Pijn en humor bij het einde

De laatste jaren van zijn leven beperkte schilder Leon Golub zich tot tekenen. Rauwe, nerveuze beelden zijn het, waarin toch plaats is voor zelfspot.

Fuck Death. Bovenaan het blad staat het ene, onderaan het andere woord. De witte letters zijn in kapitalen gepenseeld op een zwarte verfstreek die in één snelle beweging is neergezet. De ruimte ertussen is bedekt met een lilakleurige schedel, de kaken geopend in een schreeuw. De tekening is met enkele dunne vegen, in haast en woede, op het papier gegooid. Afgezien van de signatuur, die is met potlood in precieze lettertjes naast de schedel geschreven: G O L U B.

In de laatste jaren van zijn leven was het Leon Golub (1922-2004) fysiek niet langer mogelijk te schilderen. Hij stapte over op tekenen, met pastel, inkt en acrylverf, in een tekenblok van 25 x 20 cm dat hij overal met zich meenam. Tot dan toe had het tekenen gediend ter voorbereiding van schilderijen, maar nu ontstonden kleine, zelfstandige werken op papier. In Museum Het Domein in Sittard is een bescheiden tentoonstelling te zien, gemaakt in samenwerking met het Drawing Center in New York, van 42 van deze tekeningen en een onvoltooid schilderij.

Het werk van Golub was vanaf het begin geliefd bij collega-kunstenaars, maar hij kreeg pas laat in zijn carrière bekendheid bij een breder publiek. Hij roeide tegen de stroom op: toen de Amerikaanse modernistische abstractie eind jaren vijftig de kunstwereld veroverde, verhuisde Golub naar Parijs en bleef er vijf jaar. Hij voelde verwantschap met figuratieve Europese schilderkunst, zoals de negentiende-eeuwse Franse historieschilderkunst, en ook met de Art Brut van Jean Dubuffet.

Golub stond zeer kritisch tegenover de in zichzelf gekeerde, autonome abstracte kunst. Hij wilde dat zijn werk verbonden was met het hedendaagse leven, met echte gebeurtenissen, zoals de studentenprotesten in Parijs, anti-Vietnamdemonstraties in Amerika, en aan het eind van zijn leven, de oorlog tegen Irak. Golub rebelleerde tegen macht en establishment, en tegen iedere vorm van onderdrukking. Sinds 1951 was hij getrouwd met de activistische, feministische kunstenaar Nancy Spero, met wie hij drie zonen had. Nancy en Leon deelden een groot atelier in New York, inspireerden elkaar en bekritiseerden elkaars werk, organiseerden politieke acties en stelden hun atelier open voor discussies met studenten en kunstenaars. Zoals Golub zei: Nancy has the women and I go after the guys. Spero overleed een paar jaar na Golub.

Golubs rauwe, nerveuze tekeningen getuigen op een aangrijpende manier van zijn worsteling met het naderende einde. Toch is er niet alleen de pijn van het ongewilde naderende afscheid, maar ook zelfspot en humor. Voor het eerst maakte hij erotische voorstellingen, met pin-ups en satyrs en soms gebaseerd op mythische verhalen als Leda en de zwaan. De bladen worden bevolkt door honden en leeuwen, symbolen van potentie, viriliteit en agressie, ze huilen, grommen en dreigen, dagen de dood uit. Golub schreef bijna overal graffiti-achtige teksten bij. ‘Here’s to you pal!’, roept lallend een dronken skelet. Golub keek in de spiegel van zijn ziel en tekende wat hij zag zonder enige terughoudendheid, en zonder zich te bekommeren om pathos of sentimentaliteit.

In een documentaire, die draait op de tentoonstelling en die de bezoeker beslist niet mag missen, zien we Golub, een gebochelde gnoom, in korte broek, stijfjes voortschuifelend op met bont gevoerde pantoffels. ‘I’m clumsy, for Chrissake’, hoor je hem mompelen. Hij praat over de ouderdom, zegt dat hij eindelijk alle illusies heeft laten varen en dat hij de wereld beziet op een heel fatalistische manier, maar dat hij „te midden daarvan ook wat plezier heeft” en dat de ouderdom voor hem „een bijna vreugdevol loslaten” is. De tijd van de niceties is voorbij, zegt hij, alles is open, en hij citeert een uitspraak van de filosoof Adorno, uit een essay uit 1937: „In de kunstgeschiedenis zijn de late werken de catastrofes.”

Adorno schreef het over het late werk van Beethoven, maar de ‘Altersstil’ is ook bekend in de schilderkunst, denk aan de prenten van Goya en de late zelfportretten van Rembrandt en van Picasso. Alles wat overbodig is, is verdwenen. De kunstenaar, aangeraakt door de dood, heeft zichzelf bevrijd van niet ter zake doende overwegingen van stijl of compositie. De virtuositeit van de hand is geen doel op zichzelf maar staat ten dienste van de drang om pijn, het menselijk lijden, onder ogen te zien in een genadeloze confrontatie met de leegte. Catastrofes. Vaak zijn dit de beste werken uit een oeuvre.

Dat geldt ook voor Golub. Zeker, zijn grote schilderijen zijn indrukwekkend. Vooral de series uit de jaren tachtig, getiteld Huurlingen en Ondervragingen – monumentale, meer dan levensgrote voorstellingen van daders en slachtoffers, van gruwelijke, wrede handelingen. Een soort moderne historieschilderkunst waarvan het thema steeds hetzelfde is: wie heeft de macht, wie krijgt de stok?

Golubs schildertechniek was intensief en tijdrovend. Het begon met een ondertekening in wit krijt en met schetsmatige, hoekige lijnen op ongeprepareerd doek – dit stadium laat het onaffe schilderij van twee leeuwen op de tentoonstelling zien. Dan met zwarte verf eroverheen voor contouren en details, vervolgens kleur voor haren en kleding, dan een monochrome laag voor de achtergrond. De verf smeerde, wreef Golub in de schering en inslag van het doek. Tenslotte werd met behulp van oplosmiddel en scherpe slagersmessen de verf weer weggeschraapt. Totdat een ruw, ongelijkmatig oppervlak overbleef, als een pijnlijke geschaafde huid. De techniek is ruw en lelijk, en de figuren zijn lomp en onbeholpen, zei Golub zelf. Hoe lelijker je het maakt hoe meer kans je hebt dat er schoonheid behouden blijft. De schoonheid wordt naar buiten geperst.

Het is fascinerend om te zien dat de techniek in de tekeningen in wezen dezelfde is, maar nu zonder het hele tijdrovende proces van opbrengen en weer wegschrapen. IJle, transparante lagen, snelle puntige details voor ogen en tepels, vieze vegen, veel wit van het papier, uitroeptekens en teksten zoals ze te vinden zijn in steegjes en op wc-deuren. Haast, urgentie en lichtvoetigheid brengen dit werk op grote hoogte.

De illusies mogen verdwenen zijn, Golub bleef tot op het laatst trouw aan zichzelf en aan zijn idealen. ‘Kunstwerken zijn instructies voor het leven zoals het zou moeten zijn’, schreef Adorno. Dat is wat deze tekeningen laten zien.

Leon Golub: Live & Die Like a Lion? T/m 25 april in Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Inl: www.hetdomein.nl