Zorgen 'G4' over voortgang Olympisch Plan

Het plan om in 2028 de Spelen naar Nederland te halen hapert. Twee grote voortrekkers zijn weg. De grote gemeenten ergeren zich.

Ivo Opstelten was amper een jaar de propagandist van het Olympisch Plan 2028 of hij vertrok afgelopen herfst om minister van Veiligheid en Justitie te worden. Ben Tellings was in november nog maar een maand in dienst als programmadirecteur van datzelfde Olympisch Plan of hij diende zijn ontslag in. Sindsdien zijn de olympische bezigheden vertraagd. Tot ongenoegen van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, die hun ergernissen onlangs per brief kenbaar maakten. Een korte samenvatting van de inhoud: wij willen meer voortgang en meer invloed.

De vier steden, die zich G4 noemen, zouden een belangrijke rol in het Olympisch Plan 2028 moeten spelen. Zij zijn belangrijke partners in de alliantie Olympisch Vuur, de koepelorganisatie waarin alle bij het plan betrokken partijen zijn verenigd. De G4 maakt naast de regering, provincies, gemeenten, vakbonden en werkgevers deel uit van de Council, het bevoegde gezag binnen het Olympisch Plan. Opstelten was voorzitter van de Council. Voor de dagelijkse gang van zaken is het zogeheten Program Office verantwoordelijk. En daarover had Tellings kortstondig de leiding.

Op papier een weliswaar omvangrijke maar gedegen constructie, met gezaghebbende namen als Maxime Verhagen, Edith Schippers, Bernard Wientjes, Agnes Jongerius, Annemarie Jorritsma en de burgemeesters van de vier grote steden als voortrekkers. Maar invloed verdampt als de voortgang stagneert. Waar het vertrek van Opstelten met de onverenigbaarheid van functies had te maken, school er achter de aftocht van Tellings een verschil van opvatting over de koers. Binnen sportkoepel NOC*NSF, de initiatiefnemer van het Olympisch Plan 2028, kiest men de voorzichtige lijn. Eerst Nederland op olympisch niveau inrichten en gaandeweg aan draagvlak voor de Olympische Spelen in 2028 werken. Tellings gunde zich die tijd niet. Zijn nadruk lag volgens NOC*NSF op een kandidatuur voor de Spelen.

Over de vertraging van het proces maken de burgemeester van de G4 zich zorgen. En als zij ook nog eens onwetend worden gehouden over ins en outs van Tellings’ vertrek is argwaan snel gewekt. Is er eindelijk een zwaargewicht uit het bedrijfsleven – Tellings was voorzitter van de Raad van Bestuur van de bank ING-DiBa in Frankfurt – binnengehaald, vertrekt de man naar wie lang was gezocht binnen een maand. De G4 wenst niet langer op afstand te worden gehouden en eist in de brief „meer betrokkenheid bij strategische beslissingen en benoemingen.”

De woordvoerder van burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam vertelt dat de vier steden als belangrijke partner van het Olympisch Plan met de brief een signaal hebben willen afgeven. „Het is een aansporing om intensiever samen te werken, omdat de steden fors investeren om alle mooie plannen te realiseren. Amsterdam steekt dit jaar bijvoorbeeld acht miljoen euro extra in sport, juist met het oog op olympisch ambities.”

Intussen is er voor Tellings een opvolger gevonden. Vorige week werd bekend dat de 39-jarige Eric Eijkelberg per 1 maart tot programmadirecteur is benoemd. Hij is afkomstig van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie, waar hij plaatsvervangend directeur Energie en Duurzaamheid is. Maar van die aanstelling was de G4 onwetend.

Intussen heeft waarnemend voorzitter André Bolhuis namens de Olympische Alliantie op de brief van de G4 gereageerd. Hij belooft de steden voortijdig te betrekken bij de opvolging van Opstelten als voorzitter van de Council. De naam van Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), wordt hardnekkig genoemd.