Gegeven paard

Als je een gegeven paard niet in de bek mag kijken, is het dan wel toegestaan er koekjes van te bakken? Ik zou zeggen van wel, in de hoop dat de gulle gever dit stukje niet leest. Want het was vast lief bedoeld, die enorme reep zwarte chocola met amandelen van helaas suboptimale kwaliteit. Opeten was niet echt een optie, in zijn geheel aan mijn zoon voeren wel, vond hij, maar dat telt niet echt, en de meeste vogels eten geen chocola.

Maar bovendien is een van de meer geslaagde richtlijnen in mijn leven dat iedere aanleiding om koekjes te bakken met beide handen moet worden aangegrepen. Bijna ondraaglijk diepzinnig, ik weet het, maar het leven is ook niet makkelijk. Tot de minder geslaagde richtlijnen behoren bijvoorbeeld dat je een man met baard niet zomaar mag versmaden en dat regen nooit een belemmering mag zijn.

Die koekenbakkersrichtlijn is overigens vrij populair bij mijn omgeving, wat dan weer samenhangt met de richtlijn dat ik nooit koekjes in huis haal, behalve voor de babyoppas. Wat je in huis haalt eet je namelijk toch op, meestal vroeger dan later. Het gevolg is dat als ik koekjes wil eten, ik ze eerst zelf moet bakken.

Zo werp ik een drempel op voor mijn in beginsel onstilbare behoefte aan koekjes en andere zoete toestanden – mijn vermogen om toetjes te verstouwen is in bescheiden kring legendarisch. Meestal heb je namelijk vooral zin in koekjes als je te moe bent om zelfs maar een ei te klutsen, en dan laat je het maar zitten. Fijn voor de lijn. Fijn voor collega’s en vrienden is dat als ik dan toch koekjes bak, er altijd meer dan genoeg over is om uit te delen.

Chocoladekoekjes

250 gram pure chocolade

250 gram witte amandelen

250 gram zachte boter

125 gram suiker

6 eieren

100 gram bloem

geraspte schil van 2 sinaasappelen

volle theelepel kaneel

twee gemalen kruidnagels (kan goed in een vijzel)

snufje zout, voor de liefhebbers ’n draai peper

Meng boter en suiker tot een witte, romige massa. Deze instructie staat vaak in recepten en ik dacht altijd dat het niet kon. Brokkelige mengsels werden het. Maar als de boter maar zacht genoeg is, en je volhardend klopt – liefst met een handmixer, blijkt het te kunnen. Klop er daarna een voor een de eieren doorheen.

Maal de amandelen tot een grof poeder, en hak ook de chocolade fijn. Keukenmachinefijn. Bij elkaar in een kom, en meng hierdoor bloem, sinaasappelrasp, kaneel, kruidnagelpoeder, zout en eventueel peper.

Intussen heb je de oven voorverwarmd tot 170 graden (of de heteluchtoven tot 150 graden) en een vel bakpapier over een bakblik gelegd. Dan de kleverige massa goed mengen met de droge spullen, en de resulterende dikke pasta uitsmeren over het bakblik. Ongeveer anderhalve centimeter dik. In 35-40 minuten gaar bakken. Als de koek nog warm is in stukken snijden – zeg 1,5 bij 3,5 cm.

Elsje Jorritsma

Maandag: Janneke Vreugdenhil, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert / Elsje Jorritsma.