Van Istendael geeft Nederlanders een flink pak slaag

Geert van Istendael: Tot het Nederlandse volk. Atlas, 160 blz. €15,–

Voor de meeste Vlamingen is niks ergerlijker dan een Nederlander die, meestal niet gehinderd door veel kennis van de Belgische cultuur en geschiedenis, hun de les komt lezen. Omgekeerd beperken beschouwingen van Belgen over Nederland zich in veel gevallen tot wat vermoeide platitudes en clichés. Maar vooral: waar zouden de Belgen eigenlijk het recht vandaan halen om de Nederlanders goede raad te geven? Want Nederland kan die raad misschien goed gebruiken, maar niet wanneer die komt uit een land dat er maar niet in slaagt een regering te vormen en waar de overwinnaar van de jongste verkiezingen spelletjes zit te spelen op televisie.

Het is dan ook met terechte schroom dat Geert van Istendael, gewezen journalist en auteur van een twintigtal boeken, zich ‘Tot het Nederlandse volk’ richt. Dat doet hij niet voor het eerst: zijn boek Mijn Nederland (2005) behoort, samen met Onder Hollanders (2001) van journalist Steven De Foer, tot het beste dat Vlamingen over Nederland schreven. In dit nieuwe boekje, eigenlijk een lang uitgesponnen brief aan de ‘Lieve Nederlanders’ werpt Van Istendael ‘een liefdevolle blik op Nederland’ maar ‘wast hij de Nederlanders ook ruw de oren’. Vooral dat laatste doet hij met verve. ‘Nederland’, zo schrijft hij ‘is het ongewoonste land van Europa. Ik aarzel niet uw land exotisch te noemen.’

Van Istendael lacht om het collectivisme van Nederlanders: ‘De Nederlander mag nog zoveel denken dat hij het meest individualistische wezen op de aardbol is, hij heeft ongelijk. Maar een buitenlandse waarnemer mag vooral niet in twijfel trekken dat iedere afzonderlijke Nederlander, zonder enige betutteling, zonder enige richtlijn of sturing van boven af, als een god in ’t diepst van zijn gedachten, tot een besluit komt dat, achteraf bekeken, exact hetzelfde besluit blijkt te zijn waartoe ook al die andere Nederlanders allerindividueelst zijn gekomen’.

De auteur komt op stoom: Nederland tolerant? ‘Vervang dat door de andere kant op kijken’. Individuele voorkeuren? ‘Vervang dat door ongeremd wildplassen’. Helemaal boos wordt Van Istendael als hij het heeft over de verwaarlozing van de Nederlandse taal. ‘Ik kan het u moeilijk vergeven dat u onze gemeenschappelijke taal, het Nederlands, bij het groot vuil hebt gezet… Geloof me vrij, het nieuw geblaat heeft geen toekomst.’

En toen stond daar Pim Fortuyn. Dat is de crux van het betoog van Van Istendael. Want hij doorbrak de consensus. Hij was een spelbreker. Pim Fortuyn werd het slachtoffer van de consensus. En ‘Volkert van der Graaf trok de allerextreemste consequentie uit wat in de consensus schuilging: wie niet denkt zoals ik is een verwerpelijk mens’. Na Fortuyn was er Van Gogh, en dan die ‘nieuwe spelbreker’, Geert Wilders. (Opmerkelijk verwijt: ‘De minachting die u weldenkenden koestert voor Wilders is zo groot dat u niet eens kennis wilt nemen van zijn standpunten’).

Van Istendaels slotbetoog dat Nederland na de politieke moorden en de opkomst van Wilders ‘zichzelf weer bij elkaar zoekt uit de her en der verspreid liggende wrakstukken’ is natuurlijk niet nieuw. Zijn uitnodiging om, bijvoorbeeld in het dossier van de hoofddoekjes, eens te gaan kijken wat Frankrijk en België doen te vanzelfsprekend. Zijn verwijt dat ‘weldenkend links allang niet meer luistert naar de zorgen van de kleine man en de kleine vrouw’, is iets te makkelijk. Zijn goede raad ‘cultiveer tegenspraak’ net iets te vrijblijvend. Daarom verliest het boekje naar het einde toe aan focus en aan kracht. Maar uit de laatste woorden blijkt nog eens de liefde waarmee de Vlaming naar Nederland keek: ‘Zelfoverschatting en zelfverachting. Het pad tussen die twee is smal. Het ravijn aan beide kanten van het pad is diep. Zoek dat pad. En ga nu. Het ga u goed’.