Sleuteltrio is akkoord met missie

Mondelinge toezeggingen van het kabinet waren niet genoeg, het moest op schrift.

Afghaanse politieagenten mogen niet ingezet worden voor militaire doeleinden.

De parlementaire steun voor een Nederlandse politietrainingsmissie naar het Afghaanse Kunduz is er. Het duurde even, maar gisteravond laat was de meerderheid zeker. Dankzij de steun van de oppositiepartijen GroenLinks, D66 en ChristenUnie kan het kabinet het voornemen uitvoeren om een missie bestaande uit 545 politietrainers en militaire beschermers naar het noorden van Afghanistan te sturen.

Het ging allemaal niet vanzelf. Er moest heel wat parlementair debat aan voorafgaan. Mondelinge toezeggingen van het kabinet waren woensdagavond niet genoeg voor de Tweede Kamer.

Wilden de twijfelaars over de politietrainingsmissie – cruciaal voor een meerderheid – instemmen, dan moest het op schrift. Een brief dus. De brief die het kabinet gistermorgen bij de Kamer bezorgde gaf uiteindelijk de doorslag. De tegemoetkomingen en verduidelijkingen die daarin stonden bleken voor GroenLinks, D66 en ChristenUnie voldoende om gisteravond in een plenair debat akkoord te gaan.

Zo zag het er aan het begin van de week nog niet uit. Een briefing van de militaire top, een hoorzitting met deskundigen uit onder andere Afghanistan, hadden de twijfels bij GroenLinks en ChristenUnie doen omslaan in bezwaren. D66 was iets gematigder.

In een poging de missie te redden is het minderheidskabinet ruimschoots aan de bezwaren en dwingende vragen van het ‘sleuteltrio’ tegemoetgekomen. Ze staan in de gisteren bezorgde brief.

Voordat de Nederlandse missie van in totaal 545 man van start gaat, moet er een schriftelijke toezegging van de Afghaanse regering liggen dat politieagenten van de Afghan Uniformed Police niet zullen worden ingezet voor militaire taken, schrijft het kabinet. Ook wil het kabinet afspreken met de Afghaanse autoriteiten dat de Nederlandse opleiders in Kunduz betrokken worden bij het selecteren van cursisten.

Daarnaast wordt in de brief gezegd dat de door Nederland verzorgde politieopleiding aan Afghaanse rekruten verlengd wordt naar achttien weken. Daardoor komt er meer tijd voor het aanbrengen van basispolitievaardigheden. Ook wordt de hierop volgende praktijktraining uitgebreid. Hiermee krijgt de politiemissie een minder militair en een meer civiel karakter. Dit was een belangrijke voorwaarde van GroenLinks, D66 en ChristenUnie.

Tevens heeft het kabinet in de brief van gisteren geprobeerd de twijfels over de veiligheid van de Nederlandse opleiders weg te nemen die bij meer partijen in de Kamer leefde. Mocht de veiligheidssituatie in Kunduz verslechteren, dan kan de Nederlandse commandant ter plaatse besluiten de opleiding te beperken tot veilige locaties. „Bij een structureel ernstige verslechtering van de situatie zal de regering de Nederlandse bijdrage nader bezien”, schrijven de betrokken ministers in de brief.

Ten slotte bevestigde de brief dat er in het geheel geen geld uit de begroting voor ontwikkelingssamenwerking zal worden bestemd voor de missie.

De ministers moesten het gisteravond in de Kamer nog wel één keer hardop zeggen. Maar toen was de meerderheid er ook.