Meerderheid Kamer moest er komen

Dinsdagavond gaf achteraf bezien de doorslag. Dat was het moment dat premier Rutte en GroenLinks-leider Jolande Sap drie uur lang bij elkaar zaten. Regering en oppositie. Om te bezien of en hoe de politietrainingsmissie naar Afghanistan kon worden gered. Een missie die een wens was van het kabinet, en van GroenLinks. Maar toch dreigde deze er niet te komen.

Een meerderheid in de Tweede Kamer voor het kabinetsbesluit om 545 politietrainers en militaire beschermers naar Kunduz te sturen leek begin deze week verder weg dan ooit. De briefing van de militaire top en een hoorzitting met diverse deskundigen hadden de twijfel in de Tweede Kamer slechts doen toenemen. Zorgen veranderden bij GroenLinks in bezwaren. Hetzelfde gold voor de ChristenUnie. D66 zette nog wat extra vraagtekens. Het waren deze drie partijen die het kabinet wel nodig had voor een meerderheid. En die meerderheid móest er komen, was het kabinet ondershands door coalitiepartner CDA te verstaan gegeven.

Formeel hoeft de regering geen toestemming te hebben van de Tweede Kamer voor het uitsturen van militairen naar vredesoperaties. De Kamer hoeft slechts vooraf te worden geïnformeerd, zegt artikel 100 van de Grondwet. De stilzwijgende afspraak is echter dat een kabinet geen militairen uitzendt zonder de verzekering dat een meerderheid van de Kamer hierachter staat. Sterker nog: omdat het een zaak over leven en dood betreft is zelfs een zo groot mogelijke meerderheid gewenst.

Maar op basis van artikel 100 van de Grondwet had het minderheidkabinet had kunnen kiezen voor eigen verantwoordelijkheid en daarmee de opvatting van de Kamermeerderheid negerend. Dat wilde het CDA niet. De missie naar Kunduz kon alleen doorgaan met een Kamermeerderheid.

Dat was de situatie toen Jolande Sap dinsdagavond contact legde met premier Rutte. Een extra briefing met onder andere de commandant der strijdkrachten generaal Peter van Uhm was toen net achter de rug. De bijeenkomst was gehouden op initiatief van D66 en GroenLinks die bezorgd waren over de veiligheidssituatie in Kunduz zoals deze beschreven stond in vertrouwelijke rapporten. De toelichting van de militairen had verhelderend en geruststellend gewerkt. Op dat punt kon het ‘nee’ tegen de missie worden ingeslikt.

Resteerde het andere bezwaar: de missie in zijn voorgestelde vorm had een te militair karakter. Politici van PvdA en SP lieten niet na te zeggen dat het geen opleiding van de politieagenten betrof, maar dat het ging om het scholen van paramilitairen. Uit de reacties bleek dat een groot deel van de achterban van GroenLinks er net zo over dacht.

De oplossing diende gezocht te worden in het ontmilitairiseren van het kabinetsvoorstel. Er werd nog eens gekeken naar de bijlage bij de zogeheten artikel 100 brief van het kabinet waarin het besluit stond verwoord. Daar stond de uitwerking van de plannen. Ook stonden er aantallen. Bijvoorbeeld over de opleidingsduur van de rekruten: zes weken. Het moest gaan om kwaliteit en niet om kwantiteit, had GroenLinks steeds gezegd. Een langere opleiding dus: twee weken erbij in de basisopleiding in de daaropvolgende trainingsperiode ook nog eens tien weken.

Dan de rekruten: Nederland zou mee kunnen praten over de selectie. Ook dat kon worden toegezegd. Zekerheden waren ook nodig. Toegezegd werd dat een overeenkomst met de Afghaanse autoriteiten zou worden afgesloten.

Dit gaf de ruimde voor Jolande Sap om verder te manoeuvreren. Het leidde gisteravond tot haar ja.