Chaos Kairo beïnvloedt beurs

De financiële markten zaten deze week vooral hun eigen staart achterna, en schoten dan ook niet veel op. De kalmte op de Amsterdamse beurs steekt schril af bij die van Egypte.

Er zijn van die weken dat grote gebeurtenissen in de echte wereld neerslaan in de virtuele werkelijkheid van de financiële markten, en er zijn weken dat ook andersom gaat. Deze week was er een van de laatste soort.

Het grote cijfer uit de reële economie beloofde de economische groei van de Verenigde Staten in het vierde kwartaal te worden. De uitkomst, die gistermiddag werd gepresenteerd, bleek 3,2 procent te zijn. Dat was weliswaar een verbetering ten opzichte van het tweede (1,7) en derde kwartaal (2,6), maar het cijfer was in werkelijk te verstoord om echte conclusies te trekken. Analisten van ING hadden vooraf al gewaarschuwd dat voorraadeffecten een forse invloed zouden hebben, en ze kregen gelijk. De groei was goed, maar werd vooral gedragen door de consumptieve bestedingen, en daarvan is de toename moeilijk vol te houden. De lonen in de VS stijgen te langzaam, en de huizenmarkt blijft in de problemen. Dat wijst niet op een sterke voortzetting in de eerste helft van 2011. En bovendien: moesten de Amerikaanse consumenten hun schulden niet afbouwen in plaats van wederom te knip te trekken?

De spaarquote daalt alweer in de Verenigde Staten, en zo lang de economische groei vooral het resultaat lijkt te zijn van overheidsmaatregelen om de economie te stimuleren, is nog steeds onduidelijk of de economie ook zonder hulp op eigen benen te staan.

Bovendien waren de meeste economen het er over eens dat deze groeispurt niet voldoende is om de werkloosheid van nu 9,4 procent naar beneden te krijgen. Het Spoetnik-moment waarover president Obama dinsdag in zijn jaarlijkse State of the Union op hoopte, was het vierde kwartaal in ieder geval niet. Volgende week vrijdag is er het eerstvolgende cijfer over de werkloosheid, dat al tijden tot het belangrijkste gegeven van de maand behoort – al was het maar om politieke redenen. Continentaal Europa volgt pas volgende maand met zijn groeicijfers, terwijl het Verenigd Koninkrijk afgelopen week de markt verbijsterde met een economische krimp over het vierde kwartaal.

Maar goed, de markt en de wereld dus. De ontvangst van de lening van 5 miljard euro van het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF) dat werd opgericht om de eurocrisis te bezweren was dinsdag overdonderend, en zette een positieve toon op de obligatiemarkt en de valutamarkt, waar de ‘europrobleemlanden’ wat lucht kregen en de euro fors mocht stijgen tot bijna 1,37 dollar per euro – de sterkste koers in twee maanden. Maar toen een dag later de Japanse staatsschuld werd afgewaardeerd door de kredietbeoordelaar Standard & Poor’s, verlegde de blikken op de markt zich wederom naar landen met probleemschulden en werd de winst weer vrijwel teniet gedaan.

Dat kwam eveneens door een vluchtreflex in de Amerikaanse dollar en de Zwitserse franc, als gevolg van de grootschalige onlusten in Egypte. Maar die onrust was, zoals ook eerder in Tunesië, mede een uitvloeisel van de op de financiële markten zelf sterk gestegen voedselprijzen. Niet alleen graan, maar ook rijst en suiker leveren nu problemen op. En van dat laatste wordt in Egypte zeer veel gegeten. Demonstraties gingen dan ook gepaard met een politieke roep om suiker – een vage echo van de eis om brood van het Franse gepeupel aan de vooravond van de Franse revolutie onder het raam van Marie-Antoinette. Haar voorgestelde alternatief, ‘geef ze dan cake’, zou ook in Kairo niet hebben geholpen.

Enige ongerustheid was er ook over de inflatievooruitzichten in de wereld, maar in Europa werden die getemperd door een gematigd rapport van de Europese Centrale Bank over de kredietverlening, die voorlopig niet op een uitbundige geldcreatie wijst. Berichten dat de olieprijs weldra de 100 dollar per vat overstijgt, werden intussen wat sleets. Die verwachting is er al een maand, maar het wil maar niet gebeuren: Brent sloot op 97,24 dollar. Amerikaanse olie is inmiddels een kleine tien dollar goedkoper.

Wat moest de aandelenmarkt met zoveel, mede door de financiële markten zelf veroorzaakte tegenstrijdigheden? Weinig. De AEX-index sloot vorige week op 361,05 punten, schoot donderdag door naar 365,08, wat de hoogste stand was sinds in september 2008 verderf zaaide op de aandelenmarkten. Maar gisteravond bleek van de winst niets meer over: de slotstand voor de week was 361,16 punten. Maar beter deze kalmte dan de wilde taferelen op de beurs van Egypte, waar de EGX30-index, na een val meer dan tien procent op donderdag het einde van de week afsloot op bijna 22 procent onder zijn hoogtepunten van 5 januari. Toen er nog niets aan de hand leek in de straten van Kairo.

Discussieer over deze onderwerpen op nrc.nl/eurocrisis