Ik hou van enige beschaving

Bram Jacobs is wethouder van het CDA in het Limburgse Beesel.

Hij houdt van zijn ambt, maar de ceremoniële kant is minder aan hem besteed.

Voor sommigen hebben de oude verbanden van het dorp nog lang niet afgedaan. Bram Jacobs is wethouder van het CDA in het Limburgse Beesel. In de weekenden staat hij naast meneer pastoor als acoliet (volwassen misdienaar) bij het altaar. Hij speelt klarinet in de plaatselijke harmonie. Met alleen kennis van die bezigheden zouden veel mensen hem minstens op vijftig, zestig jaar inschatten, maar Bram Jacobs is in werkelijkheid net 26.

De wethouder Welzijn, Zorg en Milieu is een rossige jongeman, die bij lastige vragen flink gaat blozen. Beesel is een landelijke gemeente ingeklemd tussen de Maas en de Duitse grens. In het noorden ligt Venlo, in het zuiden de Roermond. De ruim 13.500 inwoners wonen in de gemoedelijk ogende dorpen Beesel, Reuver en Offenbeek, waar in sommige opzichten de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Toch is de 21ste eeuw ook hier echt begonnen. Neem de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen mei. De PVV van Geert Wilders, een kind van de regio, werd met iets meer dan eenderde van de stemmen verreweg de grootste partij.

Jacobs houdt van zijn ambt, maar is wat minder dol op de ceremoniële taken die daarbij horen. Met alle egards ontvangen worden als ‘meneer de wethouder’, het is niet zo aan hem besteed. „Maar soms moet je in je rol kunnen blijven. Als een vrijwilliger namens de gemeente een blijk van waardering krijgt, willen ze dat de wethouder Bram Jacobs daar staat. Niet de ‘gewone’ Bram Jacobs.” Buiten het werk probeert hij vooral ‘gewoon’ te zijn: in de harmonie, in de kerk en op de volleybalvereniging.

Je studeerde politicologie in Amsterdam en Nijmegen, maar bleef hangen in je dorp. Waarom?

„Vanwege het vertrouwde en vanzelfsprekende. Hier heb ik mijn vrienden en bekenden. Ik woon nog bij mijn ouders. Mijn vriendin studeert nog. Als ze klaar is, gaan we waarschijnlijk samenwonen.”

Heb je de politieke interesse van huis uit meegekregen?

„Nee. Mijn ouders waren en zijn wel volop betrokken bij de gemeenschap. Ze zitten diep in het verenigingsleven. Mijn interesse voor politiek begon met een uitzending van het Jeugdjournaal. Het waren de dagen van de totstandkoming van het kabinet-Kok I, het eerste paarse kabinet. Dat werd heel beeldend gebracht met een verfpallet, waarop de kleuren rood en blauw werden gemengd tot de kleur paars. Ik vond dat fascinerend. De belangstelling is daarna gebleven. Geschiedenis, maatschappijleer, spreekbeurten, een nieuwsquiz, zo gauw politiek het onderwerp was, ging het me gemakkelijk af.”

Hoe ben je politiek actief geworden?

„Ik ben gevraagd. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werd ik benaderd door het plaatselijke CDA. Ze wisten dat ik actief was in de volleybalvereniging en de harmonie en hadden gehoord dat ik politicologie studeerde. Ze benaderden me met de vraag of ik als kandidaat op hun lijst wilde staan. Ik was nog geen lid, maar de partij paste wel bij me vanwege het verantwoordelijkheidsgevoel, de nadruk op het menselijke aspect. Na een korte tijd van nadenken heb ik ja gezegd. Ik heb wel gevraagd om een lage plaats, omdat mijn studie voor ging. Het werd de dertiende stek, waarop ik een leuk aantal voorkeurstemmen binnenhaalde. Op de achtergrond heb ik een paar jaar de fractie ondersteund. Dikke stukken lezen en daar een standpunt over bepalen. Vooral op het gebied van zorg en welzijn.”

