hersengebieden oplichten als iemand zinnen ontleedt, sommen maakt of sexfoto’s bekijkt. Door DNA uit te lezen brengen ze bijzonderheden in verband met erfelijke aanleg. En met haarscherpe microscopen hebben hersenonderzoekers de hersenen plakje voor plakje in detail ontleed. De ‘plattegronden’ van de hersenen zijn daardoor fijnzinniger en informatiever dan ooit.

3Het lichaam leeft soms langer dan het brein

De belangrijkste oorzaken van de hersenhype zijn waarschijnlijk schoon water, penicilline en vaccins. Beter, het ligt aan de geneeskunde die ervoor gezorgd heeft dat we gemiddeld ouder worden dan ooit. Soms zelfs zo oud dat de hersenen het begeven.

Toegegeven, weinig mensen geloven nog dat het gevoelsleven zich afspeelt in het hart of nemen het idee serieus dat de geest 23 gram weegt en onafhankelijk van het lichaam bestaat. Maar hoe nauw onze persoonlijkheid verweven is met onze hersencellen, dat blijkt als een eens onberispelijke heer onbekommerd vla morst op een vale trui, als een gelijkmoedig karakter oplost in driftbuien, als persoonlijkheden verdwalen in de mist. Alzheimer laat zien: wij zijn ons brein.

Precies wat hersenwetenschapper Dick Swaab de boekwinkelbezoekers in veelvoud toeroept vanaf tientallen kaften bovenin de kast met de non-fictie toptien.

En? Wat zeggen de breinschrijvers over zulke vragen? Ze schrijven dat de hersenen bestaan uit kwabben en gebiedjes die al in de baarmoeder worden aangelegd en die verschillende taken hebben. Sommige verwerken stukje bij beetje de visuele informatie die onze ogen vergaren. Andere houden zich bezig met de geluidstrillingen die onze oorschelpen registreren, sturen de beweging van onze ledematen aan, zorgen ervoor dat we rechtop lopen of volgens een dag- en nachtritme leven.

Ze schrijven dat in die kwabben en gebiedjes samen honderd miljard hersencellen zitten, evenveel als er sterren zijn in ons Melkwegstelsel. Elk ervan is verknoopt met gemiddeld 10.000 andere cellen en kan via boodschapperstofjes met die andere cellen communiceren. Zo kunnen hersencellen op elkaar reageren en op prikkels van buitenaf. Actieve netwerken van ‘oplichtende’ hersencellen verwerken zo informatie, roepen beelden op, regelen de biologische klok, besturen ledematen enzovoorts.

Meestal voeren hersencellen hun taken automatisch uit, schrijven de breinschrijvers, zonder dat het tot het bewustzijn doordringt. Ze laten mensen ‘vanzelf’ remmen voor een voorbijdenderende vrachtwagen, ‘vanzelf’ een tennisbal over het net slaan of ‘vanzelf’ een verdacht ogende persoon de rug toekeren. De hersencellen lopen dan patronen af die door ervaring en herhaling diep ingesleten zijn. Ze worden daarbij bestuurd door systemen die in de loop van honderden miljoenen jaren steeds subtieler zijn bijgeslepen. Maar die subtiele en fijnzinnige hersenen kunnen dus ook op allerlei manieren ontregeld raken, begrijpt de lezer.

Het brein is emotioneel, schrijven hersenauteurs verder. De beroemde neurowetenschapper Antonio Damasio legt uit hoe hersenen ‘goede patronen’ van actieve hersencellen razendsnel belonen (prettig), terwijl ze verkeerde patronen onderdrukken (onbehagen). Zo nemen emoties, meestal onopgemerkt, de leiding. Langs dezelfde weg zorgen emoties ervoor dat mensen de ‘patronen’ die bij vaardigheden horen – schaken, tennissen, lopen, zitten, pakken, grijpen – met oefening diep in hun brein kunnen slijpen.

De bekende metafoor van het brein als computer gaat zo wel een beetje mank, want je kunt een computer niet beschuldigen van het hebben van emoties. Wie de computer er toch bij wil halen, kan het emotionele mensenbrein het beste vergelijken met een reeks parallel werkende processoren, schrijft wetenschapsjournalist en blogger Jonah Lehrer in The decisive moment. Waaraan, via een ingewikkelde samenhang, een recent hersendeel is toegevoegd dat ‘iets te vroeg op de markt is gebracht’.

