Bij de voorplaat

Het vliegend hert, Nederlands grootste insekt, is even zeldzaam als tot de verbeelding sprekend. Amateurinsektenkundige Paul Hendriks slaagde erin om de metamorfose van larf naar imago (volwassen kever) in een terrarium vast te leggen. Hij kreeg er een speciale vergunning voor om de beschermde dieren te houden. Deze maand liet hij beelden van de metamorfose zien in een artikel in De Levende Natuur.

De larf van het vliegend hert (foto 1 en 2) leeft anderhalf jaar ondergronds in dood hout. Ook zijn cocon, ter grootte van een kippenei, bouwt hij ondergronds, maar in aarde, vlak bij hout. De foto op de cover van deze bijlage is het moment vlak na de verpopping. De kever is geleiachtig zacht en doorschijnend. Zijn ‘gewei’ en kaken zijn teruggebogen aan de onderzijde van het dier. Na een paar dagen is het dier gedroogd en al wat ‘uitgehard’ (3), maar het duurt nog vijf weken voor het dier er echt als een kever uitziet (4) en zijn uiteindelijke kleur en vorm heeft (5). De kever weegt dan 6 gram, minder dan de helft van het gewicht van de larf die aan de metamorfose begon. Vliegende herten blijven ondergronds tot mei of juni.

Het vliegend hert heeft een vijftal leefgebieden in Nederland, meest in het oosten en zuiden van het land. Het dier is daar niet aan natuurgebieden gebonden, maar vestigt zich ook in dood tuinhout, zelfs in spoorbielsen. [WK]