Wie slachtoffer is, blijft het

Winifred George Sebald Foto: Isolde Ohlbaum Isolde Ohlbaum

W.G. Sebald: Campo Santo. Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel. De Bezige Bij, 269 blz. € 24,90

Bijna tien jaar geleden overleed de Duitstalige schrijver W.G. Sebald (1944-2001) aan de gevolgen van een verkeersongeval in Engeland. Hij was toen net op het hoogtepunt van zijn roem. Met boeken als De emigrés, De ringen van Saturnus en Austerlitz had hij een geheel eigen genre ontwikkeld: een mengeling van fictie en documentaire, reisimpressie en biografie. Sebald liet zich inspireren door de tragische levensverhalen van Joodse overlevenden van WO II, die na 1945 in Frankrijk, Engeland of Amerika een teruggetrokken bestaan leidden.

Vooral in de Engelstalige wereld was en is Sebald een veelgelezen schrijver, hij geldt er als prime speaker of the Holocaust. Collega’s als Paul Auster, A.S. Byatt of Will Self hebben hem veel lof toegezwaaid. In Duitsland daarentegen heeft Sebald ook de nodige kritiek moeten incasseren. Belangrijke recensenten als Irisch Radisch en Marcel Reich-Ranicki hebben op zijn soms gekunstelde stijl gewezen en de oprechtheid in twijfel getrokken van een schrijver die zelf niet-joods was. Sebald was opgegroeid binnen een Beiers milieu van nazi-sympathisanten; naar eigen zeggen was hij al vroeg in de contramine gegaan en heeft hij zich met de joodse slachtoffers vereenzelvigd.

Hoewel de kritiek op Sebald niet volledig ongegrond is – met name Austerlitz telt enkele storende maniërismen – staat deze schrijver toch mijlenver af van de tegenwoordig hand over hand toenemende ‘holocaustkitsch’ (de term is van Marcel Möring). Sebald is een fijnzinnige en erudiete verteller, een melancholicus pur sang wiens werk wemelt van de literaire en kunsthistorische toespelingen. Dat de schrijver een echte poeta doctus was, blijkt ook uit zijn schitterende essaybundels zoals Die Beschreibung des Unglücks (1985; over Oostenrijkse literatuur) en het nu vertaalde Campo Santo.

Deze bundel uit Sebalds nalatenschap bestaat uit vier verhalen en veertien essays. De verhalen annex reisimpressies gaan over een verblijf van de schrijver op Corsica. Ze maken deel uit van een groter prozawerk, het zogenaamde Corsica-project, dat onvoltooid is gebleven.

‘Kleine excursie naar Ajaccio’ is een impressionistisch getoonzet verslag van een willekeurige vakantiedag; de schrijver bezoekt een museum en de beroemde Casa Bonaparta. ‘De Alpen in de zee’ bestaat uit meningen van schrijvers die eerder Corsica bezochten. Het interessantste van de vier is het fraai geschreven titelverhaal ‘Campo Santo’, dat enkele vaste thema’s van de schrijver laat zien: zijn zwelgen in het verleden en het verband tussen kunst en leven. Feitelijk betreft het een studie over begrafenisrituelen op Corsica met opvallend veel verwijzingen naar de schilderkunst en denkers als Lévi-Strauss, Mircea Eliade en Johan Huizinga.

Belangrijker dan de verhalen zijn de essays. Al geldt dit misschien niet voor de tamelijk journalistieke stukken over Kafka’s bordeel- en bioscoopbezoeken of de bijdragen over Nabokov en Bruce Chatwin. De kern van Campo Santo vormen de langere opstellen over Jean Améry, Peter Weiss en Wolfgang Hildesheimer – evenals het essay over het bijna volledige bombarderen van de Duitse steden in de nadagen van WO II.

Hier merk je de grote betrokkenheid van Sebald en hier komen ook zijn belangrijke thema’s als rouw, herinnering en verwoesting aan bod. Met name het opstel over Jean Améry (‘Met de ogen van de nachtvogel’) behoort tot de glansstukken van Campo Santo. Volgens Sebald levert het werk van de door zelfdoding gestorven Améry op unieke wijze ‘inzichten in de onherstelbare toestand van de slachtoffers [...] Wie slachtoffer is geworden, die blijft slachtoffer’.

Helaas zijn juist de beste bijdragen uit Campo Santo niet overal toegankelijk. Sebald schreef ze in zijn hoedanigheid van literatuurprofessor in het Engelse Norwich en publiceerde ze in vaktijdschriften. Dat is te merken aan het taalgebruik. Niet iedereen zal weten wat een ‘bijna pathologische hypermnesie’ of een ‘etiologie van de terreur’ is – soms staan er wel drie van deze termen op één bladzijde. Gelukkig heeft Ria van Hengel in haar voortreffelijke vertaling het jargon enigszins aangepast. Een ‘oppresive Wirklichkeit’ wordt dus een ‘onderdrukkende werkelijkheid’ en het ‘generative Moment’ een ‘productieve factor’.

Campo Santo is een bundel voor de gevorderde Sebald-lezer. Wie hem nog niet of onvoldoende kent, leze liever zijn bovengenoemde meesterwerken – die hem terecht een unieke plaats in de recente literatuurgeschiedenis hebben opgeleverd.