Dat moderne breindeel kan emoties en situaties overdenken, het kan de waargenomen wereld in woorden vangen, de werkelijkheid in ketens van oorzaak en gevolg ontleden, problemen analyseren en kennis verzamelen. Maar de evolutie, schrijft Lehrer, heeft er nog niet alle haperingen uit gehaald. Het is ook een beetje traag – zodat het door een rekenmachientje gemakkelijk wordt verslagen.

Dan zijn er nog vier verklaringen waarom in een hoofdstedelijke boekhandel behalve hersenboeken nu ook hersenmodellen worden verkocht. Van zacht roze plastic, met losse onderdelen en met een metalen standaard om ze op je werktafel te zetten.

4Jongens blijven van blokken houden

Het was intussen duidelijk dat man-vrouw-verschillen niet zomaar verdwijnen als jongens met poppen spelen en meisjes met blokken. Dat autisme niet aan de opvoeding of aan kille moeders is toe te schrijven. Dat mensen ook in welvaart en vrede depressief blijven worden, en dat sommige jongeren blijven ontsporen. Het was dus tijd voor de boodschap van Swaab, die zegt dat de groeven en windingen en de chemische huishouding van de hersenen ons karakter vastleggen, onze seksuele identiteit, onze aanleg voor ADHD of anorexia, onze talenten of het gebrek eraan en onze neiging tot meer of minder agressie.

In de optiek van Swaab is het leven een kansspel. Dat begint al met de conceptie die bij een beetje migraine niet doorgegaan zou zijn. Daarna bepalen genen, invloeden in de baarmoeder en, in mindere mate, de omgeving in de eerste levensjaren hoe iemands hersenen eruitzien en hoe ze werken. En met zulke ‘predestinatie’ moet je het doen, zegt Swaab. Een hersengebiedje van krap een kwart kubieke millimeter in de hypothalamus maakt bij mannen al het verschil tussen homo- en heteroseksualiteit.

Dat zijn boek zo populair is komt vast doordat zo’n boodschap ook een opluchting is: je hoeft niet tegen de bierkaai te vechten om iemand te worden die je toch niet kan zijn. Swaab haalt bovendien de gedachte onderuit dat mislukkingen en gebrek aan succes vooral aan luiheid en verkeerde keuzes te wijten zijn. Een rustgevend bericht, zeker als er veel te kiezen is.

Swaab vindt trouwens dat mensen goed moeten zorgen voor degenen die door het lot een minder goed ontwikkeld brein hebben gekregen.

5Zestig soorten jam maken niet per se gelukkig

Er komen geen beren meer op ons pad, er loeren geen rovers tussen de struiken, maar er zijn wel dertig mobiele telefoonaanbieders, twintig energiebedrijven en veertig ziektekostenverzekeraars om uit te kiezen. In de supermarkt staan er zestig smaken jam op een rij en nee, dit is géén paradijs voor de ratio. Voor kiezen blijken bewuste hersenprocessen helemaal niet zo geschikt.

Simpele keuzes, zoals op kleur en prijs, die kun je best weloverwogen maken. Maar in het wegen van uiteenlopende informatie is het onbewuste brein veel beter. De aanschaf van een huis kun je dus beter aan de parallelle processoren van het onbewuste overlaten, als je tenminste niet wilt stranden in besluiteloosheid of in het verkeerde huis. Het recept is: veel informatie verzamelen om het brein te voeden en er daarna een nachtje over slapen, zo liet de Nederlandse psycholoog Ap Dijksterhuis zien. Achteraf kan het bewuste brein er wel de goede bij bedenken.

Hersenwetenschapper Victor Lamme gaat in De vrije wil bestaat niet nog verder. Het bewuste brein is het grootste deel van de tijd bezig met rationalisaties achteraf, schrijft hij. Lamme ziet het bewustzijn als een kwebbeldoos die toekijkt wat het onbewuste brein zoal ingeeft en daar commentaar bij levert. De babbelende toeschouwer in ons hoofd komt er volgens hem vaak niet eens achter door welke prikkels het brein zich onbewust liet leiden.

Zou het brein echt zó onnozel zijn? Het idee is in elk geval herkenbaar voor iedereen die ineens thuiskomt met gemberjam of zomaar met Lammes boek in handen staat.

