Betere tijden voor de eurozone

De crisis in de eurozone zou binnenkort wel eens opgelost kunnen zijn. Onder beleidsmakers op het World Economic Forum in Davos heerst een zeker optimisme dat de komende weken een samenhangende overeenkomst – met méér discipline van de landen uit de Europese periferie en méér hulp van de rijke landen – kan worden bereikt. Als dit optimisme terecht is, zou de ‘heetste fase’ van de eurocrisis voorbij kunnen zijn en zou zelfs Griekenland een kans kunnen hebben daadwerkelijk uit de problemen te komen.

Duitsland, de betaalmeester van de eurozone, beseft duidelijk er alle belang bij te hebben dat de eenheidsmunt blijft bestaan – en de betaalmeester van Europa zal alles doen wat nodig is om dat voor elkaar te krijgen. De landen uit de periferie lijken ook bereid te zijn een extra financiële inspanning te leveren om Berlijn genoeg dekking te verschaffen om nog meer hulp aan het Duitse volk te verkopen.

De basisovereenkomst zou bestaan uit genereuzere voorwaarden voor leningen aan landen met schulden, met name Griekenland, in ruil voor spijkerharde beloften om in de toekomst geen nieuwe schulden meer te maken. Intussen zouden twee veranderingen kunnen worden doorgevoerd om zelfs de Griekse schuldenlast – die volgens de officiële verwachtingen zal pieken op iets minder dan 160 procent van het bbp – dragelijker te maken. De eerste zou het tegen korting opkopen van grote delen van de schuld op de secundaire markt kunnen zijn, waarna de voordelen aan Athene ten goede zouden kunnen komen. Als op die manier bijvoorbeeld een kwart van de Griekse staatsschuld zou kunnen worden teruggekocht, tegen een korting van 20 procent, zou de piek al 8 procentpunten lager uitkomen.

Maar zelfs met zo’n pakket zou Griekenland nog steeds voor een ‘Herculestaak’ staan om zijn concurrentiekracht op te vijzelen. Het land zou nog steeds agressieve stappen moeten zetten om de wijdverbreide belastingontduiking aan te pakken. En het zou nog steeds degenen moeten straffen die de staatskas de afgelopen jaren hebben geplunderd.

Het zal ook van belang zijn te voorkomen dat er nog meer dominostenen omvallen, zoals Spanje. Madrid had eerder deze week een gouden kans om een streep in het zand te trekken door met een eigen oplossing te komen voor zijn kwakkelende spaarbanken, de caja’s. Die kans werd verknald toen de regering erbij zei dat maximaal slechts 20 miljard euro nodig zou zijn – aanzienlijk minder dan de marktconsensus. De eurozonepartners van Spanje zouden het land onder druk moeten zetten. Als een heldere sanering van de in problemen verkerende banken deel uitmaakt van een samenhangende oplossing, kan de eurozone uitzien naar betere tijden.

Hugo Dixon