En dan een verkiezing later opeens lijsttrekker?

„De zittende wethouder van het CDA gaf aan te willen stoppen. Daardoor ontstond ruimte. De commissie die de lijst samenstelde vroeg of ik nummer een wilde worden. Daar heb ik echt wat langer over moeten nadenken. Ik heb ook wat mensen in vertrouwen genomen en heb met hen de voors en tegens afgewogen.”

Wat hield je tegen?

„Als boegbeeld van de partij draag je de volle verantwoordelijkheid. Maar nog belangrijker: wat kun je stuk maken? Ik ben heel gelukkig in Reuver, heb hier alles wat mijn hartje begeert. Een politicus kan nooit iedereen te vriend houden. Maar je loopt niet de kans dat je te veel mensen tegen de haren in strijkt. Als ik ooit stop met politiek, wil ik me hier in het dorp ook nog lekker kunnen bewegen.”

Tijdens raadsvergaderingen werd je leeftijd nogal eens aangehaald. Je zou nog te groen zijn. Stoort dat?

„Ik merk dat het slijt. We hebben ook al debatten gehad waarbij de oppositie uit haar traditionele rol kwam en er op de inhoud grotere meerderheden ontstonden dan verwacht.”

De sneren over je leeftijd passen bij de toon die ook in de landelijke politiek wordt aangeslagen. Ben je op je plaats in al dat tumult?

„Ik hou van enige beschaving. Neem de manier waarop Balkenende destijds het hele normen- en waardendebat aanzwengelde. De boodschap is niet eens zoveel anders dan die van Wilders als hij op hoge toon de verhuftering in Nederland aan de kaak stelt of die van de VVD-burgemeester van Zaltbommel die eind vorig jaar opriep om overvallers verrot te slaan. Maar de verpakking van Balkenende is anders, minder populistisch. Ik kies dan voor die aanpak.”

Dat lijken woorden van een CDA’er die niet gelukkig is met het huidige kabinet en de bijbehorende gedoogconstructie.

De wethouder zwijgt, zucht en bloost. Hij aarzelt met zijn antwoord.

„Ik wil wethouder voor de hele gemeenschap zijn, dus ook voor de kiezers voor Wilders. Maar de manier waarop hij zaken voor het voetlicht brengt, vind ik zorgelijk.”

Opnieuw laat Bram Jacobs een stilte vallen.

„Volgens de tegeltjeswijsheid is politiek de kunst van het hoogst haalbare. Misschien is daar op grond van de verkiezingsuitslag wel sprake van. Maar het streefbeeld ziet er wat mij betreft anders uit.”

Kun je de vinger leggen op het sentiment achter de Wilders-stemmen in je eigen gemeente?

„Ik vind dat moeilijk. Als ik in het dorp op een terras zit en er komt zo’n laagliggende auto met een buitenlander achter het stuur langs, hoor ik wel dat zo’n man dan even onderwerp van gesprek is. Maar van echte discriminatie of angst voor vreemdelingen merk ik weinig. Typerend vind ik een gesprek dat ik had op de volleybalclub. Het onderwerp kwam op verkiezingen. ‘Op wie heb je gestemd?’, vroeg ik. ‘Op Wilders’, antwoordde een jongen. ‘Waarom?’, wilde ik weten. ‘Die heeft coole haren.’ Zo weloverwogen kan een stem dus worden uitgebracht.”

Al met al nooit het gevoel dat je je inzet voor een voorbije wereld? Het CDA wordt volgens de peilingen bij de Statenverkiezingen gedecimeerd. De kerk is in opspraak. Het ouderwetse dorp verandert in snel tempo.

„Ik zie het allemaal niet echt in elkaar storten. En uiteindelijk kunnen kernwaarden weleens langer overeind blijven dan alle vluchtigheid en lawaai.”