6God verdween uit beeld

Net als de sterren is God een beetje uit beeldverdwenen. Wat zegt, in Zijn plaats, het hersenonderzoek over de moraal en de zin van het leven? Zulke vragen kunnen zwaar wegen bij de aanschaf van een hersenboek.

De moraal heeft zijn wortels in de biologie, zegt de moderne hersenwetenschap. Beter, in de manier waarop mensenhersenen zijn ingericht en werken. Een gemiddeld mensenbrein heeft het vermogen om emoties te herkennen en om zich in te leven in de gevoelens van anderen. Het is sociaal en meestal gericht op samenwerking.

Dat in die samenwerking en in dat samenleven veel mis kan gaan, weet iedereen. De hersenboeken laten zien hoe dat soms samenhangt met een van de vele stoornissen die in het brein kunnen optreden, en die bijvoorbeeld tot een antisociale persoonlijkheid leiden of tot psychopathie.

Zo roepen de boeken lastige vragen op. Wat betekent ‘schuld’ als een sociale of seksuele stoornis kort na de geboorte al in het brein stond gegrift? Of: wat is ‘toerekeningsvatbaar’? Je kunt iemand vrijspreken voor een ‘slaapwandelmoord’, schrijft Victor Lamme. Maar kun je ook het verschil aangeven tussen een slaapwandelaar en een onnozele kwebbeldoos ?

Gelukkig haalt de diepzinnige Antonio Damasio een sterk punt van het trage, bewuste brein naar voren: dat het offline kan werken. Mensenhersenen kunnen zich een voorstelling maken van zaken die nog moeten komen en zich gebeurtenissen uit het verleden ‘voor de geest’ halen, schrijft hij. Ze kunnen handelingen en emoties analyseren en gevoelens benoemen. Met die kennis kunnen mensen de maatschappij en hun eigen leven inrichten. En zo kunnen hun hersenen ook zichzelf een beetje bijsturen. Je kunt muziek opzetten die je gelukkig maakt. Een dagindeling maken. ‘En je hóeft de tv niet aan te zetten.’

Dat leidt naar de zevende reden.

7 Hoe word ik gelukkig en de wereld beter?

De zevende reden om een breinboek te kopen is natuurlijk: om te leren hoe je met dat ingewikkelde brein in die ingewikkelde wereld prettig kunt leven. De meest praktische aanwijzingen staan in The decisive moment van Jonah Lehrer en in het heldere Ben ik dat? van wetenschapsjournalist Mark Mieras.

Lehrer beschrijft bijvoorbeeld trainingssessies in de flight simulator en gebeurtenissen in de cockpit. Hij laat zien hoe piloten leren om op de juiste momenten te schakelen tussen automatische reflexen, emotionele reacties en doordacht handelen. Piloten worden ervan doordrongen dat elk brein tekort kan schieten en dat overleg volgens goed gekozen procedures daarom loont. Het heeft, schrijft Lehrer, het aantal vliegongelukken door menselijke fouten drastisch verminderd en daarmee de wereld een beetje beter gemaakt.

Lehrer geeft bovendien een goed advies aan mensen die ergens specialist in willen worden. Het komt van de fysicus Niels Bohr die zei: „Een expert is iemand die op een klein terrein alle fouten heeft gemaakt die je kunt bedenken.” Volgens Lehrer sluit dat helemaal aan bij hersenonderzoek: fouten durven maken brengt je vooruit. Meestal dan.

De tips van Mieras zijn fijn vrolijk. Mieras beschrijft hoe je je brein kunt prikkelen om daarmee te voorkomen dat het, als je ouder wordt, alleen de vaste ingesleten paden volgt en de zenuwcellen daartussen laat verpieteren. Swaab houdt zijn remedie sober: actief blijven en studeren, zegt hij. Mieras is frivoler. Hij zegt: Poets af en toe eens de tanden met links. Rij auto met dikke wanten aan. Neem een andere weg naar je werk. Lees de krant op zijn kop.

Eh nee, een genie word je daar niet van. Maar misschien maak je een nieuwe vriend terwijl je op een terras de krant op zijn kop leest. En psychologen en hersenonderzoekers weten één ding zeker: vrienden hebben, maakt vrijwel iedereen gelukkig.

PSWaarschijnlijk zijn er 77 andere prikkels en redenen die iemand (on)bewust een breinboek laten kopen. Zo zijn er vast ook 77 redenen en prikkels die verklaren waarom boeken over mindfulness en neurolinguïstisch programmeren in dit stuk niet meedoen.