Ideeën over 'supercyclus' zijn zo gek nog niet

Een mondiale ‘supercyclus’ van duurzaam hoge economische groei, klinkt ongeloofwaardig, of als iets waarvan je graag zou willen weten om niet achterop te raken. Volgens sommigen zitten we al sinds 2000 in zo’n supercyclus, ondanks de recente dip.

Westerse ideeën over het kapitalisme en de vrijhandel bloeien in voorheen improductieve aarde, met name in Azië. De gevolgen daarvan zijn al enorm en zullen zich blijven manifesteren.

De transformatie is helder: China is de tweede economie van de wereld geworden, en de mogelijkheden van het land om nog meer vooruitgang te boeken zijn aanzienlijk. Het Chinese bbp per hoofd van de bevolking is op een niveau van 4.283 dollar in 2010 nog geen tiende van dat van de Verenigde Staten. Chinese consumenten zullen welvarender worden en veel meer gaan consumeren. China staat model voor India en andere opkomende markten.

Bovendien zou de Grote Recessie van de afgelopen drie jaar, zonder de groei van de opkomende economieën, veel erger zijn geweest dan nu het geval was.

Mara er zijn meer risico’s. De afgelopen twee decennia hebben de door de export geleide groei van China en extra besparingen ertoe bijgedragen dat kapitaal goedkoop werd voor de westerse economieën. Maar als de opkomende economieën zwaar in nieuwe infrastructuur investeren en ook meer gaan consumeren, zal hun vraag naar kapitaal stijgen. Dat betekent dat de langetermijnrente in de wereld kan gaan stijgen.

Westerse overheden kunnen het zich daarom niet veroorloven gemakzuchtig te zijn over hun schulden. Ook nieuwe zeepbellen en recessies kunnen de verouderde financiële structuren van het Westen op de proef zullen stellen.

Over het geheel genomen is de ‘supercyclus’ echter bemoedigend. De vrijhandel heeft miljoenen mensen uit de armoede verlost en brengt hen nu de gemakken van de welvaart. Daarvoor moet iedereen dankbaar zijn.

Ian Campbell

Vertaling Menno Grootveld