'Noten zie ik ook als personages'

Morgen gaat het ‘Concert voor saxofoonkwartet en orkest’ van Robin de Raaff in première. „Mijn aanpak is veranderd.”

„Het componeren van een opera neemt je leven in beslag. Het is zó groot en zó intens om mee te maken. Daarna denk je: dat doe ik nooit meer.”

Aan het woord is componist Robin de Raaff. In zijn aanzienlijke oeuvre beschouwt hij zijn succesvolle en eerste opera Raaff (2004), over de achttiende-eeuwse tenor Anton Raaff, als keerpunt.

„Opera heeft álle dimensies,” zegt hij. „Als je daarna weer teruggaat naar ‘pure’ concertmuziek voelt het alsof je diepte bent kwijtgeraakt. Dat is natuurlijk niet zo, maar je moet het weer helemaal opbouwen. Ineens is een noot weer gewoon een noot, in plaats van een noot van een personage op een geënsceneerd podium tegenover een heel groot publiek.”

Dat het hem lukte zich te herwinnen als componist, blijkt onder meer uit het succes van het lyrische en expressieve Vioolconcert (2008), waarmee hij de Toonzetters Prijs won. Het gaat zelfs zo goed met zijn componeerpraktijk dat hij een jaar ‘werksabbatical’ nam van het Rotterdams Conservatorium, waar hij compositie doceert. „Ik heb te veel te componeren, en wilde tijd vrijmaken om dat zo goed mogelijk te doen.”

Zijn componeren is sinds Raaff wel fundamenteel veranderd, vertelt hij. Zo denkt hij ook in instrumentale composities nu vaak in personages. „Dat bepaalt hoe ik de solist neerzet in een concert, hoe ik dramatiek creëer, of een dialoog tussen orkest en solist opbouw.”

Zo ging het ook bij het nieuwe Concert voor saxofoonkwartet en orkest, zaterdag voor het eerst te horen tijdens de ZaterdagMatinee. Hier staat niet één solist voor het orkest, maar vier saxofoons die soms individualistisch opereren, dan weer als één supersaxofoon.

De Raaff wijst in de partituur. „Er zijn in het eerste deel twee lagen: er klinkt een lange lijn die van onschuldige speldenprikjes uitgroeit tot een soort lawine .” De solisten vormen de andere laag. „Zij sluipen heel anti-romantisch binnen via instrumenten uit het orkest met een vergelijkbare klankkleur,” zegt hij. „Ze hebben ten opzichte van het orkest echter een ander soort ritmiek en karakter, en daardoor ontstaat er spanning, net als tussen personages.”

Intussen raakte De Raaff ook weer geïntrigeerd door een ultiem opera-onderwerp: Marilyn Monroe. „Zij tilde het fenomeen superster naar een hoger plan,” zegt hij. „Ze werd zó populair dat ze een machtspositie bekleedde, ondanks haar ‘onschuldige’ imago. Dat fascineert me.” Volgend jaar, vijftig jaar na Monroe’s overlijden, gaat de opera in première. De Raaff zal dus snel weer opgeslokt worden in de enorme machine die zich richting première beweegt. Een aanslag, zegt hij, „maar ik heb in elk geval de moed weer opgevat.”

Première Concert voor Saxofoonkwartet 29/1 Concertgebouw, A’dam. Radio 4: 29/1, 13.30 (live)