Zacht gonzen of rauw knallen

Op festival The Wild Wild East in Utrecht klinkt muziek uit Oost-Azië. „Elf tellen in een maat zijn daar geen probleem.”

Lang was Oost-Azië een blinde vlek op de muzikale kaart. Het Utrechtse muziekpodium Rasa organiseert nu een festival dat aandacht besteedt aan dit cultuurgebied: The Wild Wild East. Op de eerste editie staat Korea centraal.

„De Koreanen blijven je verrassen”, zegt de New Yorkse rietblazer Ned Rothenberg. „Ze hebben een veel vrijere benadering van hun traditionele muziek dan je zou verwachten.” Rothenberg maakt deel uit van het Tori Ensemble dat het festival opent. Spil van de groep is Heo Yoon-jeong. Zij bespeelt de geomungo, een Koreaanse citer met zes zijden snaren die over hoge bruggen lopen. De houten pen die ze bij het spelen gebruikt, geeft de diepe tonen van het instrument een harde, bijna agressieve klank. Door met de andere hand wisselende druk op de snaren uit te oefenen, buigt ze een toon omhoog en laat die weer dalen. Zacht gonzende geluiden doet ze omslaan in rauwe knallen. Het is muziek van onvoorspelbare uitersten, die ongrijpbaar en aards aandoet.

Met het Tori Ensemble slaat ze een nieuwe richting in. Ze heeft haar traditionele spel uitgebreid met elektronica. Zo past ze de klank van haar instrument aan, en legt korte spelfragmenten vast, die ze als onderstroom of tegenstem inzet. Improvisatie is een belangrijk onderdeel van sanjo, de muziekstijl waarin ze gespecialiseerd is. Het is een instrumentaal genre dat tot de volkstraditie hoort, en gespeeld door professionele musici zeer virtuoos is.

Sanjo is ook de basis van de muziek die het Tori Ensemble speelt. Met de inbreng van percussionist Satoshi Takeishi en rietblazer Rothenberg, beiden actief in de New Yorkse jazz-scene, lijken de muzikale mogelijkheden onbegrensd. „Alles draait om de Koreaanse component”, zegt Rothenberg. „Elk concert bestaat uit een verzameling van Koreaanse melodieën die als uitgangspunt dienen voor onze improvisaties. Maar we zitten niet vast aan stramienen. Koreanen gaan heel vrij om met hun muziek. In traditionele stijlen als sanjo en sinawi bouwen ze de muziek elke keer weer van de grond af op. Van een populair nummer als ‘Arirang’, dat ook in ons repertoire zit, kun je moeiteloos dertig versies vinden in de meest uiteenlopende stijlen. Ook zonder onze inbreng kan het alle kanten opgaan.”

Het meest in het oog springende kenmerk van Koreaanse muziek is het ritme. Het geeft de muziek een explosief en onvoorspelbaar karakter, en maakt het beluisteren een enerverende belevenis. In soloconcerten is altijd wel een slagwerkinstrument aanwezig om voor de ritmische basis te zorgen. Daarin onderscheidt deze traditie zich ook van vergelijkbare muziek uit Japan en China, de naaste buren.

Dat verschil wekte Rothenbergs belangstelling: „Ik heb me jarenlang met Japanse muziek beziggehouden. Ik heb shakuhachi (Japanse bamboefluit) gestudeerd bij grootmeester Katsuya Yokoyama. De rust en subtiele omgang met klankkleuren in die muziek vormden een welkom contrast met de grootsteedse drukte van de New Yorkse scene. Maar ritmisch is het allemaal heel simpel. Korea heeft een ongelooflijk verfijnd systeem van ritmes. Ze vinden het al geen enkel probleem om te werken met elf tellen in een maat, maar bovendien onderscheiden ze daarin zo’n twintig verschillende typen, afhankelijk van waar de accenten liggen.”

Het was vanwege de ervaring die Rothenberg had met niet-westerse muziek dat Heo Yoon-jeong hem vroeg voor het Tori Ensemble. Ze wilde experimenteren, zegt hij. „Daarvoor moest ze wel mensen hebben die al buiten de grenzen gekeken hadden. Ze zocht musici die gewend waren aan een andere toonvorming, een andere omgang met ritme. Dat heb je nodig om in hun ritmepatronen te kunnen spelen. Als we nummers voor het eerst doornemen, zit ik als een waanzinnige alle accenten op papier te krabbelen om inzicht in de structuur te krijgen. Maar als we eenmaal optreden denk ik er niet meer over na. Dan is het een kwestie van goed volgen wat er gebeurt. Een kwestie van naar elkaar luisteren. Wat dat betreft maakt het niet uit of je met deze Koreanen speelt of met John Zorn.”

The Wild Wild East. 2 t/m 6 februari. Concerten Tori Ensemble 2/2 Rasa, Utrecht; 3/2 Bimhuis, Amsterdam. Inl: rasa.nl