Muziek

Martian Club

XLJazz 2010

cd jazz

Een sensatie noemt orkestleider en pianist Martin Fondse het om met een grote groep musici te spelen. Met elke nieuwe jazzband, octet, bigband en orkest vergroot hij zijn uitvoeringsmogelijkheden als componist. Van een hybride vorm van klassiek en jazz (Starvinsky Orkestar) tot de fusie van bigbandhistorie met moderne beats (The Groove Troopers). Zijn composities en arrangementen zijn scherp gesneden en van een hoog niveau.

In XLJazz, een extra groot ensemble, nemen vergevorderde amateurs plaats naast topsolisten. Het projectorkest trekt zich in Martian Club op aan de rijke, ingenieuze composities die Fondse in de loop der jaren schreef. De cd XLJazz legt de nadruk op de onderbuik: groove, drive en dansbaarheid, door de inzet van drie baritons, twee drummers, elektrische bas en contrabas.

Dat levert moddervette ‘swampfunk’ op (‘Low End Hifi’), maar elders is er juist sprake van lawinegevaar als vanuit een lichtvoetig thema een klein steentje losschiet (‘Rolling Rock’). Het is onweerstaanbaar met hoeveel vaart dit orkest door de noten schiet. Fondse paart op knappe wijze lucht en humor aan diepgaande muzikale experimenteerdrift. Daarbij klinken bijzondere solisten. Zoals violist Jasper LeClercq in het filmische ‘Sweet Lies’, dat zoet met zuur mengt. Bijzonder is de allesomvattende ode aan de overleden dichter Simon Vinkenoog, de suite ‘The King is Dead’. Daarin bundelt Fondse gekte (geluiden van een koffiezetapparaat en andere effecten) aan verlies, met intense grooves en buitelende blazers.

AMANDA KUYPER

Marianne Faithfull

Horses And High Heels

cd pop

De 64-jarige Marianne Faithfull, die al zo’n 47 jaar meedraait in de popwereld, heeft vooral de laatste decennia een gestage productie. Na haar vorige cd, Easy Come Easy Go (2008), die geheel uit covers bestond, is haar nieuwe, Horses And High Heels een combinatie van eigen en andermans composities. Opgenomen in New Orleans met medewerking van Lou Reed, Mark Lanegan, Hal Willner (productie) en Wayne Kramer, koos Marianne Faithfull vooral Amerikaanse liedjes.

De knokige soulcomposities werden losjes gespeeld, ingekleurd met bluesy gitaren en waar nodig door Willner met strijkers verzacht. Een enkel nummer lijkt te veel op een jamsessie uit het bluescafé (‘Gee Baby’), maar het evenwicht wordt snel hersteld door een voorzichtige uitvoering van het van Dusty Springfield bekende ‘Goin’ Back’. Faithfulls roestige stembanden worden tot het uiterste opgerekt om het fluwelen crescendo van ‘Back In Baby’s Arms’ (Allen Toussaint) te halen, waardoor de passie mooi pijnlijk klinkt. Ook het door Faithfull zelf geschreven ‘Why Did We Have To Part’, over haar voorbije relatie, is pijnlijk – door zijn nietsontziende eerlijkheid.

HESTER CARVALHO

Gidon Kremer en Kremerata Baltica

Hymns and Prayers

cd klassiek

De programmering van klassiekemuziek-cd’s is vaak vrij voorspelbaar. Maar het avontuurlijke label ECM New series verrast voortdurend met eigenzinnige combinaties. De al net zo avontuurlijke violist Gidon Kremer paart op zijn nieuwe ECM-cd getiteld Hymns and Prayers dromerige muziek van de Servische Stevan Kovacs Tickmayer en de Georgische Giya Kancheli aan hoogromantisch werk van César Franck.

Dat is een zinnige koppeling, zo blijkt bij beluistering. De zachte, door vibrafoon van hallucinerende golfjes voorziene klanken van Tickmayers Eight Hymns (1986-2004) worden gevolgd door een gepassioneerde lezing van Francks Pianokwintet in f, waarvan het langzame middendeel de introverte Hymns weer in herinnering brengt. Na een woest slotakkoord in f-klein begint Kancheli’s Silent Prayer (2007) met een zachte f in – daar is hij weer – de vibrafoon. Een zacht zangstemmetje gaat hier gepaard met welluidend commentaar van onder meer basgitaar en strijkorkest. Een groot crescendo mondt op typische Kancheli-wijze uit in het niets.

Floris Don

White Lies

Ritual (Fiction)

cd pop

Alles aan het tweede album van de Britse groep White Lies klinkt alsof er een enorme krachtsinspanning aan vooraf is gegaan. De teksten over geloof, hoop en liefde, de robuuste geluidsmuur van Alan Moulders productie en de geforceerd nasale zang van Harry McVeigh wijzen erop dat het succes van het debuut To Lose My Life nog eens een flinke duw opwaarts moet krijgen.

De nadruk op vette synthesizers en starre elektronische ritmes maakt het drietal volledig afhankelijk van een productie die live alleen nog met een arsenaal aan technische hulpmiddelen verwezenlijkt zal kunnen worden, niet anders dan met de geestverwante band Muse gebeurde.

Stilistisch borduurt Ritual voort op het typische jaren-80-geluid van bands als Depeche Mode en Tears For Fears, met galmende zang en onbreekbare melodielijnen. De somberheid van het debuut heeft plaatsgemaakt voor de grandeur van een band die geen genoegen meer neemt met kleine emoties of gewone adoratie.

McVeigh zingt over ‘a sense of urgency’ en ‘the power and the glory’: voor minder doet hij het niet. „Maak ons beroemd”, schreeuwt deze plaat die uit beton en roestvrij staal lijkt te zijn opgetrokken.

JAN VOLLAARD