Iedereen weet het: dit is het moment

Gisteren werd er voor de derde dag op rij geprotesteerd in de straten van Kairo.

De betogingen bereiken na het vrijdaggebed hun climax, wordt er gefluisterd.

Het verkeer raast weer voort. Niemand kijkt naar het uitgebrande politiebusje langs een van de drukke verkeerswegen in Kairo. Overdag is Kairo een andere stad dan ’s avonds en ’s nachts wanneer betogers de straat opgaan. Egyptenaren slapen deze ochtend een beetje uit, gaan naar hun werk, en proberen niet op te vallen. „Iedereen houdt zich stil. Het wachten is nu op de volgende demonstratie”, zegt Ahmad, een gezette twintiger die twee nachten nauwelijks heeft geslapen.

Ahmad heeft twee avonden demonstreren in de benen. Hij moest rennen voor de Egyptische oproerpolitie. Die joeg de afgelopen dagen met traangas duizenden demonstranten uit elkaar op het centrale Tahrirplein van Kairo. In drie dagen zijn vijf doden gevallen.

„Het is zo gespannen in Kairo. Iedereen weet dat dit het moment is. Als jij en ik nu besluiten dat deze hoek van de straat de plek is voor een demonstratie, garandeer ik je dat we binnen tien minuten honderd voorbijgangers aan onze zijde hebben. De woede heerst in de straten.”

Het zijn vooral jonge, relatief goed opgeleide Egyptenaren die de macht in de straten bevechten. Woede over de hoge voedselprijzen is de meest gehoorde reden om te demonstreren. „Een kilo tomaten kostte laatst 2 dollar”, vertelt een verkoper in een winkeltje. „De benzineprijs stijgt ook maar. Het leven is zwaar geworden, de laatste maanden.”

De oproerpolitie blokkeert met bussen toegangswegen naar het centrum. Ze hebben zich duidelijk voorgenomen zich niet langer te laten verrassen. Internet is moeilijk te gebruiken, Twitter ligt een groot deel van de avond plat, en enkele mobiele telefoonaanbieders melden storingen.

De veiligheidsdiensten sturen steeds meer agenten in burger de straat op. Actievoerders tegen het bewind van de door het Westen gesteunde president Hosni Mubarak – ze geven alleen hun voornaam – zeggen dat het aanhouden van de demonstraties hen sterkt. „Iedereen dacht dat het zou doodbloeden, dat het traangas mensen van de straat zou houden. Dat is niet gebeurd”, zegt Nabil, een jonge ingenieur. „Als het bij één dag van demonstraties was gebleven, zou alles nog kunnen worden als voorheen. Nu kan dat niet meer.”

Hij lacht zich moed in als hij praat over de geheim agenten, die de straten in het centrum van Kairo bevolken. „Amateurs zijn het. Je herkent ze meteen aan hun ongemakkelijke houding. Ze verstoppen zich midden op het Tahrirplein letterlijk achter een krant, zoals je alleen in slechte films ziet.” Hij is alleen bang, zegt hij, voor de oproerpolitie. „Ze komen nu met reservisten aan”, zegt hij. „Ongeletterd volk uit de armste wijken. Die slaan er meteen op los als hun dat gezegd wordt.”

Dat internet vaak geblokkeerd wordt, deert de actievoerders niet. Het woord is al verspreid, zeggen ze, en de verhalen gaan zo snel rond, dat iedereen alles toch al weet. Bovendien maakt het gebrek aan regie via internet de demonstraties nog grilliger, wat weer in het nadeel van de politie werkt. In de stad Suez brandde een politiebureau uit. In Kairo probeerden demonstranten brand te stichten bij het kantoor van de NDP, Mubaraks oppermachtige partij.

Seculier, spontaan en individueel – dat zijn nu de belangrijkste kenmerken van de opstand. De demonstraties, zeggen activisten, zijn een uitbarsting van frustratie, een bundeling van volkswoede, waar gevestigde organisaties zich nauwelijks aan verbinden. Ook de verboden Moslimbroederschap houdt zich nog afzijdig.

Het gefluister in Kairo gaat inmiddels door. Vandaag worden door heel Egypte grote demonstratie georganiseerd. Na het middaggebed, zullen de demonstraties hun climax bereiken.