Arabische aspiraties

Burgers willen burger zijn, geen onderdaan. In bijna het hele Midden-Oosten. Terwijl afgelopen week berichten uitlekten dat het zogeheten ‘vredesproces’ in 2008 was gestrand op onwil en onvermogen van de politieke leiders van Israël en de Palestijnen, nam de volksopstand in buurland Egypte tegen het bewind van president Mubarak een ongekende vlucht. Die twee gegevens staan los van elkaar en beïnvloeden elkaar toch ingrijpend. Want Egypte is een sleutelstaat in de regio.

De vicieuze cirkel van intimidatie, geweld en angst werd er gisteren doorbroken. Het afsluiten van internet en mobieletelefoonverkeer bood geen soelaas, evenmin als het huisarrest dat potentieel oppositieleider ElBaradei kreeg opgelegd. Er brak brand uit in het hoofdkwartier van president Mubaraks partij en andere overheidsgebouwen. Maar de massa ging niet naar huis. De regering nam haar toevlucht tot een avondklok in het hele land. En tot het leger. Aan het einde van de dag dook het op. Dat was geen uiting van kracht maar van zwakte. Sinds 1985 had het leger zich niet meer buiten de kazerne begeven en was nooit tegen de bevolking opgetreden. Het leger heeft zodoende een min of meer soevereine status, die de positie van Mubarak te boven gaat. Deze ultieme inzet ervan illustreert dat de president zich niet meer durfde te verlaten op zijn eigen repressieve machtsapparaat. Mogelijk tekende Mubarak daarmee indirect zijn politieke lot.

Ook de burgers analyseerden het zo. Ze keerden zich niet tegen maar zochten eerder saamhorigheid met de soldaten. Zonder succes nog. Maar de toekomst van het bewind ligt nu wel in handen van de militairen. Zoals in China in 1989.

Wat het leger meer wil dan orde was gisteravond onduidelijk. Maar de krijgsmacht kan zich opwerpen als beslissende politieke factor. Mogelijk blokkeert het leger zo ook de machtsambities van de Moslimbroederschap. Maar het risico bestaat dat zich een doos van Pandora opent met ongekende gevolgen.

Ten eerste in de Arabische wereld. Bijna overal is het protest tegen de uitzichtloze sociale en politieke situatie onbeheersbaar geworden. Het vacuüm in Egypte staat symbool voor de regio. Ten tweede voor het vredesproces in het Midden-Oosten. Het militaire optreden in Kairo kan het einde betekenen van een decennia oude buitenlandse politiek van de VS, die was gebaseerd op de bondgenoot die Mubarak pretendeerde te zijn. De onzekerheid in Washington was zichtbaar. Minister Clinton (Buitenlandse Zaken) riep de macht én de bevolking op tot terughoudendheid. Langzaam schoof de regering: weg van Mubarak en richting versnipperde en verdeelde oppositie. Maar het is de vraag of dit appèl veel resonans krijgt. De burgerbeweging in Egypte is niet pro-Amerikaans en zal dat niet op slag worden. De geschiedenis eist zijn tol. Welke, is ongewis.