PvdA kiest voor machteloos isolement

Met het nee tegen een nieuwe Afghanistan-missie in Kunduz doorbreekt de PvdA een decennialange partijtraditie van internationalisme, stelt Marcel ten Hooven.

In het debat over de nieuwe Afghanistanmissie zijn we getuige geweest van de ontluisterende teloorgang van de PvdA als constructieve partij die zich schatplichtig weet aan haar internationalistische traditie. Met hun koers van eenzijdigheid en afzijdigheid bevinden de sociaal-democraten zich nu in het kamp van PVV, SP en Partij voor de Dieren. Deze partijen hebben gemeen dat zij zich niets aantrekken van de verantwoordelijkheid die voortkomt uit bondgenootschappelijke verplichtingen.

Met haar onmiddellijke en onbezonnen nee tegen de missie onderscheidt de PvdA zich in negatieve zin van D66, GroenLinks en ChristenUnie. Zij grepen wel de uitgelezen kans om wezenlijke invloed uit te oefenen op een kernpunt van het buitenlandbeleid – de bevordering van de internationale rechtsorde. Die kans deed zich voor nu het kabinet-Rutte daadwerkelijk moest optreden als minderheidskabinet, bij gebrek aan steun van gedoogpartner PVV.

De rollen van GroenLinks en de PvdA zijn gewisseld. GroenLinks streeft met een tactiek van geven en nemen naar invloed. De PvdA verkiest het machteloze isolement van de getuigenispartij.

Als geen ander personifieert Max van der Stoel de internationalistische traditie van de PvdA. Gedurende zijn lange loopbaan was de PvdA-politicus de onversaagde pleitbezorger van de NAVO en de Europese Unie, als onmisbare instituties voor het behoud van vrede en veiligheid.

Dat was nooit een onomstreden koers binnen de PvdA, zeker niet toen – ten tijde van Nieuw Links – een activistische geest van sturm und drang vaardig werd over de sociaal-democraten.

Niettemin behield Van der Stoel altijd een invloedrijke positie in de partij, niet in het minst dankzij de ruggensteun die toenmalig partijleider Joop den Uyl hem bood, in voor- en tegenspoed. Ook toen zij publiekelijk een tegengestelde positie in het roerige debat over de plaatsing van kruisraketten innamen, persisteerde Den Uyl bij een hernieuwd ministerschap voor Van der Stoel op Buitenlandse Zaken, in Van Agt II (1981-1982).

Dat zegt iets over de geestverwantschap tussen beiden over de grondnoties van de naoorlogse buitenlandpolitiek van de PvdA. Na de Tweede Wereldoorlog boekten de sociaal-democraten een overwinning op zichzelf, door definitief afstand te nemen van de vooroorlogse politiek van het ‘gebroken geweertje’. Hoewel ze bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in augustus 1914, al wat ontnuchterd van het ideaal van de statenloze, vreedzame internationale samenleving was, werd de sociaal-democratie nog lange tijd gedomineerd door antimilitarisme. De ervaring met het totalitarisme van Hitler en de Sovjetcommunisten bracht de definitieve ommekeer. Op dramatische wijze werd duidelijk hoe breekbaar de vrede en de vrijheid waren. Dat overtuigde de PvdA van de noodzaak van de Europese eenwording en de inbedding van Europa in de Pax Americana.

Als medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, als Kamerlid, als staatssecretaris en als minister van Buitenlandse Zaken gaf Van der Stoel vorm aan de nieuwe koers in de sociaal-democratische buitenlandpolitiek. Essentieel was het doorgebroken besef dat zonder werkzame instituties als de NAVO en de EU elk internationaal engagement zou ontsporen in de machteloosheid van een politiek van mooie woorden.

De NAVO en de EU zijn na de val van de Muur, in 1989, met vallen en opstaan op zoek naar een nieuwe existentie. Dat doet niets af aan de onmisbaarheid van zulke instituties om tastbare resultaten te boeken in de internationale politiek.

Het lidmaatschap van zulke samenwerkingsverbanden is niet vrijblijvend. Het beperkt als vanzelf de ruimte van de aangesloten landen om een eigen afweging te maken. Dat is inherent aan de solidariteit tussen de lidstaten, in de NAVO vervat in de grondregel ‘één voor allen, allen voor één’.

Ten behoeve van het geheel zal een lidstaat soms moeten inschikken en wellicht zelfs moeten handelen tegen de eigen overtuiging in. Dat is in de EU niet anders dan in de NAVO. Een alleingang kan alleen in uitzonderlijke situaties.

Het is twijfelachtig of PvdA-voorman Job Cohen zich daarop kan beroepen, nu de PvdA nogal plotseling geen vertrouwen meer zegt te hebben in de NAVO-strategie in Afghanistan. Deze uitspraak heeft vooralsnog het karakter van een bezweringsformule, bij gebrek aan daden die zijn woorden ondersteunen.

Cohen laat met zijn onbezonnen en onmiddellijke nee tegen een nieuwe missie opnieuw een kans liggen om zijn wankelmoedige en onzekere leiderschap een wending ten goede te geven. Tegenover de nihilistische buitenlandpolitiek van de PVV, die is gekant tegen elke vorm van internationaal engagement, had Cohen het voorbeeld kunnen stellen van een brede oriëntatie, gecombineerd met een constructieve opstelling jegens de regering-Obama en de NAVO.

In plaats daarvan kopieert de PvdA de houding van kortzichtigheid en afzijdigheid die de populisten van Wilders innemen. De prijs kan zijn dat de sociaal-democraten wat betreft buitenlandpolitiek voor langere tijd komen te verkeren in het isolement van de irrelevantie.

Marcel ten Hooven, oud-redacteur van Trouw en Vrij Nederland, is freelancejournalist.