Wanda Jackson rockt nog steeds volop

Sterrocker Jack White haalde Wanda Jackson, de eerste grote vrouwelijke rockster, over tot het samen maken van een plaat. „Het feest is nog niet voorbij.”

„Elvis kon goed kussen”, zei Wanda Jackson ooit over de keren dat ze met de King uitging, „maar niet zo goed als de man met wie ik een paar maanden later trouwde.”

Zij kwam uit Oklahoma, Elvis uit Memphis. Ze troffen elkaar bij gezamenlijke optredens en hadden een kortstondige relatie. Het was Elvis Presley die Wanda Jackson in 1955 op het spoor van de rock-’n-roll zette.

Maar de man die beter kon zoenen, Wendell Goodman, werd haar manager en hielp haar bij het vergaren van wereldfaam met liedjes als Let’s have a party en Fujiyama mama. Vooral het Japanse succes van het laatstgenoemde nummer was opmerkelijk, gezien de explosieve openingswoorden: „I’ve been to Nagasaki, Hiroshima too / The things I did to them baby, I can do to you!”

Inmiddels is Wanda Jackson 73 jaar oud, maar haar faam houdt aan. „Het feestje is nog niet voorbij”, meldde de zangeres recent over haar loopbaan als Queen of Rockabilly. In 1958 scoorde ze haar eerste hit met Let’s have a party, een lied als een wervelstorm, gezongen met een stem als een roestige misthoorn. Deze week verschijnt haar nieuwe album The Party Ain’t Over, geproduceerd door Jack White van The White Stripes. Jackson klinkt nog net zo rockend, swingend en stembandverscheurend als toen.

De energie spat er van af in oude rockers als Rip it up van Little Richard, maar ook de stoere ballad You know I’m no good van Amy Winehouse zingt ze met de levenslust van een dertigjarige.

Jack White haalt het beste in haar naar boven. Twee jaar geleden nam hij al eens een singletje met Jackson op voor zijn vinylplatenlabel Third Man, waarvan de perserij zich in de achtertuin van zijn huis in Nashville bevindt. De samenwerking deed verlangen naar meer en omdat White in 2004 al eens een succesvol album met countrylegende Loretta Lynn had opgenomen, nam Jackson hem serieus in zijn poging om haar weer eens ouderwets aan het rocken te krijgen.

Vijf jaar geleden liet de slechts één meter 52 korte Wanda Jackson met een concert in de Amsterdamse rockabillytempel Cruise-In zien dat het stevige materiaal haar nog altijd beter ligt dan de slappe country en bleke gospel die toen meer dan de helft van haar repertoire uitmaakten.

In 1958 was ze de eerste vrouw die serieus carrière maakte in de rock-’n-roll. Ze werd een voorbeeld voor velen, van Joan Jett tot Adele – die nog onlangs haar bewondering voor de country-twang in Jacksons stem uitsprak. In 2009 werd ze opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, als pionier in de Amerikaanse rockhistorie.

Jack White hield bij die gelegenheid de introductiespeech, lokte haar naar de studio en regelde een fantastische begeleidingsband voor de sessies van The Party Ain’t Over. Bassist Jack Lawrence en drummer Patrick Keeler van The Raconteurs, gitarist Carl Broemel van My Morning Jacket en White zelf op sologitaar maakten er een waardig comebackalbum van. Een swingende blazerssectie toetert mee en White’s echtgenote Karen Elson zingt in het achtergrondkoor.

In openingsnummer Shakin’ all over, oorspronkelijk van Johnny Kidd and the Pirates, klinkt Wanda Jackson zelfs zo jeugdig dat het toerental van de platenspeler op hol lijkt te zijn geslagen. Het is Jacksons natuurlijke misthoorntimbre, nog eens dik aangezet met een vibrato-effect op haar stem.

Bigbandversies van de Andrews Sisters-klassieker ‘Rum and Coca Cola’ en Bob Dylans ‘Thunder on the mountain’ maken er een dynamische feestplaat van, met een moment van bezinning in de countrygospel van ‘Dust on the Bible’ en kale, authentieke country in Jimmie Rodgers’ ‘Blue yodel #6’.

The Party Ain’t Over is met net zo veel liefde gemaakt als de American-reeks van Johnny Cash in diens laatste levensjaren, alleen laat Jackson zich niet rustig op een stoeltje zetten. Ze rockt volop.

Wanda Jackson: ‘The Party Ain’t Over’, (Nonesuch/Warner).