Mondriaan met oma's lapjes

Heb jij dat wel eens, dat je muziek hoort die je aan iets vrolijks doet denken, of juist aan iets verdrietigs? Luister maar eens met je ogen dicht naar muziek, dan borrelen de beelden vanzelf omhoog.

Brugklassers uit de kunstklas van het Haags Montessori Lyceum mochten in het Haags Gemeentemuseum luisteren naar echte muziek, live gespeeld bij de schilderijen. Dat is bijzonder, want normaal is een museum er voor schilderijen en een concertzaal voor musici.

Maar de juffen en meesters van het museum en het orkest dachten: waarom brengen we de schilderijen en de muziek niet samen? Om te zien of je misschien anders gaat kijken als je tegelijkertijd naar muziek luistert?

En zo stonden Candice Belloni (12), Olivier Eising (12) en Joosje van Riel (13) en muziekleraar Floris op een maandagochtend oog in oog met het schilderij Victory Boogie Woogie (1942-44) van Piet Mondriaan én vier musici. Het schilderij lijkt eigenlijk nergens op. Dat heet „abstract”, weet een van de kinderen. Grappig, want dichtbij dat schilderij hangt een ander werk van Mondriaan. Dat maakte hij toen hij net van de schildersschool kwam en nog boerderijtjes schilderde die, nou ja, gewoon lijken op boerderijtjes.

Maar Victory Boogie Woogie bestaat uit allemaal kleine kleurvlakjes, waarvan je zelf mag verzinnen wat je erin ziet. „Zo is het ook met de muziek die wij gaan spelen”, vertelt celliste Justa. „Dit is geen muziek die je zo meezingt, maar abstracte muziek.”

De kinderen mogen zelf verzinnen wat ze zich erbij willen voorstellen.

Bij concerten zie je nog wel eens dat volwassenen van abstracte muziek nerveus van worden. Daar hebben kinderen geen last van. Met lapjes vilt en kant maken zij hun eigen Mondriaan, terwijl het kwartet speelt.

Al snel is de vloer net zo kleurrijk als de muziek. „Zo’n kantkleedje heeft mijn oma ook”, lacht Candice. „Dit stofje voelt wel ranzig aan”, vindt Olivier.

De museumjuf bekijkt de gemaakte kunstwerken. Sommige zijn overtuigende Mondriaans, andere meer een gezellige lapjesdeken die in weinig meer aan het voorbeeld doet denken. „Leuk!”, vindt de juf. „Wij hebben de muziek proberen te volgen”, zeggen de kinderen. Zo zie je maar: als je goed luistert, zie je meer dan je dacht.