'Ik leer me over te geven aan iets lelijks'

Myranda Jongeling werkt al jaren samen met regisseur Theu Boermans. „Als acteur ben je geneigd om te behagen. Voor een vrouw is dat een extra valkuil.”

„De gedachte dat vrouwen kinderen baren en daarom niet nadenken over de zinloosheid van het bestaan, bestaat hier niet. De manier waarop Theu Boermans regisseert, maakt vrouwen gecompliceerd.” Dat zegt Myranda Jongeling (gehuwd met acteur Jaap Spijkers, twee kinderen), in een pauze van de repetities voor Olie.

Die voorstelling – een stuk van de Zwitserse succesauteur Lukas Bärfuss – is de eerste van het door Boermans opgerichte productiehuis Het Derde Bedrijf. Jongeling werkt al sinds 1988 met Boermans: eerst bij diens gezelschap De Trust, en later bij diens Theatercompagnie.

Hij noemt haar, even later in zijn werkkamer, „een genereuze, loyale actrice die steeds belangrijk is geweest voor de bonding in het gezelschap. Ze is ook een groot komisch talent, met een grote hang naar het zoeken naar de zin van het bestaan.” Zij noemt hem, in de koffiekamer van het Amsterdamse Compagnietheater, „een regisseur die elk stuk verbindt met grote metafysische probleemstellingen: het zoeken naar het hoogst denkbare in het meest banale”. Dat bevalt haar en dat mist ze soms wanneer ze met andere regisseurs, of voor film of televisie werkt.

In Olie speelt ze Gomua, de inheemse dienstmaagd van een echtpaar waarvan de man, in een ongenoemd land dat door kolonialen al grotendeels is leeggeplunderd, naar de laatste restjes olie in de grond zoekt. Ze speelt hem met een Mongools accent, want in deze voorstelling wordt de actie geacht zich ergens in Centraal-Azië af te spelen. „We hadden eerst een Russisch accent geprobeerd, maar dat werkte niet. Toen kwam Theu een Mongoolse dame tegen, die we de hele rol op band met Mongools accent hebben laten inspreken, als voorbeeld.”

Jongeling beschouwt acteren als een ambacht en de werkwijze van regisseur Boermans – „de constante factor in mijn loopbaan als actrice” – sluit bij die voorkeur goed aan. „Bij hem begint het eerst aan tafel, samen zoeken naar de grote vragen van de tekst. Filosofisch brainstormen. Theu verbiedt je ook in deze fase het tekst leren, want dan ga je als acteur toch maar op zoek naar de nooduitgangen”.

Eén zo’n nooduitgang is de neiging bij acteurs, en in het bijzonder actrices, om te behagen. „Als acteur ben je heel snel geneigd om te behagen en voor een vrouw is dat een extra valkuil. Theu maakt je er bewust van dat je je kunt overgeven aan iets lelijks. Ik ben mijn hele leven al actrice, dus ik weet niet precies hoe dat zit bij andere bedrijfstakken. Maar in het algemeen denk ik dat vrouwen te veel de neiging hebben zich aan te passen, want dat is behagen.”

Anders dan bij De Trust of de Theatercompagnie heeft Boermans’ productiehuis Het Derde Bedrijf geen acteurs in vaste dienst. „Ik was de laatste jaren toch al op zoek naar andere dingen naast acteren”, vertelt Jongeling. Ze studeerde inmiddels af aan de Scriptschool van filmscenario-specialist Paul Bertram. Met drie andere script-auteurs, verenigd in het collectief Dramaqueens, aan een tv-serie die als werktitel ‘Nahuwelijk’ heeft, over nieuwe samenlevingsvormen na een scheiding. Het ambachtelijke dat haar in acteren aantrekt, bevalt haar ook in schrijven. „Het fijne van schrijven is dat je autonoom bent, en niet alleen maar dienstbaar. Als actrice moet je improviseren op wat al geschreven is, op de Scriptschool heb ik geleerd om zelf structuur aan te brengen”.

En helemaal machtig zou het natuurlijk zijn, als het schrijven gecombineerd kan worden met de droom om ergens met Jaap in de bossen te gaan wonen. „Daar heb ik verder niks meer nodig, behalve schrijven.” Dan is het tijd voor de hervatting van de repetitie voor Olie. „Weet je waneer dat Mongoolse accent vooral heel grappig is?”, zegt Jongeling nog even. „Als Gomua Marsman citeert: Denkend aan Holland...”

Olie van Lukas Bärfuss gaat vandaag in première in het Compagnietheater in Amsterdam. Aldaar t/m 19 februari, daarna tournee.