Man van orde en regelmaat

Russische schaker Vladimir Kramnik houdt graag vast aan zijn rituelen.

Na twee weken oogt hij monter en energiek en is hij volop in de race om de zege.

„Iedere sportman heeft zijn vaste gewoontes, rituelen waar hij niet graag van afwijkt”, meent schaker Vladimir Kramnik. „De ene tennisser laat de bal drie keer stuiten, de ander twee keer. De buitenwereld zal het nauwelijks opvallen, maar voor die tennisser is dat van belang.”

Voor een schaker is het niet anders. Zelfs op de laatste rustdag van het Tata Steel-toernooi probeert de Russische grootmeester zoveel mogelijk aan het ritme van de speeldagen vast te houden. Hij staat iets later op en speelt natuurlijk geen partij, maar verder houdt hij zich aan de dagindeling waar zijn lichaam en geest aan gewend zijn geraakt.

Na een ontbijt rond het middaguur begint hij aan zijn voorbereiding voor de volgende partij. Tussen zes en acht uur ’s avonds probeert hij zich te ontspannen en als hij om een uur of tien terugkomt van het avondeten wordt er weer tot twee uur ’s nachts voorbereid. Voor het slapen gaan probeert hij nog een uurtje te lezen.

Het is een ritueel dat orde brengt in zijn dag. Met bijgeloof heeft het niets te maken, benadrukt Kramnik: „Ik heb ook om precies dezelfde hotelkamer als vorig jaar gevraagd. Dat klinkt als bijgeloof maar is het niet. Nadat ik hier een paar keer slecht had gespeeld kreeg ik vorig jaar een ander type kamer en ineens speelde ik een stuk beter. Ik wil daar geen verband tussen zien maar het voelt dan wel prettig om weer diezelfde kamer te hebben.”

Kramnik speelt voor de twaalfde keer in Wijk aan Zee. In 1998 won hij, vorig jaar werd hij tweede. Met zijn 35 jaar is hij na Viswanathan Anand en Alexei Shirov de oudste deelnemer. Het gevecht met de nieuwe generatie topspelers gaat hij nog met volle overgave aan. Hij wil bewijzen dat de schaakcultuur waar hij op kan leunen nog verre van achterhaald is. Zeker, ook hij maakt intensief gebruik van de computer, maar hij ziet een wezenlijk verschil: „Het valt me op dat ze enorm veel rekenen. Grof gezegd zou je kunnen stellen dat de nieuwe generatie eerst aan het rekenen slaat om daarna tot een oordeel te komen, terwijl wij een oordeel over een stelling hebben dat we vervolgens door goed te rekenen bevestigd willen zien.”

Hoewel hij al bijna twee weken aan het spelen is, oogt Kramnik monter en energiek. Hij gaat op in het toernooi en is opgelucht dat hij een van de grootste gevaren van het winderige Wijk aan Zee – verkouden worden of griep krijgen – tot nu toe omzeild heeft.

Hij vertelt dat hij zich eigenlijk steeds beter is gaan voelen vanaf het moment dat hij in 2007 de wereldkampioenschapsmatch van Anand verloor. „Het klinkt misschien vreemd, maar het voelde als een opluchting. Eindelijk was ik verlost van alle verplichtingen en de druk die de titel met zich mee bracht.”

Kramnik mag zich dan vrijer voelen nu hij geen wereldkampioen is, zijn grootste ambitie dit jaar is het winnen van de kandidatenmatches die in mei in het Russische Kazan worden gehouden. Daar zal bepaald worden wie volgend jaar Anand mag uitdagen.

Kramnik begrijpt dat deze diepe wens uitleg behoeft: „Het is een haat-liefdeverhouding. Van de ene kant is een wereldkampioenschapsmatch iets vreselijks, omdat het je zo uitput, maar het is ook het mooiste wat er is. Het gaat me niet om de titel, want die heb ik al gehad, maar ik wil nog één keer bewijzen dat ik de beste speler die er is kan verslaan.”

Opvallende afwezige bij de kandidatenmatches is Magnus Carlsen. De aanvoerder van de wereldranglijst trok zich vorige maand terug, omdat hij er weinig voor voelde om achter elkaar drie korte matches te spelen, waarin de geluksfactor een te grote rol speelt.

Kramnik wil zijn afwezigheid niet dramatiseren: „Hij zou natuurlijk een kans maken, maar het is helemaal niet gezegd dat hij de absolute favoriet is. Levon Aronian bijvoorbeeld speelt de laatste tijd duidelijk sterker. Veel mensen denken dat Magnus voorbestemd is om wereldkampioen te worden, maar zo simpel is het niet. De wereldtitel is niet iets wat je zo maar even op komt halen, waar je alleen maar even voor hoeft te tekenen.”

Carlsen is vandaag de eerste van de drie tegenstanders die Kramnik in Wijk aan Zee nog op zijn weg vindt. Hun recente ontmoetingen waren botsingen van epische proporties, waarin de Rus iets vaker de overhand had. Hij grijnst als hij gevraagd wordt of hij naar hun nieuwe krachtmeting uitkijkt, maar geeft liever een algemeen antwoord: „Dit is een klassieker, een heel groot toernooi. Geloof me maar dat iedere kanshebber op de eindzege die zondag tweede wordt, stuk zal zitten. Het wordt heel spannend. Het zou me niet verbazen als iets kleins als één onnauwkeurigheid in tijdnood uiteindelijk beslissend zal zijn.”