Haatmeneer: onze versie van lolcats

Een filmpje van een boze jongeman werd een creatief internetvirus.

‘Haatmeneer’ zelf kan beter profiteren van zijn roem dan procederen tegen parodieën.

In een uitzending van PowNews, oktober vorig jaar, gaat verslaggever Rutger Castricum op bezoek bij een reisbureau in Amsterdam, dat tienduizenden euro’s gemeentelijke subsidie zou hebben gekregen voor een nieuw plafond.

De verslaggever treft niemand aan, maar er rijdt wel een auto voorbij. De auto stopt. Er stapt een jongeman uit die niet zo verheugd is met de cameraploeg.

De jongen zal later landelijk bekend worden onder de namen ‘haatmeneer’ en ‘Mo’, maar heet in het echte leven Badr. Zijn roem volgt op deze dialoog, die zich ontspint tussen hem en Rutger.

Rutger: „Mag ik iets vragen over de winkel, effe?”

Mo stapt uit de auto.

Mo: „Haal die camera weg, man!”

Rutger: „Wat zeg je?”

Mo: „Haal die camera weg!”

Rutger: „Ik wil even wat vragen over die winkel.”

Mo: „Haal die camera weg!”

Rutger: „Waarom?”

Mo: „Haal die camera weg!”

Mo loopt naar de cameraman.

Mo: „Haal die camera weg! Haal die camera weg! Haal die camera weg!

„Je moet mij niet zo fotograferen. Anders ga ik je een kopstoot geven!”

Rutger: „Doe eens even relaxed, joh!”

Mo slaat naar de microfoon van Rutger.

Rutger: „Doe eens rustig, joh!”

Mo: „Waarom neem je me op?”

Rutger: „We willen alleen iets vragen.”

Mo: „Waarom neem je op man? Wat is het dat je me op moet nemen?”

Rutger: „We maken een filmpje over de winkel, hoe die...”

Mo: „Waarom? Dit is niet mijn winkel, vriend!”

Dit filmpje verscheen op Dumpert, de videosite van GeenStijl. Kort na het plaatsen trad er een fascinerend fenomeen op: de achterban van GeenStijl produceerde tientallen ‘fotofucks’ en ‘videofucks’ (bewerkingen van foto’s en video’s). In al die filmpjes figureerde ‘Mo’ en werd vooral de spot gedreven met de woorden ‘dit is niet mijn winkel, vriend’. In totaal zijn er nu ruim honderd foto- en videofucks te zien.

De opgefokte jongen kreeg al snel de bijnaam ‘haatmeneer’, er verscheen een game voor de iPhone met Badr in de hoofdrol, er werd een website opgericht die allerlei Mo-merchandise verkoopt. En dj Headhunterz maakte een hardstyle-remix van het fragment. Mo werd ongevraagd een online cultfiguur. Zijn gezicht dook overal op. Kom je aan GeenStijl of PowNed, dan kom je aan de reaguurders. En toen bekend werd dat Mo wel degelijk iets te maken had met de winkel (het reisbureau is van zijn vader), was de beer helemaal los.

Het originele filmpje is op Dumpert inmiddels bijna driehonderdduizend keer bekeken en op YouTube nog eens zestigduizend keer.

Bijna vier maanden na de eerste uitzending verschijnen er nog steeds parodieën.

Is het niet zielig dat Mo nu als ‘haatmeneer’ door het leven moet, zeker gezien het feit dat het filmpje nooit helemaal van internet zal verdwijnen. Is dit digitale pesterij? Schenden al die filmpjes en foto’s niet de privacy van deze jongen?

Dat vond ‘Mo’ wel. Hij schakelde een advocaat in. Die sommeerde alle parodieën van het internet de verwijderen – alsof dat ooit nog zou kunnen.

Maar die makers van de parodieën moeten met rust worden gelaten. Het is eerder fantastisch, dat Nederland subculturen kent als die van GeenStijl en Dumpert.

Ons land heeft dan wel de hoogste internetpenetratie van Europa, maar we hadden nog niet een echte eigen meme , een creatieve, steeds evoluerende, meestal komische media-uiting die via alle mogelijke kanalen op internet populair wordt.

Een goed voorbeeld van een meme zijn de bekende lolcats, plaatjes van katten met uitspraken in een typisch internettaaltje. De lolcats werden populair dankzij de site Icanhascheezburger.com. Er verscheen zelfs een bijbelvertaling in het taaltje van de lolcats. ‘Mo’ is dankzij de reaguurders uitgegroeid tot een Nederlandse lolcat. De meme ‘dit is niet mijn winkel, vriend!’ bevestigt de creatieve kracht van de internetcultuur; dit is het internet pur sang.

Mo zelf heeft zijn les waarschijnlijk al geleerd. In een vervolgitem van PowNews hield hij voor de camera wijselijk zijn mond. En al deze online roem is voor hem niet per se slecht. Je kunt ook je voordeel doen met de commotie. Bijvoorbeeld leren hoe het moderne medialandschap werkt; hoe elke poep of scheet breed wordt uitgemeten. Of gebruikmaken van je bekendheid. Mijn advies aan de haatmeneer: niet mekkeren en uitmelken die hap. Start, net als Sterretje van Oh Oh Cherso, een geoliede marketingmachine. Maak je eigen rapvideo en stuur die naar Radio 538 (die draait het toch wel). Verloot een gratis reis naar Marokko via het reisbureau. Treed op in discotheken, bingozalen en shishabars. Schuif aan bij Robert Jensen, presenteer RTL Boulevard en dans op het ijs met Patty Brard. Organiseer een benefietwedstrijd met het zaalvoetbalteam van Ali B. Melk je roem uit zoals roem nog nooit is uitgemolken. Ga mainstream. Dan, en alleen dan, worden we je vanzelf wel zat.

Lorenz van Gool studeert Journalistiek en Nieuwe Media en werkt als blogger en freelance journalist.