Wie zijn emoties verborgen houdt, is meteen verdacht

Theodore Dalrymple: Spoilt Rotten. Gibson Square, 260 blz. €21,-. De vert. verschijnt in april bij Nieuw Amsterdam.

Automobilisten met een baby- on-boardsticker op de achterruit behoren, zo blijkt uit een onderzoek, tot de agressiefste weggebruikers. De liefde voor de eigen baby loopt naadloos over in agressie jegens anderen. Deze combinatie van sentiment en hufterigheid komt aan de orde in twee recente cultuurbeschouwingen. In Spoilt Rotten! The Toxic Culture of Sentimentality belicht de Engelse essayist Theodore Dalrymple de ‘Ik toon mijn emoties, dus ik ben’-cultuur, terwijl de Nederlandse socioloog Bas van Stokkom de schaduwzijde van de emocultuur duidt in Wat een hufter!

De sentimentaliteitcultuur is makkelijker te herkennen dan te definiëren, schrijft Dalrymple. Enkele willekeurige herkenningspunten zijn boeken met ‘tragische levensverhalen’, verbloemend taalgebruik, bermmonumenten, ‘etnische studies’, weeralarmen, slachtofferverklaringen en een pas vader geworden profvoetballer die na het scoren een speen in zijn mond steekt. Dat laatste hangt samen met het verschijnsel dat, terwijl kinderen steeds vroeger volwassen worden, volwassenen zich als kinderen gedragen: sentimenteel, egocentrisch en snel geïrriteerd. Kort na het verschijnen van Dalrymples boek werd bekend dat eenderde van de Britten met een teddybeer slaapt.

Centraal in zijn cultuuranalyse staat het verlies aan zelfbeheersing. Voorbij is de tijd dat mensen emoties voor zichzelf hielden. Emoties voelen is niet voldoende meer, je moet laten zien dat je voelt. Openbare rouw is de norm geworden, door het leggen van bloemen, teddyberen of het achterlaten van RIP-mededelingen op online- condoleanceregisters. Zeker sinds de dood van Diana, de ‘People’s Princess’. ‘The judgement of the majority, or at least of those people who made the most fuss, must be right: forty million teddy bears can’t be wrong’, zo typeert Dalrymple de sentimenteel-populistische stemming. Opmerkelijk waren ook de hetzerige reacties jegens socioloog Anthony O’Hear die indertijd kritische kanttekeningen plaatste bij de Diana-manie en die richtte aan het adres van de terughoudende koninklijke familie. Tien jaar later kreeg de moeder van Madeleine McCann, de in Portugal verdwenen kleuter, te maken met vijandigheden omdat ze haar decorum behield. Sterker, wie zijn emoties verborgen houdt, is verdacht, een variant op ‘Wie niets te verbergen heeft, hoeft niets te vrezen’ de drogreden waarmee politici privacyschending goedpraten. De dunne lijn tussen verteddyberisering en agressie bleek ook uit een tekst op de gekleurde Madeleine-armbandjes: ‘Don’t you forget me’. In het woordje ‘you’ zit iets dreigends.

In 1997, het sterfjaar van Diana, publiceerde Bas van Stokkom Emotionele democratie waarin hij emotioneel exhibitionisme prees als morele vooruitgang. Dertien jaar later echter legt de VU-socioloog hetzelfde verband als Dalrymple tussen lichtgeraaktheid en agressie, waarbij hij zich vooral richt op de tweede component, wellicht relevanter voor Nederland. Hij schrijft, in sociologenjargon (‘permissieve opvoedingsstijl’, ‘attitudes’, ‘publieke expressie’), over de narcistische gevoelens die met name bij jongemannen kunnen leiden tot hufterig gedrag. De oorzaak van de ‘verhuftering’ zoekt hij, met tegenzin, bij een doorgeslagen jaren-zestig-mentaliteit en de neoliberalisering die medeburgers heeft veranderd in concurrenten. Van Stokkom pleit voor een hernieuwde poging tot volksverheffing en een sturende rol voor zowel progressieve intellectuelen als bevoogdende overheidsdienaren.

Dalrymple, als voormalig gevangenisarts een buitenbeentje binnen de intellectuele elite, heeft minder vertrouwen in de intelligentsia, en al helemaal niet in onderwijskundigen. Als bron van de sentimentscultuur identificeert hij Jean-Jacques Rousseau die meende dat de boze buitenwereld de goede mens corrumpeert. Dit idee, door veel intellectuelen en politici omarmd, is een voedingsbodem gebleken voor narcisme, emotionele incontinentie en het afschuiven van verantwoordelijkheden. Anders dan Van Stokkom vindt Dalrymple dat we wel iets harder mogen worden – vooral voor onszelf.

Bas van Stokkum: Wat een hufter! Ergernis, lichtgeraaktheid en maatschappelijke verruwing. Boom, 188 blz. €17,90